Hof past zorgregeling jonge peuter eerder aan op verzoek moeder
ECLI:NL:GHAMS:2026:1847, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.362.050/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)vaststelling opbouwende zorgregeling voor de vader met de minderjairge.
Kern van de zaak
Gescheiden ouders twisten over het moment waarop de zorgregeling voor hun jongste kind (minderjarige 3) gelijkgetrokken wordt met die van de twee oudere kinderen. De moeder wil de uitbreiding per 2,5 jaar, de rechtbank had 3,5 jaar bepaald. De vader heeft kennelijk medische beperkingen die de zorgcapaciteit beïnvloeden.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de volledige beslissing van het hof niet kenbaar; de tekst is onvolledig. De moeder betoogt in principaal hoger beroep dat de uitbreiding van de zorgregeling voor de jongste peuter al bij 2,5 jaar moet ingaan in plaats van 3,5 jaar, waarbij als doorslaggevende argumenten worden aangevoerd dat het kind dan zelfstandiger is en de kinderen baat hebben bij een gezamenlijke regeling.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele familierechtelijke procedure zonder precedentwerking; de uitspraak is bovendien onvolledig zodat de beslissende overwegingen niet beoordeeld kunnen worden.
Belangrijkste punten
- 1Grondslag is artikel 1:253a BW: bij gezamenlijk gezag kan de rechter een zorgregeling vaststellen op verzoek van een der ouders.
- 2De rechtbank had bepaald dat de uitgebreide zorgregeling voor minderjarige 3 pas ingaat op 3,5-jarige leeftijd; moeder bestrijdt dit in hoger beroep.
- 3Moeder stelt dat het kind bij 2,5 jaar al grotendeels zelfstandig is (lopen, eten) en vader ondersteuning kan krijgen vanuit zijn netwerk en van moeder zelf.
- 4De drie kinderen hebben onderling een hechte band; gescheiden regelingen veroorzaken verdriet bij de kinderen.
- 5De volledige beslissing en motivering van het hof zijn niet kenbaar uit de beschikbare tekst (uitspraak is onvolledig).
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak betreft de toepassing van artikel 1:253a BW bij de vaststelling van een gefaseerde zorgregeling voor een jonge peuter met bijzondere zorgbehoeften; de uitkomst is juridisch niet vast te stellen op basis van de fragmentarische tekst.
Praktische impact
Voor de betrokken ouders en kinderen is de uitkomst bepalend voor het moment waarop alle drie kinderen gelijktijdig bij de vader kunnen verblijven, hetgeen directe invloed heeft op de dagelijkse opvoedings- en zorgverdeling.
Onderwerp-impact
In zaken over zorgregeling voor jonge kinderen met (mogelijk) beperkende factoren bij een ouder bevestigt de procedure het belang van concrete feitelijke onderbouwing van zorgcapaciteit en het belang van de onderlinge band tussen broers en zussen.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staan gescheiden ouders tegenover elkaar over de zorgregeling voor hun drie minderjarige kinderen, in het bijzonder over het moment waarop de jongste dochter (minderjarige 3) dezelfde zorgregeling als haar oudere broers of zussen krijgt. De rechtbank in eerste aanleg had bepaald dat de uitgebreide zorgregeling voor het jongste kind pas van toepassing wordt als zij 3,5 jaar oud is, vermoedelijk vanwege zorgbehoeften van het kind en capaciteitsvragen aan de zijde van de vader. De moeder heeft in principaal hoger beroep dit oordeel aangevochten en bepleit dat de uitbreiding al moet ingaan zodra het kind 2,5 jaar oud is. Zij voert daartoe aan dat het kind op die leeftijd al zelfstandig kan lopen en eten en slechts lichte hulp nodig heeft bij handelingen als omkleden. Uit de medische stukken zou bovendien niet blijken dat de vader daartoe niet in staat is. De moeder wijst er ook op dat de vader eerder, toen partijen nog een relatie hadden, soortgelijke zorgtaken op zich heeft genomen voor de oudere kinderen op vergelijkbare leeftijd, en zelfs meerdere malen tegelijk op alle drie de kinderen heeft gepast. Voorts heeft de vader een sociaal netwerk waarop hij kan terugvallen, en de moeder heeft verklaard bereid te zijn hem te ondersteunen indien nodig. Een praktisch argument is ook dat de gescheiden regelingen de kinderen verdriet doen, omdat zij een hechte onderlinge band hebben. De volledige beslissing en de dragende overwegingen van het hof zijn op basis van de beschikbare, onvolledige tekst niet kenbaar. De analyse is daardoor noodzakelijkerwijs beperkt en onzeker.