Hof bekrachtigt vonnis over elektriciteitsaansluiting bedrijfsverzamelgebouw
ECLI:NL:GHSHE:2025:2899, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-10-2025, 200.353.854_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter van 20 maart 2025. er niet in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de rechter in een eventuele bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat er voor het te realiseren gebouw sprake is van tien afzonderlijke WOZ-objecten. Enexis is dan ook niet gehouden tot het uitbrengen van een offerte voor een tiental aansluitingen en de daadwerkelijke realisatie van die aansluitingen.
Kern van de zaak
Adviesbureau [xx] heeft namens projectontwikkelaar Included Development B.V. bij netbeheerder Enexis aansluitingen aangevraagd voor een nieuw te bouwen bedrijfsverzamelgebouw. Het geschil betreft vermoedelijk de weigering of vertraging van Enexis bij het realiseren van de gevraagde elektriciteitsaansluitingen. Partijen procedeerden in kort geding, waarna hoger beroep volgde.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 20 maart 2025 en veroordeelt [xx] in de proceskosten van het hoger beroep (€ 2.219,00). De appellant [xx] heeft het hoger beroep verloren; de doorslaggevende redenering is niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst, maar de bevestiging van het vonnis in eerste aanleg impliceert dat de vordering van [xx] ook in hoger beroep niet slaagde.
Impactscore
LaagHet betreft een bekrachtiging in kort geding op het niveau van een gerechtshof, zonder zichtbare nieuwe rechtsvragen of precedentwerking; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische reikwijdte moeilijk te beoordelen is.
Belangrijkste punten
- 1Enexis is als netbeheerder op grond van artikel 23 lid 1 Elektriciteitswet verplicht om binnen een redelijke termijn aan te sluiten op het net (aansluitplicht).
- 2De transportplicht (art. 24 lid 1 E-wet) geldt niet indien de netbeheerder redelijkerwijs geen transportcapaciteit beschikbaar heeft (art. 24 lid 2 E-wet).
- 3[xx] diende op 26 april 2024 een aanvraag in voor tien kleinverbruik aansluitingen van 3x80 Ampère voor een bedrijfsverzamelgebouw.
- 4Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter volledig; [xx] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
- 5De uitspraak betreft een kort-gedingprocedure in hoger beroep; de inhoudelijke motivering is slechts gedeeltelijk kenbaar uit de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het onderscheid tussen de aansluitplicht (art. 23 E-wet) en de transportplicht (art. 24 E-wet) van netbeheerders, waarbij capaciteitsgebrek een grond kan zijn om de transportplicht te beperken. De juridische impact is beperkt tot de concrete casus nu de volledige motivering niet beschikbaar is.
Praktische impact
Voor [xx] en de projectontwikkelaar betekent de bekrachtiging dat de gewenste elektriciteitsaansluitingen niet via deze kortgedingprocedure zijn afgedwongen, en dat [xx] bovendien de proceskosten van het hoger beroep draagt. Projecten waarbij netcapaciteit een knelpunt is, ondervinden verdere vertraging.
Onderwerp-impact
In de bouw- en energiesector onderstreept deze zaak de praktische kwetsbaarheid van herontwikkelingsprojecten bij netcongestie: het ontbreken van transportcapaciteit kan een wettelijke rechtvaardigingsgrond zijn voor netbeheerders om een aansluiting feitelijk te vertragen.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of adviesbureau [xx], handelend namens projectontwikkelaar Included Development B.V., bij netbeheerder Enexis met succes elektriciteitsaansluitingen kon afdwingen voor een nieuw te ontwikkelen bedrijfsverzamelgebouw op een voormalige bedrijfslocatie. Op 26 april 2024 had [xx] tien kleinverbruik aansluitingen van 3x80 Ampère aangevraagd voor tien afzonderlijke bedrijfsruimten in het gebouw. Enexis is als netbeheerder op grond van artikel 23 lid 1 Elektriciteitswet verplicht om binnen een redelijke termijn aansluitingen te realiseren. Tegelijkertijd geldt op grond van artikel 24 lid 2 Elektriciteitswet dat de transportplicht niet van toepassing is wanneer de netbeheerder redelijkerwijs geen transportcapaciteit beschikbaar heeft – een bepaling die in het licht van de heersende netcongestie in Nederland van grote praktische betekenis is. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant wees de vorderingen van [xx] op 20 maart 2025 af. [xx] ging in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigt het vonnis in zijn geheel en veroordeelt [xx] in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 2.219,00. De inhoudelijke motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk kenbaar, maar de bekrachtiging impliceert dat [xx] er niet in is geslaagd aan te tonen dat Enexis haar wettelijke verplichtingen schond. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking, maar illustreert opnieuw dat netcongestie een reëel juridisch obstakel vormt voor bouwprojecten die afhankelijk zijn van nieuwe elektriciteitsaansluitingen.