Ontslag op staande voet nietig verklaard in hoger beroep
ECLI:NL:GHDHA:2026:2835, Gerechtshof Den Haag, 15-09-2026, 200.363.605/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Uitleg CAO. Maatstaf 7:638 lid 2 BW. Geen gewichtige redenen werkgever om de aangevraagde vakantie van werknemer te weigeren. OOSV wegens plichtsverzuim / werkweigering niet rechtsgeldig.
Kern van de zaak
Een werkgever (verzoekster) gaf een werknemer (verweerder) ontslag op staande voet wegens een gestelde dringende reden. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was, waarna de werkgever in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Den Haag.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was. De grieven van de werkgever falen omdat er geen sprake was van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 lid 1 BW die het ontslag op staande voet rechtvaardigt.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van gevestigde rechtspraak over ontslag op staande voet zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en stelt geen nieuwe rechtsregels vast. De tekst is bovendien onvolledig, waardoor de precieze feiten niet beoordeeld kunnen worden.
Belangrijkste punten
- 1Het hof past de vaste Hoge Raad-norm toe: bij beoordeling dringende reden moeten alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden beoordeeld.
- 2Relevante omstandigheden zijn: aard en ernst van de gedraging, aard en duur van de dienstbetrekking, wijze van functievervulling, en persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
- 3De werkgever slaagde er niet in aan te tonen dat de gestelde gedragingen van de werknemer een dringende reden opleverden.
- 4De beschikking van de kantonrechter Den Haag van 25 september 2025 wordt in hoger beroep volledig bekrachtigd.
- 5De uitspraak is gebaseerd op een onvolledige tekstweergave; specifieke feiten over de aard van de verweten gedraging ontbreken in de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toetsing van ontslag op staande voet conform artikel 7:678 BW en de vaste Hoge Raad-rechtspraak over de omstandighedenmaatstaf. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet vereist een samenhangende afweging van alle relevante omstandigheden.
Praktische impact
De werkgever is het hoger beroep verloren en zal vermoedelijk worden veroordeeld in de proceskosten; de werknemer behoudt zijn rechtspositie zoals door de kantonrechter vastgesteld, wat kan betekenen dat aanspraken op loon of herstel dienstbetrekking intact blijven.
Onderwerp-impact
Voor arbeidsrechtpraktijk bevestigt dit arrest dat rechters streng toetsen bij ontslag op staande voet en dat werkgevers alle relevante omstandigheden afdoende moeten onderbouwen om een dringende reden te kunnen dragen.
Samenvatting
In deze zaak ging een werkgever in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag tegen een beschikking van de kantonrechter Den Haag van 25 september 2025, waarbij het aan een werknemer gegeven ontslag op staande voet ongeldig was bevonden. De werkgever betoogde in hoger beroep dat de werknemer wel degelijk een dringende reden had gegeven voor het ontslag op staande voet. Het hof toetste de zaak aan artikel 7:678 lid 1 BW, dat bepaalt dat een dringende reden aanwezig is wanneer er zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer zijn dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij past het hof de vaste maatstaf van de Hoge Raad toe: alle omstandigheden van het geval dienen in onderling verband en samenhang te worden beoordeeld. Relevante factoren zijn onder meer de aard en ernst van de verweten gedraging, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer zijn functie heeft vervuld, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer — waaronder leeftijd en de gevolgen van het ontslag. Het hof concludeert dat de grieven van de werkgever falen. De werkgever heeft niet aangetoond dat de gestelde gedragingen van de werknemer, bij afweging van alle omstandigheden, een dringende reden opleveren die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kantonrechter volledig. Noot: de beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de specifieke feiten over de verweten gedraging van de werknemer niet kunnen worden vastgesteld. De analyse is gebaseerd op de beschikbare overwegingen en beslissing.