JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2784Laag28/100

Koper hoeft niet te betalen voor niet-geleverde containers

ECLI:NL:GHAMS:2026:2784, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 200.361.856

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.361.856
Contractenrecht
Civiel recht
Internationaal privaatrecht
Verbintenissenrecht
Koop
Transport
Distributie
Weens Koopverdrag
Cisg
Niet Levering
Opeisbaarheid Koopsom
Internationale Handel

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Hoger beroep tegen een deelvonnis. Weens Koopverdrag. Koopsom niet opeisbaar wegens niet-nakoming leveringsverbintenis (art. 58 lid 1 WKV). Tegenvordering stuit af op inhoud vaststellingsovereenkomst.

Kern van de zaak

Een Nederlandse koper (appellant, gevestigd in Zuid-Scharwoude) weigert een factuur van € 78.008,00 te betalen aan een buitenlandse verkoper (geïntimeerde) voor vijf containers die weliswaar besteld waren, maar nooit aan de koper zijn geleverd. De verkoper had de containers 'gererout' en aan een derde partij geleverd.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de vordering van de verkoper tot betaling van € 78.008,00 af en vernietigt daarmee het oordeel van de rechtbank Noord-Holland. De doorslaggevende reden is dat ingevolge artikel 58 lid 1 van het Weens Koopverdrag de koopsom pas opeisbaar is op het moment dat de verkoper de zaken ter beschikking stelt van de koper, hetgeen hier niet is gebeurd.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past het Weens Koopverdrag toe op een specifiek feitencomplex zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; het betreft een feitelijk-juridische toepassing van een bekende regel uit art. 58 lid 1 CISG door een hof van appel.

Belangrijkste punten

  • 1Internationale bevoegdheid berust op art. 4 lid 1 Brussel I bis (woonplaats gedaagde in Nederland).
  • 2Partijen zijn het eens dat het Weens Koopverdrag (CISG) van toepassing is; dit staat niet ter discussie in hoger beroep.
  • 3Art. 58 lid 1 CISG bepaalt dat de koopsom pas opeisbaar is bij terbeschikkingstelling van de zaken aan de koper.
  • 4De verkoper erkent impliciet dat de containers niet aan de koper maar aan een derde zijn geleverd ('gererout').
  • 5De vraag of de ontbindingsverklaring van de koper op grond van art. 49 CISG rechtsgevolg heeft gehad, blijft in het midden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van art. 58 lid 1 CISG als uitgangspunt voor opeisbaarheid van de koopsom: zonder feitelijke levering aan de koper bestaat geen betalingsverplichting. Dit is een concrete toepassing van het Weens Koopverdrag in een internationale handelsgeschil.

Praktische impact

De koper is gevrijwaard van een betalingsverplichting van € 78.008,00 voor goederen die hij nooit heeft ontvangen. De verkoper draagt de financiële consequenties van het rerouten van de containers naar een derde partij.

Onderwerp-impact

In de transport- en handelssector benadrukt deze uitspraak dat verkopers die goederen aan anderen leveren dan de contractuele wederpartij, de koopsom niet kunnen invorderen bij de oorspronkelijke koper, zelfs niet op basis van een bestaande bestelrelatie.

Samenvatting

Deze zaak betreft een internationaal handelsgeschil tussen een Nederlandse koper (gevestigd in Zuid-Scharwoude) en een buitenlandse verkoper over de betaling van vijf containers ter waarde van € 78.008,00. De containers waren door de koper besteld maar zijn door de verkoper 'gererout' en geleverd aan een derde partij, niet aan de koper zelf. De rechtbank Noord-Holland had de vordering van de verkoper in eerste aanleg toegewezen, waarop de koper in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof onderzoekt ambtshalve zijn internationale bevoegdheid en stelt vast dat de rechtbank Noord-Holland terecht bevoegdheid heeft aangenomen op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening Brussel I bis, nu de gedaagde (appellant) in Nederland is gevestigd. Over de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (CISG) bestaat geen geschil tussen partijen. Het hof oordeelt dat de grieven van de koper slagen. Centraal staat artikel 58 lid 1 CISG, dat bepaalt dat de koopsom bij wijze van uitgangspunt pas opeisbaar wordt op het moment dat de verkoper de zaken ter beschikking stelt van de koper. Omdat de verkoper dit onweersproken niet heeft gedaan — de containers zijn immers aan een derde geleverd — bestaat er voor de koper geen betalingsverplichting. Bovendien bevatten de facturen een betalingsconditie die levering aan de koper als voorwaarde stelt voor betaling, welke conditie de verkoper niet heeft betwist. Of de ontbindingsverklaring van de koper ex artikel 49 CISG rechtsgevolg heeft gehad, laat het hof in het midden nu de betalingsverplichting reeds op andere gronden ontbreekt. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de verkoper af.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Contractenrecht

Hoge Raad·25 sep 2026
Contractenrecht
Civiel recht
Bouw
Consumentenrecht
ECLI:NL:HR:2026:1556

Hoge Raad: vervalbeding in aannemingscontract oneerlijk jegens consument

74/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Contractenrecht
Civiel recht
Aansprakelijkheid
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2670

Hoger beroep tankpasfraude afgewezen wegens verkeerde gedaagde partij

18/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Contractenrecht
Civiel recht
Aansprakelijkheid
Vastgoed
ECLI:NL:GHAMS:2026:2695

Ontbinding koopovereenkomst perceel: GrondInkoop tekortgeschoten

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·2 sep 2026
Contractenrecht
Huurrecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
ECLI:NL:GHAMS:2026:2637

Huurder faalt in beroep op toezegging renovatiewoning met 4 kamers

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied