Werknemer bewijst 40-urige werkweek bij NewBahar in hoger beroep
ECLI:NL:GHDHA:2026:2830, Gerechtshof Den Haag, 15-09-2026, 200.357.161/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Geschil over omvang dienstverband en, in verband daarmee, hoogte salaris. Beoordeling na horen van getuigen.
Kern van de zaak
Een werkneemster ([verweerster]) vordert achterstallig loon van haar werkgever NewBahar, gebaseerd op een 40-urige werkweek. De kantonrechter had haar bij beschikking van 7 februari 2025 opgedragen bewijs te leveren van het aantal gewerkte uren. In hoger beroep heeft het hof getuigen gehoord om dit bewijs te beoordelen.
Beslissing van de rechter
Het hof oordeelt dat [verweerster] in hoger beroep alsnog heeft bewezen dat zij veertig uur per week voor NewBahar heeft gewerkt. Doorslaggevend zijn de consistente getuigenverklaringen van meerdere getuigen, die de verklaring van NewBahars statutair directeur tegenspreken, mede in aanmerking genomen dat NewBahar een rechterlijk bevel niet heeft nageleefd en een sleutelgetuige ([leidinggevende]) niet heeft laten verschijnen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke loonzaak in hoger beroep bij een gerechtshof zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe partijen.
Belangrijkste punten
- 1Het hof beoordeelt in hoger beroep of [verweerster] het door de kantonrechter opgelegde bewijs alsnog heeft geleverd.
- 2Meerdere getuigen (o.a. [getuige 7] en [getuige 8]) bevestigen de aanwezigheid en werkzaamheden van [leidinggevende] bij NewBahar, in tegenstelling tot de verklaring van NewBahars directeur.
- 3NewBahar heeft een bevel van de kantonrechter niet opgevolgd, hetgeen zwaar weegt in het nadeel van NewBahar.
- 4NewBahar had het in haar macht de getuige [leidinggevende] te laten verschijnen, maar heeft dat nagelaten, met bewijsrechtelijke gevolgen.
- 5Omdat het bewijs geleverd wordt geacht, heeft [verweerster] geen belang meer bij haar bezwaren omtrent de bewijslastverdeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert hoe bewijslevering in hoger beroep door getuigenverhoor alsnog kan slagen en dat het niet opvolgen van rechterlijke bevelen en het achterhouden van getuigen negatieve bewijsrechtelijke consequenties voor de werkgever heeft.
Praktische impact
Voor [verweerster] betekent dit dat haar aanspraak op loon gebaseerd op een 40-urige werkweek (€ 2.900,- netto per maand) gegrond wordt bevonden; NewBahar zal het achterstallige loon moeten voldoen.
Onderwerp-impact
In arbeidsrechtelijke loongeschillen onderstreept deze uitspraak het belang van consistente getuigenverklaringen en de bewijsrechtelijke risico's voor werkgevers die rechterlijke bevelen negeren of relevante getuigen niet laten verschijnen.
Samenvatting
In deze arbeidsrechtelijke loonzaak staat centraal of werkneemster [verweerster] kan bewijzen dat zij gedurende haar dienstverband bij NewBahar veertig uur per week heeft gewerkt, hetgeen recht zou geven op een nettoloon van € 2.900,- per maand. De kantonrechter had [verweerster] bij beschikking van 7 februari 2025 opgedragen dit bewijs te leveren. Nadat dit bewijs in eerste aanleg niet geleverd werd geacht, is in hoger beroep een uitgebreid getuigenverhoor gehouden waarbij negen getuigen zijn gehoord, waaronder de statutair directeur en meerdere werknemers van NewBahar, alsmede familieleden en de ex-partner van [verweerster]. Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat [verweerster] in hoger beroep alsnog het vereiste bewijs heeft geleverd. Doorslaggevend hierbij is dat de verklaring van NewBahars statutair directeur over de (beperkte) aard van de werkzaamheden van een sleutelpersoon ([leidinggevende]) wordt weersproken door minimaal drie andere getuigenverklaringen. Getuigen [getuige 7] en [getuige 8] bevestigen onafhankelijk van elkaar de structurele aanwezigheid en werkzaamheden van [leidinggevende] bij NewBahar, hetgeen de lezing van [verweerster] ondersteunt. Bijzonder gewicht komt toe aan de omstandigheid dat NewBahar een bevel van de kantonrechter niet heeft nageleefd en dat zij [leidinggevende], een getuige die in haar macht lag, niet heeft laten verschijnen voor het hof. Dit laatste wordt NewBahar bewijsrechtelijk aangerekend. Nu het bewijs geleverd wordt geacht, heeft [verweerster] geen processueel belang meer bij haar bezwaren tegen de getuigenverhoren in hoger beroep en bij de door haar bepleite omkering van de bewijslast. De uitspraak benadrukt het belang van medewerking aan rechterlijke bevelen en de risico's van het achterhouden van getuigen in arbeidsrechtelijke procedures.