Overuren horecamedewerker afgewezen na klachtplicht-schending
ECLI:NL:GHDHA:2026:2130, Gerechtshof Den Haag, 07-07-2026, 200.349.262/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vervolg van HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1281 over de klachtplicht ex art. 6:89 BW. Werknemer vordert betaling van gewerkte, maar niet betaalde overuren. De vordering is door het hof Amsterdam afgewezen op de grond dat werknemer niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht. Na cassatie en verwijzing komt het hof Den Haag tot dezelfde uitkomst.
Kern van de zaak
Een horecamedewerker ([appellant]) vordert van zijn werkgever La Bastille XL betaling van ruim €31.000 aan onbetaalde overuren, ziekengeld en feestdagentoeslag. Na afwijzing in eerste aanleg en bij het hof Amsterdam, casseerde de Hoge Raad omdat relevante omstandigheden niet kenbaar waren meegewogen bij de beoordeling van de klachtplicht (art. 6:89 BW). De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Den Haag.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt na verwijzing de eerdere afwijzing van de vorderingen van [appellant]. De doorslaggevende reden is dat [appellant] niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd over het uitblijven van betaling van overuren in de zin van artikel 6:89 BW, ook na hernieuwde beoordeling van de door de Hoge Raad aangewezen omstandigheden.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individueel arbeidsgeschil en bevat geen nieuwe rechtsnormen; de cassatie had al de principiële vraag over art. 6:89 BW in arbeidsrechtelijke context belicht, maar de verwijzingsuitspraak zelf is feitelijk van aard en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Hoge Raad had gecasseerd omdat het hof Amsterdam de door appellant aangevoerde omstandigheden niet kenbaar had betrokken bij de beoordeling van de klachtplicht (art. 6:89 BW)
- 2Na verwijzing herbeoordeelt het Gerechtshof Den Haag alsnog alle relevante omstandigheden, maar komt tot dezelfde conclusie: klachttermijn geschonden
- 3Vordering van €22.855,55 aan overuren, €8.622,12 ziekengeld en €292,96 feestdagentoeslag worden alle afgewezen
- 4Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding na verwijzing
- 5Onaangevochten of tevergeefs bestreden onderdelen van de arresten van hof Amsterdam zijn onaantastbaar geworden
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de toepassing van artikel 6:89 BW in arbeidsrechtelijke context: ook bij loonvorderingen geldt een klachtplicht, en het niet tijdig klagen kan het recht op nabetaling doen vervallen. De cassatie en verwijzing onderstrepen dat rechters alle aangevoerde omstandigheden kenbaar moeten meewegen bij de beoordeling van de klachtplicht.
Praktische impact
Voor de appellant betekent de uitspraak dat zijn vorderingen definitief worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten van de verwijzingsprocedure. Voor horecawerknemers geldt als waarschuwing dat onbetaalde overuren tijdig en aantoonbaar moeten worden geclaimd bij de werkgever.
Onderwerp-impact
In de horecasector, waar overuren en ziekengeldkwesties veelvuldig voorkomen, benadrukt deze uitspraak het belang van tijdig protesteren bij uitblijvende loonbetalingen. Werknemers en vakbonden dienen bewust te zijn van de klachtplicht als voorwaarde voor succesvolle loonvorderingen.
Samenvatting
In deze zaak na verwijzing door de Hoge Raad oordeelt het Gerechtshof Den Haag over een loonvordering van een horecamedewerker ([appellant]) tegen zijn voormalig werkgever La Bastille XL. De appellant vorderde in totaal €31.770,63, bestaande uit onbetaalde overuren (€22.855,55), ziekengeld (€8.622,12) en feestdagentoeslag (€292,96), naast veroordeling van de werkgever tot het doen van pensioenmededeling en voldoening van pensioenpremies. De juridische kern van de zaak draait om de klachtplicht van artikel 6:89 BW: heeft de appellant tijdig en op de juiste wijze geprotesteerd bij zijn werkgever over het uitblijven van loonbetaling? Zowel de kantonrechter als het hof Amsterdam beantwoordden die vraag ontkennend en wezen de vorderingen af. Het hof Amsterdam deed dit met name op grond van schending van de klachtplicht. De Hoge Raad casseerde echter, omdat het hof Amsterdam had nagelaten om door appellant aangevoerde omstandigheden kenbaar in zijn oordeel te betrekken — hetgeen hetzij blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij van onvoldoende motivering. Na verwijzing herbeziet het Gerechtshof Den Haag de zaak met inachtneming van die omstandigheden. Het hof komt desondanks tot dezelfde conclusie: [appellant] heeft niet binnen bekwame tijd geklaagd als bedoeld in artikel 6:89 BW. De vorderingen worden dan ook bekrachtigd afgewezen. De appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding na verwijzing. De onderdelen van de arresten van het hof Amsterdam die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden, zijn inmiddels onaantastbaar. De uitspraak onderstreept dat de klachtplicht ook in arbeidsrechtelijke verhoudingen geldt en dat werknemers onbetaalde looncomponenten tijdig en aantoonbaar moeten reclameren.