Geïntimeerde ontslagen van instantie na verzuim appellante
ECLI:NL:GHSHE:2025:2690, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-09-2025, 200.355.642_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Anticipatie. Advocaat appellante niet verschenen. Ontslag van instantie op grond van artikel 217 lid 2, tweede zin Rv.
Kern van de zaak
Appellante verscheen niet bij advocaat op de aangezegde vervroegde roldatum in hoger beroep. Geïntimeerde had via een anticipatie-exploot aangekondigd ontslag van instantie te vorderen bij niet-verschijning. Na een herstelkans die appellante onbenut liet, verzocht geïntimeerde de gevorderde sanctie.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de vordering van geïntimeerde toe en ontslaat geïntimeerde van de instantie, met veroordeling van appellante in de proceskosten. Doorslaggevend is dat appellante ook na een herstelgelegenheid — waarbij de griffier alsnog schriftelijk had geinformeerd conform HR 7 oktober 2022 — geen advocaat heeft gesteld.
Impactscore
LaagDe uitspraak is procedureel van aard en past de vaste regels rond anticipatie en ontslag van instantie toe conform bestaande Hoge Raad-jurisprudentie; er worden geen nieuwe rechtsnormen gevestigd en de zaak heeft beperkt precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Appellante verscheen niet op de vervroegde roldatum ondanks geldige aanzegging via anticipatie-exploot
- 2Griffier had nagelaten appellantes advocaat schriftelijk te informeren over het verzuim, wat vereist is op grond van HR 7 oktober 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1387)
- 3Na herstel van die procedurele omissie door de griffier bleef appellante in gebreke: geen advocaatstelling
- 4Gevolg: ontslag van instantie van geïntimeerde conform hetgeen in het anticipatie-exploot was aangezegd (art. 127 lid 2 Rv)
- 5Appellante veroordeeld in proceskosten: € 122,25 (anticipatie-exploot) + € 13.608,-- (griffierecht) + € 607,-- (salaris advocaat)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van HR 7 oktober 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1387): de griffier is gehouden appellantes advocaat schriftelijk te informeren over een verzuim bij niet-verschijning, alvorens verdere processuele consequenties intreden. Pas na naleving van die waarborg kan ontslag van instantie volgen.
Praktische impact
Voor appellante betekent het ontslag van instantie dat het hoger beroep effectief eindigt zonder inhoudelijke beoordeling, en zij de aanzienlijke proceskosten (ruim € 14.000,--) moet dragen. Geïntimeerde wordt bevrijd van de procedure zonder dat zijn positie inhoudelijk is beoordeeld.
Onderwerp-impact
In civiele procedures in hoger beroep onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige en correcte verschijning bij advocaat; het niet-naleven van procedurele verplichtingen kan leiden tot verlies van de instantie zonder inhoudelijke behandeling.
Samenvatting
In deze procedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond de vraag centraal wat de gevolgen zijn wanneer een appellante na een geldige aanzegging van een vervroegde roldatum niet bij advocaat verschijnt in hoger beroep. Geïntimeerde had via een anticipatie-exploot de zaak op de vervroegde roldatum laten inschrijven en daarin aangekondigd ontslag van instantie te vorderen indien appellante zou wegblijven. Appellante verscheen inderdaad niet. Op grond van artikel 127 lid 2, tweede zin Rv bood het hof appellante de gelegenheid dit verzuim te herstellen. Daarbij bleek echter dat de griffier had nagelaten appellantes advocaat schriftelijk van het verzuim en de herstelgelegenheid in kennis te stellen. Dit is ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1387) een vereiste procedurele stap, zodat de griffier dit alsnog heeft gedaan na een tussenarrest van het hof. Ondanks deze correcte herstelgelegenheid heeft appellante het verzuim niet hersteld en heeft zich geen advocaat gesteld. Het hof verbindt aan dit definitieve niet-verschijnen de gevolgen die geïntimeerde in het anticipatie-exploot had aangekondigd: ontslag van geïntimeerde van de instantie. Daarnaast wordt appellante veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 122,25 voor het anticipatie-exploot, € 13.608,-- aan griffierecht en € 607,-- aan salaris advocaat. De uitspraak illustreert het strikte procedurele kader bij anticipatie in hoger beroep en bevestigt dat het schriftelijk informeren van de wederpartij een harde voorwaarde is voordat processuele sancties bij niet-verschijning kunnen worden opgelegd, conform de norm die de Hoge Raad in 2022 heeft gesteld.