Familieruzie over geldleningen en pand 'De Hulle' deels beslist
ECLI:NL:GHDHA:2026:199, Gerechtshof Den Haag, 24-02-2026, 200.334.546/02
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De zaak gaat over een conflict tussen de vermogende Moeder en haar Zoon. Het hof oordeelt dat de Zoon leningen moet terugbetalen. Ook moet de Zoon een deel van betalingen vanaf rekeningen van de Moeder, waartoe hij gemachtigd was, terugbetalen.
Kern van de zaak
Een moeder (via haar Stamrecht BV) en haar zoon zijn in conflict geraakt over twee geldleningen en de eigendomsoverdracht van pand 'De Hulle'. De zoon heeft rente en aflossing niet betaald, waarna moeder c.s. aanspraak maakten op ruim €64.000,-. Het geschil draait om de geldigheid en uitvoering van de leningsovereenkomsten.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft ter zitting procedurele beslissingen genomen: de gevraagde eisvermeerdering door de zoon is geweigerd wegens te late indiening, het verweer van de moeder over te laat overgelegde producties is verworpen, en het hof heeft voorlopig geoordeeld dat geen ontslag van instantie wordt verleend. De inhoudelijke beslissing over de geldleningen zelf blijkt uit de beschikbare tekst nog niet volledig.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevat uitsluitend procedurele tussenbeslissingen in een familiaire vermogensrechtelijke zaak zonder richtinggevende rechtsvragen; de inhoudelijke beslissing ontbreekt nog in de beschikbare tekst.
Belangrijkste punten
- 1Eisvermeerdering door de zoon geweigerd omdat het H-formulier na sluitingstijd van de griffie werd ingediend (ontvangen 23 januari 2026, ingediend 22 januari 2026 na sluitingstijd)
- 2Verweer van de moeder dat producties 41-83 wegens grote omvang in strijd met de goede procesorde te laat waren overgelegd, is verworpen door het hof
- 3Stamrecht BV verstrekte een geldlening van €614.690,- aan de zoon voor aankoop van pand 'De Hulle'; later verlaagd naar €514.690,- na schenking van €100.000,-
- 4Zoon stelde in februari 2021 schriftelijke leningsovereenkomsten op en verving deze al in maart 2021 door nieuwe aktes, waarbij hij zowel als schuldenaar als als bestuurder van Stamrecht BV tekende
- 5Voorlopig oordeel van het hof: geen ontslag van instantie
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een eisvermeerdering tijdig (vóór sluitingstijd van de griffie) moet worden ingediend en dat het te laat indienen van producties niet automatisch in strijd met de goede procesorde is. Dit zijn toepassingen van bestaande procesrechtelijke regels.
Praktische impact
Voor de moeder en haar Stamrecht BV betekent dit dat de procedure over de terugbetaling van de geldleningen doorloopt; de zoon kan zijn eis niet uitbreiden. De niet-betaalde rente en aflossing van ruim €64.000,- blijft inzet van het geschil.
Onderwerp-impact
In familievermogensrechtelijke geschillen met gecombineerde schenkingen en geldleningen is procesorde-handhaving cruciaal; het hof houdt strikt vast aan indieningstermijnen en beoordeelt de omvang van producties terughoudend.
Samenvatting
Deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreft een hoger beroep in een familiegeschil tussen een moeder (en haar Stamrecht BV) en haar zoon over twee geldleningen en de eigendomsoverdracht van pand 'De Hulle'. De kern van het materiële geschil is als volgt: in 2017 droeg de moeder het pand 'De Hulle' over aan de zoon voor €600.000,-. De koopsom plus notariskosten (€614.690,-) werd door Stamrecht BV als geldlening verstrekt, gedekt door een hypotheekrecht. In 2019 werd de lening verlaagd naar €514.690,- wegens een schenking van €100.000,-. Begin 2021 werden schriftelijke leningsovereenkomsten opgesteld, maar al snel vervangen door nieuwe aktes. Toen de moeder in maart 2021 aanspraak maakte op achterstallige rente en aflossing (ruim €64.000,-), betaalde de zoon niet. Het hof deed ter zitting van 26 januari 2026 een aantal procedurele uitspraken. Ten eerste weigerde het hof de door de zoon gevraagde eisvermeerdering, omdat het betreffende H-formulier weliswaar op 22 januari 2026 werd ingediend maar na sluitingstijd van de griffie, zodat het feitelijk pas op 23 januari 2026 werd ontvangen — te laat. Ten tweede verwierp het hof het verweer van de moeder dat de wederpartij producties 41 tot en met 83 wegens hun grote omvang in strijd met de goede procesorde te laat had overgelegd. Ten derde gaf het hof een voorlopig oordeel dat geen ontslag van instantie zal worden verleend. De uitspraak is daarmee een proceduretussenstap zonder inhoudelijke einduitspraak over de geldleningen. De juridische impact is beperkt tot de toepassing van bekende procesrechtelijke regels omtrent tijdige indiening van processtukken en de goede procesorde.