Verzekeraar Allianz verplicht tot uitkering na schending mededelingsplicht
ECLI:NL:GHAMS:2026:906, Gerechtshof Amsterdam, 31-03-2026, 200.347.905
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzekeringsrecht. CAR-verzekering voor het leggen van kabels in de Waddenzee. Precontractuele en contractuele mededelingsplicht met betrekking tot het uitvoeren van het werk en wijzigingen daarin. Vraag wat partijen over en weer redelijkerwijs hebben mogen en moeten begrijpen.
Kern van de zaak
Alsema spande een procedure aan tegen verzekeraar Allianz (gevestigd in België) na weigering van dekking. Allianz stelde dat Alsema haar mededelingsplicht had geschonden door niet te melden dat bij de uitvoering van werkzaamheden ook varend en/of drijvend materieel werd gebruikt, wat Allianz beschouwt als een niet-verzekerd offshore-risico.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van Alsema toe en veroordeelt Allianz tot uitkering onder de verzekering, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 januari 2023. Doorslaggevend is dat de verzekering op basis van een door Allianz opgestelde vragenlijst is gesloten, waardoor Allianz zich op grond van art. 7:928 lid 6 BW niet kan beroepen op schending van de mededelingsplicht ten aanzien van niet gevraagde feiten, nu er geen opzet tot misleiding is gesteld of gebleken.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past binnen een gevestigde lijn van art. 7:928 lid 6 BW-jurisprudentie en is feitelijk van aard, maar is relevant voor de verzekeringspraktijk bij bouw- en aannemersverzekeringen met bijzondere activiteiten.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van art. 7:928 lid 6 BW kan een verzekeraar die zelf de vragenlijst opstelt, de verzekerde niet tegenwerpen dat feiten waarnaar niet is gevraagd niet zijn medegedeeld, tenzij sprake is van opzet tot misleiding.
- 2Alsema heeft de vragen op de vragenlijst naar waarheid beantwoord; opzet tot misleiding is gesteld noch gebleken.
- 3Bevoegdheid van de Nederlandse rechter en toepasselijkheid van Nederlands recht vloeien voort uit een forumkeuze- en rechtskeuzebeding in de polisvoorwaarden (art. 25 Brussel I bis).
- 4Allianz wordt veroordeeld tot betaling van € 6.000,- buitengerechtelijke kosten en de proceskosten in hoger beroep van € 14.016,-.
- 5De bewijslast van de stelling dat Alsema de mondelinge informatievraag onjuist beantwoordde, rust op Allianz, die daarin niet slaagt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de beschermende werking van art. 7:928 lid 6 BW: verzekeraars die zelf vragenlijsten opstellen kunnen het ontbreken van vrijwillige mededelingen niet aan de verzekerde tegenwerpen zonder bewijs van misleidingsopzet. Dit begrenst het beroep op de precontractuele mededelingsplicht bij vragenlijstverzekeringen.
Praktische impact
Allianz moet binnen één maand uitkeren onder de polis, inclusief wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke- en proceskosten. Verzekeraars worden gestimuleerd hun vragenlijsten volledig en specifiek in te richten als zij bijzondere risico's willen uitsluiten.
Onderwerp-impact
In de verzekeringspraktijk onderstreept deze uitspraak dat offshore- of bijzondere activiteitenrisico's expliciet via gerichte vragen in de vragenlijst moeten worden geïdentificeerd, wil de verzekeraar dekking kunnen weigeren op grond van niet-openbaring.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof Amsterdam betreft een dekkingsgeschil tussen de Nederlandse onderneming Alsema en de Belgische verzekeraar Allianz over een aannemersverzekering. Alsema voerde werkzaamheden uit waarbij naast een rupsploeg ook varend en/of drijvend materieel werd ingezet. Allianz weigerde dekking met het argument dat Alsema haar precontractuele mededelingsplicht (art. 7:928 BW) had geschonden door dit gebruik van varend materieel niet te melden. Allianz accepteert namelijk geen zogenoemde offshore-risico's. Het hof verwerpt dit verweer. Centraal staat art. 7:928 lid 6 BW: wanneer een verzekering wordt gesloten op basis van een door de verzekeraar opgestelde vragenlijst, kan de verzekeraar de verzekerde niet tegenwerpen dat hij feiten waarnaar niet uitdrukkelijk is gevraagd, niet heeft medegedeeld. Dit geldt evenzeer voor onvolledige beantwoording van in algemene termen gestelde vragen. De enige uitzondering is opzet tot misleiding, maar daarvan is in deze zaak niets gesteld of gebleken. Vaststaat bovendien dat Alsema de vragen op de vragenlijst naar waarheid heeft beantwoord. Allianz beriep zich ook op een mondelinge informatievraag die op 31 maart 2021 telefonisch was gesteld, maar slaagt er niet in te bewijzen dat Alsema deze vraag onjuist of onvolledig heeft beantwoord. Het hof veroordeelt Allianz tot uitkering onder de verzekering binnen één maand na het arrest, vermeerderd met wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 1 januari 2023. Daarnaast moet Allianz € 6.000,- aan buitengerechtelijke kosten en € 14.016,- aan proceskosten in hoger beroep voldoen. De uitspraak bevestigt de beschermende functie van art. 7:928 lid 6 BW en onderstreept de verantwoordelijkheid van verzekeraars om bijzondere risico's actief te identificeren via hun vragenlijsten.