Balkons gelden als erf bij beoordeling inkijkverbod artikel 5:50 BW
ECLI:NL:GHAMS:2026:637, Gerechtshof Amsterdam, 10-03-2026, 200.346.196
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Burenrecht. Ramen in een uitbouw die zicht geven op balkons. De balkons zijn aan te merken als ‘erf’ in de zin van artikel 5:50 BW. Strijd met artikel 5:50 BW en geen overlast in de zin van artikel 5:37 BW. Bekrachtiging.
Kern van de zaak
Appellant plaatste doorzichtige ramen in de zijkant van een uitbouw binnen twee meter van de perceelsgrens. Buren (geïntimeerden) stelden dat dit in strijd was met artikel 5:50 BW wegens onrechtmatige inkijk op hun balkons. De rechtbank gaf geïntimeerden gelijk, waarna appellant in hoger beroep ging.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de grieven van appellant tegen het oordeel dat de balkons als 'erf' in de zin van artikel 5:50 lid 1 BW gelden af. De doorslaggevende reden is dat balkons die duurzaam zijn verenigd met een gebouw kwalificeren als onroerende zaak ex artikel 3:3 BW, en daarmee als 'erf' in de zin van het burenrecht.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt en verduidelijkt een bestaande lijn in het burenrecht over de ruime uitleg van 'erf', maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregels. De praktische betekenis voor verbouwingszaken is relevant maar beperkt in omvang.
Belangrijkste punten
- 1Het begrip 'erf' in artikel 5:50 BW omvat iedere onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 BW, waaronder gebouwen en werken duurzaam verenigd met de grond
- 2Balkons die duurzaam met een pand zijn verenigd, kwalificeren als onroerende zaak en daarmee als erf in burenrechtelijke zin
- 3Artikel 5:50 lid 1 BW verbiedt vensters of muuropeningen binnen twee meter van de perceelsgrens die uitzicht geven op het naburige erf, ter bescherming van de privacy
- 4De incidentele grief van geïntimeerden over onrechtmatige hinder (artikel 5:37 BW) was ongegrond verklaard door de rechtbank; dit deel ligt ook voor in hoger beroep
- 5De uitspraak is fragmentarisch overgeleverd; de eindbeslissing over de proceskosten (grief 7) en het volledige geschil (grief 8) zijn niet volledig weergegeven
Impactanalyse
Juridische impact
Het hof verduidelijkt dat het begrip 'erf' in artikel 5:50 BW ruim moet worden uitgelegd en balkons als onroerende zaken daaronder vallen, wat de reikwijdte van het inkijkverbod in het burenrecht bevestigt. Dit sluit aan bij de systematiek van Boek 5 BW en beschermt eigenaren van balkons tegen ongewenste inkijk.
Praktische impact
Eigenaren die een uitbouw of aanbouw realiseren met ramen aan de zijkant, dienen rekening te houden met balkons van buren als beschermd 'erf', ook als het geen grondgebonden terrein betreft. Het plaatsen van doorzichtige ramen binnen twee meter van dergelijke balkons kan worden verboden.
Onderwerp-impact
In burenrechtelijke geschillen over verbouwingen en uitbouwen zal de uitleg dat balkons als erf gelden, een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van inkijkklachten en de toelaatbaarheid van ramen en muuropeningen.
Samenvatting
In deze burenrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 10 maart 2026 geoordeeld dat balkons van buren kwalificeren als 'erf' in de zin van artikel 5:50 lid 1 BW. De zaak betreft een conflict tussen twee buren waarbij appellant een uitbouw heeft gerealiseerd met doorzichtige ramen in de zijkant, op minder dan twee meter van de perceelsgrens. Geïntimeerden stelden dat deze ramen in strijd zijn met het wettelijke inkijkverbod van artikel 5:50 BW, omdat zij uitzicht geven op hun balkons. De rechtbank had appellant al in het ongelijk gesteld; appellant vocht dit aan in hoger beroep met acht grieven. Het hof verwerpt de eerste drie grieven van appellant, die erop neerkwamen dat balkons niet als 'erf' in de zin van artikel 5:50 lid 1 BW zouden gelden. Het hof overweegt dat het begrip 'erf' in het BW geen vastomlijnde definitie heeft en dat de betekenis afhangt van de wetsbepaling waarin het voorkomt. Voor Titel 4 van Boek 5 BW, waaronder artikel 5:50 valt, geldt dat onder 'erf' moet worden verstaan iedere onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 BW. Onroerend zijn gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, rechtstreeks of via andere gebouwen of werken. Nu de balkons duurzaam zijn verenigd met het aangrenzende pand, kwalificeren zij als onroerende zaak en daarmee als erf. De strekking van artikel 5:50 BW — bescherming van de nabuur tegen inbreuk op privacy door inkijk — ondersteunt deze ruime uitleg. De incidentele grief van geïntimeerden over onrechtmatige hinder op grond van artikel 5:37 BW werd door de rechtbank afgewezen en ligt eveneens voor in hoger beroep. De volledige eindbeslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig reconstrueerbaar.