Hof: professionele executeur krijgt afwijkend testamentair loon
ECLI:NL:GHDHA:2026:1804, Gerechtshof Den Haag, 27-05-2026, 200.360.876/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vaststelling loon opvolgende, professionele executeur. In het testament is het loon op 1% van het saldo van de nalatenschap bepaald. Is sprake van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan een andere beloning moet gelden voor een door de kantonrechter benoemde professionele executeur?
Kern van de zaak
Een verzoekster betwist voor het Gerechtshof Den Haag dat de benoeming van een professionele (opvolgende) executeur een onvoorziene omstandigheid oplevert die een hoger loon dan testamentair bepaald rechtvaardigt. De stichting die als professionele executeur optreedt, vordert een loon van 1% van het nalatenschapssaldo, afwijkend van de testamentaire bepaling.
Beslissing van de rechter
Het hof verklaart het principaal hoger beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt de bestreden beschikking (behoudens de kostenbeslissing) en oordeelt dat de stichting recht heeft op een loon van 1% van het saldo van de nalatenschap op de dag van overlijden. Doorslaggevend is dat de benoeming van een professionele executeur als onvoorziene omstandigheid kwalificeert, waardoor ongewijzigde instandhouding van de testamentaire loonbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande rechtsleer toe op een concrete erfrechtkwestie en heeft geen precedentwerking buiten vergelijkbare nalatenschapsdisputen; de rechtsvraag is niet nieuw maar de toepassing is feitelijk specifiek.
Belangrijkste punten
- 1Een eventueel gebrek in hoor en wederhoor bij de kantonrechter kan in hoger beroep worden hersteld via de herstelfunctie van het appel.
- 2De benoeming van een professionele opvolgende executeur wordt aangemerkt als onvoorziene omstandigheid, ook al voorzag het testament in de bevoegdheid van de kantonrechter om een vervanger te benoemen.
- 3Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is ongewijzigde instandhouding van de testamentaire loonbepaling onaanvaardbaar wanneer een professionele executeur in de plaats treedt.
- 4Het hof kent de stichting een loon toe van 1% van het nalatenschapssaldo op de sterfdag van de erflaatster.
- 5De uitkomst impliceert een terugbetalingsverplichting voor zover de nalatenschap reeds meer of anders is onttrokken dan het vastgestelde loon.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat de testamentaire loonbepaling van een executeur via de redelijkheid-en-billijkheidscorrectie kan worden doorbroken bij onvoorziene omstandigheden, ook als het testament zelf al een opvolgingsregeling bevat. Dit bevestigt de flexibiliteit van artikel 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden) in de erfrechtscontext.
Praktische impact
Nalatenschappen waarbij de oorspronkelijk benoemde executeur wordt opgevolgd door een professionele partij, kunnen geconfronteerd worden met een hogere executeurbeloning dan testamentair voorzien, wat ten laste komt van de nalatenschap en daarmee van de erfgenamen of begunstigden.
Onderwerp-impact
Voor erfgenamen, legatarissen en met name goede-doelenorganisaties als begunstigde van nalatenschappen is dit relevant: een professionele executeur kan een marktconform loon claimen dat de testamentaire bepaling overstijgt, met directe invloed op de omvang van de uitkering.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de beloning van een professionele opvolgende executeur centraal. De erflaatster had in haar testament een executeur aangewezen en daarin een loonregeling opgenomen. Nadat de oorspronkelijke executeur (de verzoekster) haar taak niet langer vervulde, werd een professionele stichting als opvolgende executeur benoemd. De stichting claimde een loon van 1% van het nalatenschapssaldo, afwijkend van de testamentaire bepaling. De kantonrechter had deze claim gehonoreerd, waarop de verzoekster in hoger beroep ging. Voor het hof stelde de verzoekster in de eerste plaats dat haar recht op hoor en wederhoor in eerste aanleg was geschonden doordat de stichting vlak voor de zitting stukken had ingediend. Het hof passeerde dit bezwaar met een beroep op de herstelfunctie van het hoger beroep: verzoekster beschikte inmiddels over de stukken en had er in appel op kunnen reageren. Inhoudelijk betoogde de verzoekster dat de benoeming van een professionele executeur geen onvoorziene omstandigheid oplevert die een afwijking van het testament rechtvaardigt, temeer nu het testament zelf al voorzag in de mogelijkheid van vervanging door de kantonrechter. Het hof volgde dit betoog niet. Aannemelijk is dat de erflaatster ervan uitging dat de verzoekster haar taak zou blijven uitvoeren; de komst van een professionele partij met andere kostenstructuur is daardoor wél een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW. Het hof oordeelde bovendien dat ongewijzigde instandhouding van de testamentaire loonbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof vernietigde de bestreden beschikking (met uitzondering van de kostenbeslissing in de kantonprocedure) en stelde het loon van de stichting vast op 1% van het nalatenschapssaldo per datum overlijden. Voor zover reeds meer aan de nalatenschap was onttrokken, ontstaat een terugbetalingsverplichting voor de stichting.