JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag22/100

Beroep Aldi tegen bestemmingsplan Hoorn ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202403948/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Retail
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Veegplan
Supermarkt Uitbreiding
Beleidsruimte Raad

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de raad van de gemeente Hoorn het bestemmingsplan "Veegplan 3" vastgesteld. Het bestreden plan is een veegplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Hoorn. Vooruitlopend op de Omgevingswet wil de raad met dit plan alle huidige bestemmingsplannen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen wat betreft bestemmingen en systematiek. Ook is een aantal verleende omgevingsvergunningen in het plan verwerkt en is een aantal fouten uit de bestemmingplannen gehaald. Aldi is gevestigd aan de Westerblokker 129 in Blokker en wil daar haar supermarkt uitbreiden om hem toekomstbestendig te maken. Zij kan zich niet met het plan verenigen omdat daarin haar uitbreidingsvoornemen niet is meegenomen. Op 8 januari 2024 heeft Aldi een zienswijze ingediend tegen het bestemmingsplan dat nu ter beoordeling staat. Daarin heeft zij de gemeenteraad verzocht zich uit te spreken over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreiding van de supermarkt. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Kern van de zaak

Aldi Zoetermeer B.V. wilde haar supermarkt aan de Westerblokker 129 in Blokker uitbreiden. De gemeente Hoorn nam dit uitbreidingsvoornemen niet mee in een gemeentebreed veegbestemmingsplan. Aldi ging hiertegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Beslissing van de rechter

Het beroep van Aldi Zoetermeer B.V. is ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte heeft en de betrokken belangen mag afwegen, en het veegplan primair gericht was op afstemming van bestaande plannen – niet op het honoreren van nieuwe uitbreidingswensen.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen vaste jurisprudentie over de beleidsruimte van de raad bij bestemmingsplannen en het overgangsrecht van de Omgevingswet, zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden. De zaak heeft een beperkte reikwijdte en betreft een enkelvoudige kamer.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure is het oude recht (Wro) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (art. 4.6 lid 3 Invoeringswet Omgevingswet).
  • 2Het bestreden plan betreft een gemeentebreed veegplan gericht op harmonisatie van bestemmingen en systematiek, niet op het faciliteren van individuele uitbreidingsplannen.
  • 3De raad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van een bestemmingsplan en hoeft uitbreidingswensen van derden niet in een veegplan op te nemen.
  • 4Aldi had op 22 maart 2023 een aanvraag ingediend, maar dit leidde niet tot de verplichting voor de raad om de uitbreiding planologisch mogelijk te maken.
  • 5De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeenteraden bij veegplannen niet verplicht zijn individuele uitbreidingswensen van bedrijven mee te nemen, en dat de beleidsruimte van de raad bij bestemmingsplanvaststelling breed is. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt conform de wettelijke regeling toegepast.

Praktische impact

Voor Aldi betekent dit dat de gewenste supermarktuitbreiding in Blokker niet via dit bestemmingsplan mogelijk is gemaakt; zij zal een separate planologische procedure moeten doorlopen om haar uitbreidingsplannen te realiseren.

Onderwerp-impact

Voor supermarkten en andere retailbedrijven die uitbreidingen nastreven, benadrukt deze uitspraak dat een veegplan niet het geëigende instrument is om nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden af te dwingen; daarvoor is een afzonderlijk planologisch traject vereist.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of de gemeenteraad van Hoorn bij de vaststelling van een gemeentebreed veegbestemmingsplan gehouden was de uitbreidingswensen van Aldi Zoetermeer B.V. voor haar supermarkt aan de Westerblokker 129 in Blokker planologisch mogelijk te maken. Het veegplan had als doel alle bestaande bestemmingsplannen binnen de gemeente te harmoniseren en op elkaar af te stemmen vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, alsmede een aantal verleende omgevingsvergunningen in te passen en fouten te corrigeren. Aldi had eerder in maart 2023 een aanvraag ingediend voor uitbreiding van haar supermarkt, maar de raad nam dit voornemen niet op in het plan. Vooraf stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing is: omdat het ontwerpplan op 8 december 2023 – dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 – ter inzage is gelegd, blijft het oude recht (de Wet ruimtelijke ordening) van toepassing op deze procedure. Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beschikt over aanzienlijke beleidsruimte en de betrokken belangen naar eigen inzicht mag afwegen. De Afdeling toetst slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht, niet of het plan zelf de meest wenselijke ruimtelijke ordening vertegenwoordigt. Nu het veegplan primair een technisch harmoniserende functie had en niet bedoeld was om nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te creëren, was de raad niet verplicht de uitbreidingswens van Aldi daarin op te nemen. Het beroep van Aldi werd dan ook ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten. Voor Aldi resteert de weg van een afzonderlijke planologische procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4460Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4460, Raad van State, 05-08-2026, 202404260/1/R4

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied