JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:1907Middel35/100

Legesberekening verhuurvergunning deels onvoldoende onderbouwd

ECLI:NL:GHDHA:2026:1907, Gerechtshof Den Haag, 09-06-2026, BK-25/620

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 9 juni 2026Publicatie: 9 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/620
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Heffingsambtenaar
Wet Goed Verhuurderschap
Leges
Verhuurvergunning
Kostendekkendheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 229b Gemeentewet. Leges verhuurvergunning gemeente Leiden 2024. De Rechtbank heeft in redelijkheid gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot terugwijzing naar de Heffingsambtenaar. Inhoudelijke behandeling in hoger beroep omdat belanghebbende dat uitdrukkelijk wenst. De geraamde legesopbrengsten overschrijden de geraamde kosten niet. Geen strijd met opbrengstlimiet. Heffingsambtenaar maakt niet inzichtelijk wat de belangenafweging is geweest om van een verhuurder met een klein aantal woningen hetzelfde legesbedrag te heffen als van een verhuurder met een groot aantal woningen. Beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Tarief buiten toepassing gelaten.

Kern van de zaak

Een belanghebbende (verhuurder) betwist de hoogte van de geheven leges voor een verhuurvergunning. De gemeente heeft een uurtarief van circa €70 gehanteerd op basis van loonkosten van gemeentelijk personeel. De zaak is via bezwaar en beroep bij de rechtbank uiteindelijk in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag terechtgekomen.

Beslissing van de rechter

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de zaak terugverwezen naar de heffingsambtenaar om opnieuw op het bezwaar te beslissen. De doorslaggevende reden lijkt de onvoldoende onderbouwing van de kostenberekening die ten grondslag ligt aan het legestarief. De heffingsambtenaar moet opnieuw beslissen met inachtneming van de uitspraak; het hoger beroep bij het hof is nog aanhangig.

35van 100

Impactscore

Middel

De zaak raakt een actueel thema (verhuurvergunningen en legesheffing), maar betreft een feitelijke terugverwijzing in een individuele zaak. De principiële rechtsvraag over de kostendekkendheid van leges is niet nieuw, maar de toepassing op verhuurvergunningen is maatschappelijk relevant.

Belangrijkste punten

  • 1Gemeente hanteert uurtarief van €70 exclusief overhead voor afhandeling verhuurvergunningen, gebaseerd op directe loonkosten schaal 10/trede 7 personeel.
  • 2De berekening omvat 10 uur per aanvraag, opgebouwd uit diverse processtappen zoals juridische toetsing, afstemming en systeemverwerking.
  • 3Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens gebrekkige onderbouwing van de legesberekening.
  • 4Zaak terugverwezen naar heffingsambtenaar voor nieuwe beslissing op bezwaar; griffierecht van €53 wordt vergoed aan belanghebbende.
  • 5Hoger beroep door belanghebbende bij Gerechtshof Den Haag is aanhangig (zitting 23 april 2026); de uitspraak van het hof is nog niet volledig beschikbaar in de aangeleverde tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeenten hun legesberekeningen voor verhuurvergunningen deugdelijk moeten onderbouwen en dat een globale loonkostenberekening zonder overhead-verantwoording onvoldoende kan zijn. De terugverwijzing legt de bewijslast voor kostendekkendheid nadrukkelijk bij de heffingsambtenaar.

Praktische impact

Verhuurders die leges betwisten voor verhuurvergunningen krijgen een instrument in handen om de onderbouwing van het uurtarief te laten toetsen. Gemeenten worden gestimuleerd hun legeskostenberekeningen transparanter en vollediger te documenteren.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoed- en verhuurmarkt betekent dit dat gemeentelijke verhuurvergunningsleges juridisch aanvechtbaar zijn wanneer de kostenonderbouwing onvolledig is, wat relevant is nu veel gemeenten verhuurvergunningen invoeren onder de Wet goed verhuurderschap.

Samenvatting

In deze zaak staat de rechtmatigheid van de door een gemeente geheven leges voor een verhuurvergunning centraal. De gemeente heeft een uurtarief van circa €70 gehanteerd, gebaseerd op directe loonkosten van gemeentelijk personeel (schaal 10, trede 7), vermeerderd met werkgeverslasten en een correctie voor inzet van hogere schalen. Per aanvraag is 10 uur begroot, verdeeld over stappen als ontvangst, juridische toetsing, systeemverwerking en afstemming tussen afdelingen. De heffingsambtenaar heeft daarmee een kostendekkend tarief willen vaststellen, maar zonder opslag voor algemene overheadkosten. De rechtbank heeft het beroep van de belanghebbende gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd, omdat de onderbouwing van de legesberekening kennelijk tekortschoot. De zaak is terugverwezen naar de heffingsambtenaar, die opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van de rechterlijke uitspraak. Het betaalde griffierecht van €53 dient te worden vergoed. Belanghebbende heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Een zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2026, maar de volledige tekst van de hofuitspraak is in de aangeleverde gegevens niet volledig weergegeven. Op basis van de beschikbare tekst kan worden geconcludeerd dat de juridische kern draait om de vraag of de gemeente de hoogte van de leges voldoende transparant en kostengerelateerd heeft onderbouwd. Dit is een terugkerend vraagstuk bij gemeentelijke legesheffing: de leges mogen niet meer bedragen dan de geraamde kosten van de dienstverlening. De uitkomst is relevant voor alle gemeenten die verhuurvergunningen afgeven onder de Wet goed verhuurderschap en daarvoor leges heffen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied