Arbeidsovereenkomst Bolidt niet stilzwijgend geëindigd bij uitzending Florida
ECLI:NL:GHDHA:2026:576, Gerechtshof Den Haag, 21-04-2026, 200.356.890/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Arbeidsrecht. Werknemer is in dienst getreden bij werkgever. Na 2 jaar is hij op verzoek van de werkgever bij een zustervennootschap in de VS gaan werken. Bijna twintig jaar later is hij teruggekeerd naar Nederland om daar zijn werkzaamheden voort te zetten. Partijen twisten over het antwoord op de vraag of de (oorspronkelijke) werkgever al die tijd werkgever is gebleven.
Kern van de zaak
Werknemer [verweerder] is door Bolidt uitgezonden naar Florida en heeft daar een arbeidsovereenkomst gesloten met de Amerikaanse dochtervennootschap BCC. Bolidt stelt dat de Nederlandse arbeidsovereenkomst daardoor in 2001 is geëindigd door wederzijds goedvinden of stilzwijgende opzegging. [Verweerder] betwist dit en vordert rechten op basis van de doorlopende Nederlandse arbeidsovereenkomst, waaronder tantièmes over meerdere jaren.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt het oordeel van de kantonrechter en wijst de grieven van Bolidt af: de arbeidsovereenkomst tussen Bolidt en [verweerder] is niet geëindigd. Doorslaggevend is dat het sluiten van een arbeidsovereenkomst met BCC niet automatisch het einde van de Bolidt-arbeidsovereenkomst meebrengt, en dat de 'entire agreement'-clausule in het BCC-contract uitsluitend de rechtsverhouding tussen [verweerder] en BCC betreft.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is rechtspraktisch relevant voor internationale arbeidsrelaties en de werking van entire-agreement-clausules, maar betreft een feitelijk specifieke zaak zonder nieuwe rechtsnormen; de impact blijft daarmee beperkt tot vergelijkbare uitzendingssituaties.
Belangrijkste punten
- 1Het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een buitenlandse entiteit (BCC) betekent niet zonder meer dat de Nederlandse arbeidsovereenkomst (met Bolidt) is geëindigd.
- 2Een 'entire agreement'-clausule in de BCC-overeenkomst heeft alleen betrekking op de rechten en verplichtingen tussen [verweerder] en BCC, niet op eventuele parallelle overeenkomsten met derden.
- 3Stilzwijgende opzegging of beëindiging met wederzijds goedvinden vereist duidelijke gedragingen die op beëindiging wijzen; het louter staken van de uitvoering en vertrek naar het buitenland volstaan niet.
- 4Beëdigde verklaringen uit 2012 waarin [verweerder] stelt uitsluitend voor BCC werkzaam te zijn, rechtvaardigen evenmin de conclusie dat de Bolidt-arbeidsovereenkomst was geëindigd.
- 5[Verweerder] heeft over de jaren 2017-2020 aanspraak op tantièmes; over 2016, 2021 en 2022 niet — de hoogte moet nog worden bepaald.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat parallelle arbeidsovereenkomsten bij internationale detachering mogelijk zijn en dat beëindiging van een arbeidsovereenkomst een expliciete rechtshandeling vereist; stilzwijgen en feitelijk staken van de uitvoering zijn onvoldoende. Entire-agreement-clausules in nevenovereenkomsten hebben geen doorwerking naar de hoofdarbeidsovereenkomst.
Praktische impact
Werkgevers die werknemers internationaal uitzenden dienen bij het aangaan van een lokale arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk de thuislandsarbeidsovereenkomst te beëindigen om aanspraken op loon, tantièmes en andere arbeidsrechtelijke rechten te vermijden. Voor [verweerder] betekent de uitspraak dat Bolidt gehouden is tot nakoming, inclusief een bruto-equivalent van ruim €12.500 netto per maand plus vakantietoeslag.
Onderwerp-impact
In de context van internationale uitzending en grensoverschrijdende arbeidsrelaties onderstreept deze zaak het belang van heldere documentatie bij de overgang van werknemers naar buitenlandse groepsentiteiten, met name voor multinationals die medewerkers tijdelijk of permanent naar het buitenland sturen.
Samenvatting
In deze hoger-beroepsprocedure staat centraal of de arbeidsovereenkomst tussen het Nederlandse bedrijf Bolidt en haar werknemer [verweerder] in 2001 is geëindigd toen [verweerder] naar Florida vertrok en aldaar een arbeidsovereenkomst sloot met de Amerikaanse groepsvennootschap BCC. Bolidt betoogde dat de Nederlandse arbeidsovereenkomst stilzwijgend of met wederzijds goedvinden was beëindigd, en voerde daarvoor een reeks omstandigheden aan: het langdurige verblijf in de VS, het sluiten van een arbeidsovereenkomst met BCC (inclusief een entire-agreement-clausule), het staken van de uitvoering van de Bolidt-overeenkomst, het ontbreken van een terugkeergarantie, en beëdigde verklaringen uit 2012 waarin [verweerder] zichzelf als uitsluitend BCC-werknemer omschreef. Het Gerechtshof Den Haag bevestigt het oordeel van de kantonrechter en verwerpt alle grieven van Bolidt. Het hof overweegt dat het bestaan van een arbeidsovereenkomst met BCC niet automatisch de beëindiging van de Bolidt-overeenkomst inhoudt. Beëindiging vereist hetzij een expliciete opzegging, hetzij wederzijds goedvinden dat uit duidelijke gedragingen van beide partijen blijkt. Aan dat vereiste is niet voldaan. De entire-agreement-clausule in het BCC-contract regelt uitsluitend de rechtsverhouding tussen [verweerder] en BCC en heeft geen werking ten aanzien van de afzonderlijke Bolidt-overeenkomst. Ook de beëdigde verklaringen uit 2012 doen hieraan niet af. Als gevolg hiervan blijft Bolidt gebonden aan de arbeidsovereenkomst, met alle verplichtingen van dien, waaronder een loon van het bruto-equivalent van ruim €12.500 netto per maand plus 8% vakantietoeslag. Wat betreft de tantièmes oordeelde de kantonrechter eerder dat [verweerder] over 2017-2020 aanspraak heeft, maar over 2016, 2021 en 2022 niet; de hoogte moet nog worden vastgesteld. De zaak illustreert dat werkgevers bij internationale uitzending de thuislandsarbeidsovereenkomst uitdrukkelijk dienen te beëindigen om onbedoelde voortlopende aanspraken te vermijden.