JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2181Laag28/100

Echtelijke woning toegedeeld na verdeling huwelijksgemeenschap

ECLI:NL:GHDHA:2026:2181, Gerechtshof Den Haag, 17-06-2026, 200.359.786/01 en 200.359.786/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 17 juni 2026Publicatie: 3 juli 2026
Zaaknummer:200.359.786/01 en 200.359.786/02
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Echtscheiding
Toedeling
Huwelijksgoederengemeenschap
Echtelijke Woning
Schorsingsverzoek

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beperkte wettelijke gemeenschap van goederen, de eigenwoning en vergoedingsrechten van de man jegens de beperkte gemeenschap, verdwenen sieraden en kostbaarheden uit de kluis, de man wordt toegelaten tot het horen van getuigen waaronder de leidinggevende van partijen.

Kern van de zaak

Een echtpaar is in geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De rechtbank had de echtelijke woning primair aan de man toegedeeld, maar de vrouw gaat hiertegen in hoger beroep. De vrouw woont al anderhalf jaar alleen in de woning en draagt alle lasten.

Beslissing van de rechter

Het hof beoordeelt principaal en incidenteel hoger beroep gezamenlijk en wijst het schorsingsverzoek van de vrouw af wegens gebrek aan belang, nu een inhoudelijke beslissing in de hoofdzaak wordt gegeven. De verdere inhoudelijke beslissing over de toedeling van de echtelijke woning is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het hof weegt de feitelijke bewoning door de vrouw en haar sociale binding mee.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke toepassing van bekende verdelingsregels in een individuele echtscheidingszaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de concrete zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Peildatum voor omvang huwelijksgemeenschap is 2 mei 2024, niet in geschil
  • 2Peildatum voor waardering bestanddelen is de datum van feitelijke verdeling
  • 3Schorsingsverzoek afgewezen wegens gebrek aan belang nu hoofdzaak inhoudelijk wordt beslist
  • 4Vrouw woont anderhalf jaar onafgebroken in de echtelijke woning en draagt alle lasten sinds augustus 2024
  • 5Vrouw heeft geen familie of netwerk in de regio en is speciaal voor het huwelijk verhuisd

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap de feitelijke omstandigheden – zoals langdurige bewoning en het dragen van alle woonlasten – relevant zijn bij de toedeling van de echtelijke woning. Het schorsingsverzoek vervalt zodra een inhoudelijke beslissing in de hoofdzaak wordt gegeven.

Praktische impact

Voor de vrouw heeft de uitspraak directe gevolgen voor haar woonsituatie en financiële positie; haar feitelijke bewoning en sociale situatie worden meegewogen bij de toedeling. De man krijgt niet automatisch voorrang bij toedeling van de woning.

Onderwerp-impact

In echtscheidingszaken waar partijen beiden aanspraak maken op de echtelijke woning, benadrukt deze uitspraak het belang van feitelijke bewoning, draagkracht en sociale worteling bij de verdeling.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de toedeling van de echtelijke woning na echtscheiding. De rechtbank in eerste aanleg had beslist dat de woning primair aan de man zou worden toegedeeld, en pas als hij deze niet kon overnemen aan de vrouw. De vrouw kon zich hier niet in vinden en stelde hoger beroep in. Zij voerde aan dat zij al anderhalf jaar onafgebroken in de woning woont, alle lasten draagt, geen familie of netwerk in de regio heeft en specifiek voor het huwelijk naar die plaats is verhuisd. De vrouw verzocht het hof ook om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking voor zover die zag op de toedeling aan de man. Het hof wijst dit schorsingsverzoek af, omdat de vrouw daarbij geen belang meer heeft nu het hof in dezelfde procedure een inhoudelijke beslissing neemt over het hoger beroep. De peildatum voor de omvang van de huwelijksgemeenschap (2 mei 2024) is tussen partijen niet in geschil. Als peildatum voor de waardering van de bestanddelen geldt de datum van feitelijke verdeling, voor zover partijen niet anders zijn overeengekomen. Het hof beoordeelt de grieven in principaal en incidenteel hoger beroep gezamenlijk. De volledige inhoudelijke beslissing over de toedeling van de woning is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het hof weegt de feitelijke omstandigheden van de vrouw – haar langdurige bewoning, het dragen van alle lasten en haar geïsoleerde sociale positie – uitdrukkelijk mee. De uitspraak illustreert dat rechters bij de toedeling van de echtelijke woning niet louter formeel-juridisch redeneren, maar ook de feitelijke leefsituatie van partijen in de beoordeling betrekken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2276Laag
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2276, Gerechtshof Den Haag, 23-07-2026, 200.368.225/01

Gerechtshof Den Haag23 jul 2026IncassoFaillissement
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2298Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2298, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.345.635/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026AansprakelijkheidDienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2026Laag
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2026, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.358.108/01

Gerechtshof Amsterdam21 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2170Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2170, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.368.798/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026Overheid
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied