JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1843Laag12/100

Vader niet-ontvankelijk na intrekking hoger beroep ondertoezichtstelling

ECLI:NL:GHAMS:2026:1843, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.363.799/01 en 200.363.527/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 7 juli 2026Publicatie: 6 juli 2026
Zaaknummer:200.363.799/01 en 200.363.527/01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Zorgregeling
Co Ouderschap
Niet Ontvankelijk
Ondertoezichtstelling
Jeugdbescherming

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

in de zaak met zaaknummer 200.363.527/01 (ondertoezichtstelling) heeft de vader zijn verzoek ter zitting ingetrokken, waardoor hij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn verzoek. In de zaak met zaaknummer 200.363.799/01 (zorgregeling en hoofdverblijfplaats) wijzigt het hof de zorgregeling. De co-ouderschapsregeling wordt feitelijk niet uitgevoerd en de minderjarige wil niet gedwongen worden tot contact met haar moeder. Het hof bepaalt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader, waarbij het contact tussen de moeder en de minderjarige gedurende de ondertoezichtstelling onder regie van de GI wordt opgebouwd en vormgegeven. Wetsartikel: 1:253a BW.

Kern van de zaak

Een vader en moeder met gezamenlijk gezag over hun in 2012 geboren kind voeren al jaren een juridische strijd over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats. De vader ging in hoger beroep tegen een ondertoezichtstelling van het kind voor één jaar. Ook de zorgregeling en hoofdverblijfplaats waren onderwerp van hoger beroep.

Beslissing van de rechter

De vader werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek betreffende de ondertoezichtstelling, omdat hij dat verzoek ter zitting in hoger beroep had ingetrokken. De zaak over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats (zaaknummer 200.363.799/01) was op basis van de beschikbare tekst nog niet volledig beslist.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele familiezaak zonder richtinggevende rechtsvragen; de niet-ontvankelijkheid volgt rechtstreeks uit de intrekking van het verzoek en stelt geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Vader trok ter zitting zijn hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling in, waardoor het hof dit verzoek niet inhoudelijk hoefde te beoordelen.
  • 2Het kind staat van 10 oktober 2025 voor één jaar onder toezicht van Jeugdbescherming Regio [plaats B], conform de bestreden rechtbankbeschikking.
  • 3De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde in zijn rapport van 9 juli 2025 de bestaande 50/50 zorgregeling en het gezamenlijk gezag te handhaven.
  • 4De rechtbank had eerder op 8 oktober 2024 de raad verzocht onderzoek te doen naar hoofdverblijfplaats, zorgregeling en mogelijke kinderbeschermingsmaatregelen.
  • 5De zaak over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats (200.363.799/01) wordt afzonderlijk behandeld en is in de beschikbare tekst niet volledig weergegeven.

Impactanalyse

Juridische impact

De niet-ontvankelijkverklaring wegens intrekking van het verzoek is procesrechtelijk standaard en heeft beperkte precedentwerking; de inhoudelijke beoordeling van de ondertoezichtstelling blijft daarmee achterwege.

Praktische impact

Het kind blijft gedurende één jaar onder toezicht van Jeugdbescherming, terwijl de 50/50 zorgregeling vooralsnog gehandhaafd lijkt; de ouders blijven gebonden aan de bestaande gezagsregeling.

Onderwerp-impact

De zaak benadrukt de complexiteit van langdurige co-ouderschapsconflicten waarbij meerdere kinderbeschermingsinstrumenten gelijktijdig worden ingezet.

Samenvatting

Dit arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreft twee samenhangende familiezaken over een in 2012 geboren kind van ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen maar al jarenlang in conflict zijn over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats. Het kind heeft eerder onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming (2017-2021), en na verschillende procedures heeft het hof in 2023 een 50/50 zorgregeling vastgesteld. Op verzoek van de rechtbank heeft de Raad voor de Kinderbescherming in juli 2025 opnieuw onderzoek gedaan. De raad adviseerde de bestaande situatie te handhaven – gezamenlijk gezag, ongewijzigde hoofdverblijfplaats en de 50/50 zorgregeling – maar verzocht wel om een nieuwe ondertoezichtstelling van één jaar. De rechtbank legde deze ondertoezichtstelling op bij beschikking van 10 oktober 2025. De vader stelde hoger beroep in tegen zowel de ondertoezichtstelling als de beslissing over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats. In de zaak over de ondertoezichtstelling (200.363.527/01) trok de vader zijn verzoek ter zitting in hoger beroep in. Het hof stelde vast dat nu het verzoek niet langer werd gehandhaafd, een inhoudelijke beoordeling niet aan de orde was. De vader werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De moeder en de raad hadden verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen, maar dit oordeel bleef door de intrekking uit. De zaak over de zorgregeling en hoofdverblijfplaats (200.363.799/01) werd afzonderlijk behandeld; de volledige motivering en beslissing daarvan zijn in de beschikbare tekst niet opgenomen. De uitspraak heeft een beperkte juridische impact en is vooral relevant als illustratie van de procedurele mogelijkheid om een hoger beroepsverzoek ter zitting in te trekken, met niet-ontvankelijkheid als gevolg.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599, Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2026, 200.336.928/01 OK

Gerechtshof Amsterdam10 sep 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2736Laag
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2736, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.362.621/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied