JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2812Laag18/100

WOZ-waarde woning Amsterdam verlaagd naar €713.000

ECLI:NL:GHAMS:2026:2812, Gerechtshof Amsterdam, 13-08-2026, 25/1361

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 13 augustus 2026Publicatie: 1 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1361
Bestuursrecht
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Woz Waarde
Onroerendezaakbelasting
Amsterdam
Taxatie
Tussenwoning

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; WOZ-waarde woning.

Kern van de zaak

Een eigenaar van een tussenwoning uit 1840 in Amsterdam (95 m², gelegen aan een smalle steeg) bestreed de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde voor belastingjaar 2023. Na gegrondverklaring van het beroep door de rechtbank stelde de heffingsambtenaar hoger beroep in.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep van de heffingsambtenaar; de rechtbank had het beroep van de eigenaar al gegrond verklaard en de WOZ-waarde vastgesteld op €713.000. De doorslaggevende reden voor de verlaging was de vergelijking met drie representatieve tussenwoningen, waarbij rekening werd gehouden met de ligging aan een smalle steeg en de specifieke kenmerken van de woning.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele WOZ-geschil zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft geen bredere precedentwerking buiten de specifieke situatie van deze woning.

Belangrijkste punten

  • 1WOZ-waarde voor belastingjaar 2023 vastgesteld op €713.000 na bezwaar en beroep
  • 2Woning betreft een tussenwoning uit 1840, gelegen aan een smalle steeg in Amsterdam, 95 m² gebruiksoppervlakte
  • 3Taxatierapport van Register Taxateur met vergelijkingsobjecten (tussenwoningen aan smalle stegen) onderbouwde de waarde van €713.000
  • 4Rechtbank vernietigde uitspraak op bezwaar en stelde waarde zelf vast; heffingsambtenaar ging in hoger beroep
  • 5Hof heeft zitting achterwege gelaten nu belanghebbende daar niet om verzocht; uitspraak wordt schriftelijk gedaan

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de gangbare WOZ-methodiek waarbij bijzondere liggingsfactoren (smalle steeg, bouwjaar) expliciet in de vergelijkingsmatrix moeten worden verdisconteerd. De zaak illustreert dat rechters de WOZ-waarde zelf kunnen vaststellen bij vernietiging van de uitspraak op bezwaar.

Praktische impact

De eigenaar profiteert van een lagere WOZ-waarde van €713.000, hetgeen leidt tot een lagere aanslag onroerendezaakbelasting; het griffierecht van €51 wordt door de heffingsambtenaar vergoed.

Onderwerp-impact

Voor eigenaren van historische woningen op bijzondere locaties in Amsterdam onderstreept deze zaak het belang van het aanvechten van WOZ-waardes met specifieke, locatierelevante vergelijkingsobjecten.

Samenvatting

Deze zaak betreft een WOZ-geschil over een tussenwoning uit 1840 gelegen aan een smalle steeg in Amsterdam, met een gebruiksoppervlakte van 95 m² en een kaveloppervlakte van 28 m². De eigenaar was het niet eens met de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde voor belastingjaar 2023 (waardepeildatum 1 januari 2022) en tekende bezwaar aan, gevolgd door beroep bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de WOZ-waarde zelf vast op €713.000. Daarbij baseerde de rechtbank zich op een taxatierapport van een Register Taxateur, gedagtekend 28 november 2024, dat de waarde onderbouwde via vergelijking met drie tussenwoningen — waarvan twee eveneens aan een smalle steeg gelegen — en een centrumwoning in Amsterdam. In het taxatierapport waren de relevante kenmerken, foto's, een overzichtskaart en een gedetailleerde matrix opgenomen. De heffingsambtenaar stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft besloten de zaak zonder zitting af te doen, nadat het de eigenaar had gewezen op deze mogelijkheid en deze daar niet tegen protesteerde. De centrale juridische vraag in hoger beroep is of de door de rechtbank vastgestelde WOZ-waarde van €713.000 correct is. Gezien de beschikbare stukken — met name het taxatierapport met vergelijkingsobjecten die de bijzondere eigenschappen van de woning weerspiegelen — is de onderbouwing van de lagere waarde goed gedocumenteerd. De aanslag OZB wordt overeenkomstig de vastgestelde waarde verminderd, en het griffierecht van €51 komt voor rekening van de heffingsambtenaar. De zaak heeft beperkte precedentwerking maar illustreert het belang van een gedegen taxatierapport met passende vergelijkingsobjecten bij het aanvechten van WOZ-waardes voor bijzondere woningen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied