Rijkswaterstaat niet aansprakelijk voor sloop schip na bestuursdwang
ECLI:NL:GHDHA:2026:391, Gerechtshof Den Haag, 24-03-2026, 200.333.996/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Onrechtmatige overheidsdaad. De Staat heeft uitvoering gegeven aan een last onder bestuursdwang en een onbeheerd achtergelaten schip verkocht aan een sloperij, waarna het is afgevoerd en vernietigd. De scheepseigenaar vordert schadevergoeding. De vordering wordt afgewezen, omdat de bestuursdwang op zorgvuldige wijze is uitgevoerd en de Staat in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot verkoop en sloop van het schip voor € 1,00.
Kern van de zaak
Diamant, eigenaar van een schip, stelt dat Rijkswaterstaat onrechtmatig heeft gehandeld door bij de uitvoering van een last onder bestuursdwang de formele vereisten te schenden en het schip voor slechts € 1,00 te verkopen aan een sloopbedrijf. Diamant vordert vergoeding van de waarde van het schip (getaxeerd op € 2,5 miljoen) en gederfde winst wegens gemist gebruik als hotelschip in Marokko.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de vorderingen van Diamant af; de rechtbank had de vorderingen al op 5 juli 2023 afgewezen en het hof bekrachtigt dit oordeel. Doorslaggevend is dat Diamant de betwisting van Rijkswaterstaat over de waarde en staat van het schip – onderbouwd door het Dekra-rapport uit 2014 – onvoldoende weerlegt, en dat de gestelde onrechtmatigheid bij de uitvoering van de bestuursdwang niet is komen vast te staan.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijk specifieke zaak over bestuursdwang en waardebepaling van één schip, zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of precedentwerking te hebben voor bredere categorieën van gevallen. De juridische uitkomst is in lijn met bestaand recht.
Belangrijkste punten
- 1Diamant stelt schending van artt. 5:24 lid 3, 5:29 en 5:30 Awb bij de uitvoering van de last onder bestuursdwang door Rijkswaterstaat.
- 2Het schip werd voor € 1,00 verkocht aan een sloopbedrijf; Diamant taxeert de handelswaarde op € 2,5 miljoen (taxateur 2023), Rijkswaterstaat beroept zich op het Dekra-rapport uit 2014.
- 3Het hof oordeelt dat Diamant de bevindingen van het Dekra-rapport onvoldoende heeft weerlegd.
- 4Vorderingen omvatten zowel de schipwaarde als gederfde winst (exploitatie als hotelschip in Marokko).
- 5Diamant wordt ook in hoger beroep in de proceskosten veroordeeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat eigenaren die schade lijden door bestuursdwang de bewijslast dragen ten aanzien van zowel de onrechtmatigheid van de uitvoering als de waarde van het goed, en dat een na-achteraf opgesteld taxatierapport onvoldoende gewicht heeft tegenover een contemporaine beoordeling. De formele vereisten van artt. 5:24 lid 3, 5:29 en 5:30 Awb bieden geen automatische grond voor schadevergoeding zonder bewijs van causaal schadenadeel.
Praktische impact
Eigenaren van in beslag genomen of gesloopte goederen na bestuursdwang moeten tijdig en adequaat bewijs verzamelen over de staat en waarde van hun goed; een jaren later opgesteld taxatierapport volstaat niet om een gedegen contemporain expertiserapport te ontkrachten.
Onderwerp-impact
Voor de scheepvaart- en vastgoedsector benadrukt deze uitspraak het belang van documentatie van de toestand van vaartuigen op het moment van overheidsoptreden, zeker wanneer exploitatieplannen (zoals inzet als hotelschip) deel uitmaken van een schadeclaim.
Samenvatting
In deze zaak vorderde Diamant, eigenaar van een schip, schadevergoeding van Rijkswaterstaat wegens onrechtmatig handelen bij de uitvoering van een last onder bestuursdwang. Rijkswaterstaat had het schip laten slopen en het tevoren voor slechts € 1,00 verkocht aan een sloopbedrijf. Diamant stelde dat Rijkswaterstaat daarbij de procedurele vereisten van de Awb (artt. 5:24 lid 3, 5:29 en 5:30) had geschonden en dat de verkoopprijs volstrekt onredelijk was. De schade bestond volgens Diamant uit de marktwaarde van het schip – door een in 2023 ingeschakelde registertaxateur geraamd op € 2,5 miljoen – en gederfde winst als gevolg van het mislopen van de exploitatie als hotelschip in Marokko. De rechtbank wees de vorderingen op 5 juli 2023 reeds af en veroordeelde Diamant in de proceskosten. In hoger beroep formuleerde Diamant zes grieven, maar het Gerechtshof Den Haag bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het hof oordeelde dat Diamant de gemotiveerde betwisting van Rijkswaterstaat – die zich beriep op het Dekra-rapport van 19 december 2014, opgesteld vlak na de bestuursdwanguitvoering – onvoldoende heeft weerlegd. Het achteraf opgestelde taxatierapport uit 2023 slaagde er niet in de contemporaine bevindingen van Dekra over de staat van het schip te ontkrachten. De juridische kern is dat het enkele feit dat procedurele voorschriften mogelijk niet volledig zijn nageleefd, onvoldoende is voor toewijzing van een schadeclaim als het causaal verband met de gestelde schade en de omvang van die schade niet zijn komen vast te staan. Diamant werd ook in hoger beroep in de proceskosten veroordeeld. De uitspraak onderstreept dat partijen die schade claimen na overheidsoptreden tijdig en deugdelijk bewijs moeten vergaren en dat late taxatierapporten zonder nadere onderbouwing onvoldoende gewicht in de schaal leggen.