JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2460Middel38/100

Zorgverzekeraar Avéro Achmea deels veroordeeld voor CAR-T-behandeling

ECLI:NL:GHDHA:2026:2460, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.281.045/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 24 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.281.045/02
Socialezekerheidsrecht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Zorg
Verzekering
Car T Therapie
Zorgverzekering
Nza Tarieven
Yescarta
Wmg

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Geldt de verstrekking van een (kostbaar) geneesmiddel in het buitenland aan een Nederlandse verzekerde als verzekerde zorg onder de Zorgverzekeringswet, ook al gold hiervoor destijds in Nederland nog geen handelsvergunning? Eindarrest. (zie ook ECLI:NL:GHDHA:2022:2877, ECLI:NL:GHDHA:2022:2878, ECLI:NL:HR:2024:1416, ECLI:NL:GHDHA:2025:3062 en ECLI:NL:GHDHA:2025:3063)

Kern van de zaak

Een verzekerde (geïntimeerde) onderging in maart/april 2018 een CAR-T-behandeling (met geneesmiddel Yescarta) en claimde vergoeding van de kosten bij zorgverzekeraar Avéro Achmea. De verzekeraar weigerde volledige vergoeding, waarop de verzekerde naar de rechter stapte. De rechtbank veroordeelde Avéro Achmea tot betaling, waarna het gerechtshof in hoger beroep een deskundigenonderzoek liet uitvoeren naar de juiste tarieven.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag vernietigt het bestreden vonnis gedeeltelijk, voor zover Avéro Achmea daarin was veroordeeld tot betaling van meer dan het door het hof vastgestelde bedrag. Op basis van het deskundigenbericht stelt het hof de totale vergoeding vast op € 435.746,36, waarbij voor het geneesmiddel Yescarta een tarief van € 310.650,- wordt gehanteerd, gebaseerd op NZa-maximumtarieven dan wel gemiddeld in Nederland gedeclareerde bedragen voor vrije tarieven.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft praktische betekenis voor geschillen over vergoeding van innovatieve en dure behandelingen zoals CAR-T-therapie, maar betreft een feitelijke toepassing van bestaande NZa-regelgeving zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels te stellen.

Belangrijkste punten

  • 1Deskundige adviseerde vergoeding van € 435.746,36 op basis van NZa-maximumtarieven of gemiddeld gedeclareerde bedragen bij vrije tarieven
  • 2Voor Yescarta (CAR-T-geneesmiddel) werd een tarief van € 310.650,- aangehouden
  • 3Bepalend was of voor de verleende zorg in 2018 DBC-zorg- en/of overige producten als prestatiebeschrijving ex artikel 35 Wmg waren vastgesteld
  • 4Het hof vernietigt het vonnis gedeeltelijk en veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van hetgeen Avéro Achmea meer heeft voldaan dan het hof verschuldigd acht
  • 5Proceskosten inclusief nasalaris worden vastgesteld op € 24.392,-, met mogelijke extra kosten bij betekening

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 35 Wmg bij de vergoeding van innovatieve (dure) geneesmiddelen en behandelingen, en bevestigt dat NZa-tarieven en gemiddeld gedeclareerde bedragen maatgevend zijn voor de hoogte van de zorgverzekeringsvergoeding. Dit is relevant voor geschillen over vergoeding van (buitenlandse of innovatieve) zorg waarbij geen vastgesteld tarief bestaat.

Praktische impact

Avéro Achmea hoeft minder te betalen dan waartoe de rechtbank haar had veroordeeld, en de verzekerde moet het teveel ontvangen bedrag terugbetalen. Voor verzekerden met vergelijkbare innovatieve behandelingen biedt de uitspraak een referentiepunt voor de hoogte van te verwachten vergoedingen.

Onderwerp-impact

Voor de zorgsector bevestigt deze uitspraak dat bij CAR-T-therapieën en andere innovatieve dure geneesmiddelen de NZa-tariefstructuur (of het gemiddeld gedeclareerde bedrag bij vrije tarieven) bepalend is voor zorgverzekeringsvergoedingen, wat relevant is voor ziekenhuizen, verzekeraars en patiënten.

Samenvatting

In deze zaak vorderde een verzekerde van Avéro Achmea vergoeding van de kosten van een CAR-T-behandeling met het geneesmiddel Yescarta, ondergaan in maart en april 2018. De rechtbank had Avéro Achmea veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag, waarna de zaak in hoger beroep kwam bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof gelastte een deskundigenonderzoek om te bepalen welke tarieven van toepassing waren op de verleende zorg in het licht van artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De deskundige moest onder meer vaststellen of voor de behandeling DBC-zorgproducten of overige producten waren vastgesteld, en zo nee, welke tarieven naar Nederlandse marktomstandigheden passend waren. De deskundige concludeerde dat de totale vergoeding € 435.746,36 bedraagt, berekend op basis van het toepasselijke NZa-maximumtarief voor gereguleerde prestaties en het gemiddeld in Nederland gedeclareerde bedrag voor vrije tarieven. Voor Yescarta werd een tarief van € 310.650,- aangehouden. Het hof volgt dit advies en vernietigt het bestreden vonnis gedeeltelijk: voor zover Avéro Achmea was veroordeeld tot betaling van meer dan het door het hof vastgestelde bedrag, wordt de veroordeling bijgesteld. Avéro Achmea heeft tevens succesvol terugbetaling gevorderd van het teveel aan geïntimeerde voldane bedrag. De proceskosten, inclusief nasalaris, worden vastgesteld op € 24.392,-. Deze uitspraak is relevant voor de praktijk rondom vergoeding van innovatieve en kostbare geneesmiddelen binnen de zorgverzekering, en benadrukt het belang van NZa-tariefstructuren als toetssteen bij dergelijke vergoedingsgeschillen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4402Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4402, Raad van State, 29-07-2026, 202503535/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4446Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4446, Raad van State, 29-07-2026, 202407702/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4447Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4447, Raad van State, 29-07-2026, 202407533/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied