Vernietiging arbitraal vonnis afgewezen wegens correcte oproeping
ECLI:NL:GHDHA:2026:2409, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.354.281/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)vernietiginsgronden arbitraal vonnis gaan niet op, geschil advocatendeclaratie, belang basisadministratie voor deugdelijke oproeping arbitraal geschil
Kern van de zaak
Eiseres vordert vernietiging van een arbitraal vonnis van de Geschillencommissie Advocatuur, stellende dat zij niet correct is opgeroepen en daardoor niet heeft kunnen deelnemen aan de procedure. De wederpartij (een maatschap) betwist dit en stelt dat de oproeping correct was en dat eiseres bovendien via haar advocaat op de hoogte was van het aanhangig gemaakte geschil.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst alle vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten van € 6.050. De doorslaggevende reden is dat het hof oordeelt dat eiseres correct is opgeroepen in de arbitrale procedure, zodat de vernietigingsgronden van art. 1065 lid 1 onderdelen d en e Rv niet zijn komen vast te staan.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk casuïstische beslissing over de oproeping in een specifieke arbitrageprocedure bij de Geschillencommissie Advocatuur; de uitspraak past binnen de bestaande rechtspraak over art. 1065 Rv en stelt geen nieuwe rechtsnormen.
Belangrijkste punten
- 1Primaire vordering (verklaring voor recht) afgewezen wegens ontbreken van belang en doel
- 2Subsidiaire vordering tot vernietiging arbitraal vonnis beoordeeld op grond van art. 1065 lid 1 sub d en e Rv
- 3Eiseres stelde dat oproeping haar niet bereikte vanwege een adresverschil (ontbrekende streepjes in huisnummer)
- 4Maatschap voerde aan dat eiseres via haar (voormalige) advocaat per e-mail op de hoogte was van de arbitrageprocedure
- 5Hof oordeelt dat eiseres correct is opgeroepen; schending van hoor en wederhoor en openbare orde niet aangetoond
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij de beoordeling van vernietigingsgronden ex art. 1065 Rv de lat hoog ligt: enkel een adresverschil in schrijfwijze volstaat niet om gebrekkige oproeping aan te nemen, zeker als de betrokkene langs andere weg aantoonbaar kennis droeg van de procedure.
Praktische impact
Eiseres wordt in de proceskosten veroordeeld en het arbitraal vonnis blijft in stand; partijen die menen niet correct te zijn opgeroepen in arbitrage dienen concreet te onderbouwen dat zij daadwerkelijk niet op de hoogte konden zijn van de procedure.
Onderwerp-impact
Voor geschillenbeslechting via de Geschillencommissie Advocatuur bevestigt deze uitspraak dat de oproepingsformaliteiten strikt worden beoordeeld en dat bekendheid via de advocaat van de wederpartij relevant kan zijn voor de vraag of hoor en wederhoor is gewaarborgd.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag vorderde eiseres de vernietiging van een arbitraal vonnis dat was gewezen door de Geschillencommissie Advocatuur. Zij stelde dat zij niet correct was opgeroepen voor de arbitrale procedure, waardoor zij verstek had laten gaan en geen verweer had gevoerd. Als gevolg hiervan zou het vonnis in strijd zijn met het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor (art. 1065 lid 1 sub e Rv) en niet zijn voorzien van een deugdelijke motivering (art. 1065 lid 1 sub d Rv). Bovendien zou het vonnis in strijd zijn met de openbare orde. Eiseres onderbouwde haar oproepingsbezwaar met het argument dat haar geregistreerde adres in de Basisregistratie Personen zonder streepjes in het huisnummer was vermeld, terwijl de oproeping een afwijkende schrijfwijze bevatte. De maatschap betwistte gemotiveerd dat de oproeping gebrekkig was en voerde aan dat eiseres via haar (voormalige) advocaat per e-mail een kopie van het inleidend stuk had ontvangen op de dag dat het geschil aanhangig werd gemaakt (30 juli 2024). Eiseres was derhalve langs die weg op de hoogte van de procedure. Het hof wees de primaire vordering (een verklaring voor recht) bij voorbaat af wegens het ontbreken van een rechtens te respecteren belang. Ten aanzien van de subsidiaire vordering tot vernietiging stelde het hof voorop dat een gebrekkige oproeping inderdaad de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 sub e Rv kan opleveren, maar oordeelde vervolgens dat eiseres in dit geval correct was opgeroepen. Daarmee faalden alle vernietigingsgronden. Het hof wees alle vorderingen af en veroordeelde eiseres in de proceskosten ten bedrage van € 6.050, vermeerderd met wettelijke rente. Het arbitraal vonnis blijft daarmee in stand.