JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2309Middel38/100

Hoger beroep niet-ontvankelijk na afstand via regelrechter-formulier

ECLI:NL:GHDHA:2026:2309, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.366.101/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.366.101/01
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht
Overheid
Vastgoed
Hoger Beroep
Regelrechter
Artikel 96 Rv
Verkrijgende Verjaring
Registergoederen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hoger beroep tegen vonnis van regelrechter (artikel 96 Rv). Appelverbod van artikel 333 Rv. Geen voorbehoud van hoger beroep. Niet-ontvankelijk. Doorbrekingsjurisprudentie is niet van toepassing.

Kern van de zaak

Appellanten kwamen in hoger beroep van een vonnis van de kantonrechter dat was gewezen via het experiment 'regelrechter' (artikel 96 Rv). Beide partijen hadden bij aanmelding het vakje 'nee' aangekruist bij de vraag of zij in hoger beroep wilden kunnen gaan. Het geschil betrof eigendom van registergoederen en verkrijgende verjaring.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep. De doorslaggevende reden is dat partijen bij aanmelding voor de regelrechterprocedure uitdrukkelijk en eensluidend hebben afgezien van de mogelijkheid van hoger beroep, zoals vereist door artikel 333 Rv, door beiden 'nee' aan te kruisen op het aanmeldformulier.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft praktisch belang voor de toepassing van het experiment regelrechter en de grenzen van afstand van hoger beroep, maar is een feitenrechtelijke toepassing van bestaande procesrechtelijke regels zonder fundamentele koerswijziging.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van artikel 333 Rv staat hoger beroep tegen een regelrechtervonnis slechts open indien partijen zich dat beroep uitdrukkelijk hebben voorbehouden bij aanmelding.
  • 2Beide partijen kruisten 'nee' aan bij de vraag over hoger beroep op het aanmeldformulier, waarmee zij ondubbelzinnig afstand deden van dit rechtsmiddel.
  • 3Appellanten betoogden dat artikel 96 Rv niet van toepassing is op geschillen over eigendom van registergoederen en verkrijgende verjaring, omdat de rechtsgevolgen derden raken via de openbare registers en grotendeels van dwingend recht zijn.
  • 4Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de afstandsverklaring geldig was, zodat niet-ontvankelijkheid volgde.
  • 5De zaak illustreert een wezenlijk risico van het experiment regelrechter: onbewuste en definitieve afstand van hoger beroep bij het invullen van het aanmeldformulier.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de afstandsverklaring van hoger beroep in het aanmeldformulier van het experiment regelrechter bindend is, ook als het geschil mogelijk niet geschikt was voor artikel 96 Rv wegens de aard van de rechtsgevolgen (registergoederen, derdenbescherming). Dit stelt grenzen aan de mogelijkheid om achteraf de toepasselijkheid van artikel 96 Rv aan te vechten als grond voor herstel van het recht op hoger beroep.

Praktische impact

Partijen die kiezen voor de regelrechterprocedure en daarbij afstand doen van hoger beroep, zijn definitief gebonden aan dat vonnis, ongeacht later gerezen twijfels over de geschiktheid van hun zaak voor deze procedure. Dit vraagt om grotere bewustwording bij advocaten en partijen bij het invullen van het aanmeldformulier.

Onderwerp-impact

Voor geschillen over eigendom en verkrijgende verjaring van registergoederen is extra voorzichtigheid geboden bij de keuze voor de regelrechterprocedure, nu het hof de niet-ontvankelijkheid handhaaft ondanks de betrokkenheid van derdenbelangen via de openbare registers.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of appellanten ontvankelijk waren in hun hoger beroep van een vonnis dat was gewezen door de kantonrechter via het experiment 'regelrechter' op grond van artikel 96 Rv en het Tijdelijk besluit experiment regelrechter. Beide partijen hadden zich vrijwillig voor deze procedure aangemeld en daarbij op het aanmeldformulier expliciet aangekruist dat zij géén gebruik wilden maken van de mogelijkheid van hoger beroep. Het Gerechtshof Den Haag verklaart appellanten niet-ontvankelijk. De wettelijke grondslag hiervoor is artikel 333 Rv, dat bepaalt dat hoger beroep tegen een dergelijk vonnis slechts openstaat indien partijen zich dat recht bij aanmelding uitdrukkelijk en eensluidend hebben voorbehouden. Nu beide partijen het vakje 'nee' hadden aangekruist, was van een dergelijk voorbehoud geen sprake en hadden zij onherroepelijk afstand gedaan van dit rechtsmiddel. Appellanten betoogden primair dat artikel 96 Rv in het geheel niet van toepassing was op hun geschil, dat betrekking had op eigendom van registergoederen en verkrijgende verjaring. Zij voerden aan dat de rechtsgevolgen van verkrijgende verjaring van registergoederen grotendeels van dwingend recht zijn en derden raken via de openbare registers, zodat dit type geschil zich niet leent voor de vrijwillige rechtsmachtprocedure van artikel 96 Rv. De kantonrechter had dit ambtshalve moeten onderzoeken, aldus appellanten, en het nalaten daarvan zou de afstandsverklaring van een wettelijke grondslag beroven. Het hof verwierp dit verweer. De conclusie luidt dat de afstandsverklaring in het aanmeldformulier rechtsgeldig en bindend is, zodat appellanten de weg naar hoger beroep definitief hadden afgesloten. De uitspraak onderstreept het belang van een weloverwogen keuze bij aanmelding voor de regelrechterprocedure: de keuze voor of tegen hoger beroep op het formulier heeft verstrekkende en onomkeerbare procesrechtelijke gevolgen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2107Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2107, Gerechtshof Amsterdam, 28-07-2026, 200.362.142/01

Gerechtshof Amsterdam28 jul 2026AansprakelijkheidBouw
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2456Middel
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2456, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.355.678/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2409Laag
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2409, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.354.281/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2487Laag
Bestuursrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2487, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.360.534/01

Gerechtshof Den Haag28 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen