JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2025:2746Laag18/100

Hof behandelt hoger beroep over inschrijving kinderen peuterspeelgroep

ECLI:NL:GHSHE:2025:2746, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-10-2025, 200.350.089_01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 7 oktober 2025Publicatie: 7 oktober 2025
Procedure:Hoger beroep kort geding
Zaaknummer:200.350.089_01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Onderwijs
Co Ouderschap
Kort Geding
Ouderlijk Gezag
Vervangende Toestemming
Peuterspeelgroep

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vervangende toestemming plaatsing van de kinderen op een peuterspeelzaal. Het hof is van oordeel dat de vrouw geen belang meer heeft bij haar vordering. Dit gelet op de feitelijke ontwikkelingen na het bestreden vonnis, de beslissing van de rechtbank in de bodemzaak, het feit dat de kinderen thans binnen de zorgtijd van iedere ouder naar de door die ouder gekozen peuterspeelzaal gaan en dit bovendien geen gevolgen heeft voor de zorgregeling. Gezien de proceshouding van de vrouw veroordeelt het hof haar in de proceskosten.

Kern van de zaak

Gescheiden ouders twisten over de inschrijving van hun twee jonge kinderen bij een peuterspeelgroep in de woonplaats van de vader. De man vroeg vervangende toestemming van de rechter nadat de vrouw met de kinderen naar elders was verhuisd. De voorzieningenrechter verleende die vervangende toestemming, waartegen de vrouw in hoger beroep ging.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt het hoger beroep van de vrouw tegen het kortgedingvonnis waarbij de man vervangende toestemming kreeg om de kinderen in te schrijven bij peuterspeelgroep [D] te [C]. De uitkomst van de eindbeslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, nu de beslissing is afgebroken; de grieven van de vrouw betreffen het spoedeisend belang, de vervangende toestemming en de proceskostenveroordeling.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk kortgedinggeschil in hoger beroep over een specifieke kwestie tussen twee private partijen, zonder bredere precedentwerking; bovendien is de eindbeslissing niet volledig beschikbaar in de aangeleverde tekst.

Belangrijkste punten

  • 1Partijen zijn voormalige partners met gezamenlijk gezag over twee jonge kinderen ([persoon A] en [persoon B]).
  • 2De vrouw is medio zomer 2023 met de kinderen bij haar moeder elders gaan wonen, terwijl de man in de oorspronkelijke woonplaats bleef.
  • 3De man verzocht in kort geding vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen bij een peuterspeelgroep in zijn woonplaats; de voorzieningenrechter wees dit toe.
  • 4De vrouw bestrijdt in hoger beroep zowel het spoedeisend belang als de inhoudelijke beslissing over de vervangende toestemming en de proceskosten (zes grieven).
  • 5De volledige eindbeslissing van het hof is op basis van de aangeleverde tekst niet beschikbaar; de analyse is daardoor onvolledig.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak betreft de toepassing van artikel 1:253a BW (vervangende toestemming bij gezamenlijk gezag) in de context van een woonplaatswijziging door één ouder. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst niet vast te stellen.

Praktische impact

Voor de betrokken kinderen en ouders is de uitkomst bepalend voor de vraag bij welke peuterspeelgroep de kinderen worden ingeschreven en in welke gemeente dat plaatsvindt, wat samenhangt met de feitelijke zorgverdeling.

Onderwerp-impact

De zaak raakt de dagelijkse praktijk van co-ouderschap bij geografische afstand tussen ouders, in het bijzonder de beslissingsbevoegdheid over onderwijs- en opvanginschrijving bij kinderen in de peuterleeftijd.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een familiezaak tussen twee voormalige partners die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over hun twee jonge kinderen. Na het verbreken van de relatie is de vrouw medio 2023 met de kinderen naar een andere woonplaats verhuisd, terwijl de man in de oorspronkelijke woonplaats is gebleven. Partijen hadden eerder in kort geding een voorlopige zorgregeling afgesproken, waarbij de kinderen wisselend bij beide ouders verblijven. In eerste aanleg had de man in kort geding gevorderd dat de rechter de toestemming van de vrouw vervangt voor de inschrijving van de kinderen bij peuterspeelgroep/voorschool [D] in zijn woonplaats. De voorzieningenrechter heeft deze vervangende toestemming verleend op grond van artikel 1:253a BW, dat bepaalt dat de rechter bij geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag op verzoek een vervangende beslissing kan nemen. De vrouw is hierop in hoger beroep gegaan en heeft zes grieven aangevoerd. Haar bezwaren richten zich op de beoordeling van het spoedeisend belang, de inhoudelijke verlening van de vervangende toestemming voor de inschrijving, en de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw een deel van haar vorderingen ingetrokken. De volledige eindbeslissing van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet kenbaar; de weergegeven overwegingen breken af voordat het dictum zichtbaar is. Een definitieve juridische kwalificatie van de uitkomst is daarom niet mogelijk. De zaak illustreert de praktische complexiteit van gezamenlijk gezag bij geografisch gescheiden ouders, waarbij basisvoorzieningen als kinderopvang aanleiding kunnen geven tot gerechtelijke procedures.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2107Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2107, Gerechtshof Amsterdam, 28-07-2026, 200.362.142/01

Gerechtshof Amsterdam28 jul 2026AansprakelijkheidBouw
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2456Middel
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2456, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.355.678/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2409Laag
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2409, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.354.281/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2487Laag
Bestuursrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2487, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.360.534/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied