Ouders bereiken overeenstemming over zorgregeling en kinderalimentatie
ECLI:NL:GHDHA:2026:2486, Gerechtshof Den Haag, 08-07-2026, 200.362.761/01, 200.362.761/02 en 200.362.763/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vrouw wenst dat het hof bij de berekening van de verdeling van de kosten van de kinderen af wijkt van de aanbeveling in het rapport Alimentatienormen. Het hof is van oordeel dat de vrouw geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat van het forfaitaire systeem moet worden afgeweken.
Kern van de zaak
Twee ouders procedeerden in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag over de zorgregeling voor hun minderjarige kinderen en de verdeling van kinderalimentatie na een echtscheiding. De vrouw had grieven ingediend tegen de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling en de draagkrachtverdeling bij de kinderalimentatie.
Beslissing van de rechter
Het hof vernietigt de bestreden beschikking op het punt van de zorg- en vakantieregeling en legt de door partijen overeengekomen regeling vast, waarbij de kinderen om de week van vrijdag na school tot zondag 17.30 uur bij de man verblijven. De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schorsingsverzoek omdat zij dit ter zitting heeft ingetrokken.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke, individuele familiezaak zonder principiële rechtsvragen. De uitkomst is casusgericht en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Partijen bereikten tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming over de zorgregeling, inclusief de eindtijd op zondag (17.30 uur).
- 2Ook over de vakantieregeling (meivakantie en kerstvakantie) zijn concrete afspraken gemaakt met een wisselend schema per even/oneven jaar.
- 3De zomervakanties zijn nog niet definitief verdeeld; partijen zullen hierover nog nader overleggen.
- 4De vrouw heeft haar schorsingsverzoek (uitvoerbaarverklaring bij voorraad) ingetrokken, waardoor zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in dat verzoek.
- 5De grief van de vrouw over de kinderalimentatie richt zich uitsluitend op de verdeling van de draagkracht en de verzilvering van de zorgkorting ten aanzien van één minderjarige.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat een rechter in hoger beroep een minnelijke overeenstemming tussen partijen kan opnemen in het dictum en de eerdere beschikking op dat punt kan vernietigen. De niet-ontvankelijkverklaring wegens intrekking van een verzoek ter zitting bevestigt een gebruikelijke procesrechtelijke lijn.
Praktische impact
Voor de betrokken ouders biedt de vastgelegde zorg- en vakantieregeling duidelijkheid en rechtszekerheid over de verblijfsregeling van de kinderen. De nog openstaande kwestie rondom de zomervakanties en de kinderalimentatie vereist mogelijk verdere afstemming of procedure.
Onderwerp-impact
In familiezaken waarbij ouders na echtscheiding strijden over zorg- en alimentatieregelingen, benadrukt deze uitspraak het belang van schikkingsbereidheid tijdens de mondelinge behandeling en de mogelijkheid om afspraken rechterlijk te laten bekrachtigen.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag stonden twee ouders tegenover elkaar over de zorgregeling voor hun minderjarige kinderen en de vaststelling van kinderalimentatie na hun scheiding. De vrouw had in eerste aanleg grieven, onder meer over de locatie van de zorgregeling, de opbouwregeling en de verdeling van de draagkracht bij de kinderalimentatie. In hoger beroep was tevens een schorsingsverzoek aanhangig. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof bereikten partijen overeenstemming over de zorg- en vakantieregeling. Zij kwamen overeen dat de kinderen om de week van vrijdag na school tot zondagmiddag 17.30 uur bij de vader verblijven. Voor de meivakantie en kerstvakantie is een wisselend schema afgesproken op basis van even en oneven jaren. Over de zomervakantie zullen partijen nog nader overleggen. Het hof heeft deze overeenstemming opgenomen in het dictum en de eerdere beschikking van de rechtbank op het punt van de zorg- en vakantieregeling vernietigd. Ten aanzien van het schorsingsverzoek (uitvoerbaarheid bij voorraad) heeft de vrouw dit ter zitting ingetrokken, waardoor zij op dat onderdeel niet-ontvankelijk wordt verklaard, nu de aangevoerde gronden niet meer inhoudelijk konden worden beoordeeld. De grief over de kinderalimentatie – met name de verdeling van de draagkracht en de gedeeltelijke verzilvering van de zorgkorting voor één van de kinderen – was nog wel in geschil, maar de uitspraaktekst is op dit punt onvolledig weergegeven, waardoor de uiteindelijke beslissing hierover niet volledig kan worden beoordeeld. De zaak heeft een beperkte juridische precedentwerking en is primair van belang voor de direct betrokken partijen.