Koper hoeft niet te betalen voor niet-geleverde containers
ECLI:NL:GHAMS:2026:2784, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 200.361.856
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hoger beroep tegen een deelvonnis. Weens Koopverdrag. Koopsom niet opeisbaar wegens niet-nakoming leveringsverbintenis (art. 58 lid 1 WKV). Tegenvordering stuit af op inhoud vaststellingsovereenkomst.
Kern van de zaak
Een Nederlandse koper (appellant, gevestigd in Zuid-Scharwoude) weigert een factuur van € 78.008,00 te betalen aan een buitenlandse verkoper (geïntimeerde) voor vijf containers die weliswaar besteld waren, maar nooit aan de koper zijn geleverd. De verkoper had de containers 'gererout' en aan een derde partij geleverd.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de vordering van de verkoper tot betaling van € 78.008,00 af en vernietigt daarmee het oordeel van de rechtbank Noord-Holland. De doorslaggevende reden is dat ingevolge artikel 58 lid 1 van het Weens Koopverdrag de koopsom pas opeisbaar is op het moment dat de verkoper de zaken ter beschikking stelt van de koper, hetgeen hier niet is gebeurd.
Impactscore
LaagDe uitspraak past het Weens Koopverdrag toe op een specifiek feitencomplex zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; het betreft een feitelijk-juridische toepassing van een bekende regel uit art. 58 lid 1 CISG door een hof van appel.
Belangrijkste punten
- 1Internationale bevoegdheid berust op art. 4 lid 1 Brussel I bis (woonplaats gedaagde in Nederland).
- 2Partijen zijn het eens dat het Weens Koopverdrag (CISG) van toepassing is; dit staat niet ter discussie in hoger beroep.
- 3Art. 58 lid 1 CISG bepaalt dat de koopsom pas opeisbaar is bij terbeschikkingstelling van de zaken aan de koper.
- 4De verkoper erkent impliciet dat de containers niet aan de koper maar aan een derde zijn geleverd ('gererout').
- 5De vraag of de ontbindingsverklaring van de koper op grond van art. 49 CISG rechtsgevolg heeft gehad, blijft in het midden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van art. 58 lid 1 CISG als uitgangspunt voor opeisbaarheid van de koopsom: zonder feitelijke levering aan de koper bestaat geen betalingsverplichting. Dit is een concrete toepassing van het Weens Koopverdrag in een internationale handelsgeschil.
Praktische impact
De koper is gevrijwaard van een betalingsverplichting van € 78.008,00 voor goederen die hij nooit heeft ontvangen. De verkoper draagt de financiële consequenties van het rerouten van de containers naar een derde partij.
Onderwerp-impact
In de transport- en handelssector benadrukt deze uitspraak dat verkopers die goederen aan anderen leveren dan de contractuele wederpartij, de koopsom niet kunnen invorderen bij de oorspronkelijke koper, zelfs niet op basis van een bestaande bestelrelatie.
Samenvatting
Deze zaak betreft een internationaal handelsgeschil tussen een Nederlandse koper (gevestigd in Zuid-Scharwoude) en een buitenlandse verkoper over de betaling van vijf containers ter waarde van € 78.008,00. De containers waren door de koper besteld maar zijn door de verkoper 'gererout' en geleverd aan een derde partij, niet aan de koper zelf. De rechtbank Noord-Holland had de vordering van de verkoper in eerste aanleg toegewezen, waarop de koper in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof onderzoekt ambtshalve zijn internationale bevoegdheid en stelt vast dat de rechtbank Noord-Holland terecht bevoegdheid heeft aangenomen op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening Brussel I bis, nu de gedaagde (appellant) in Nederland is gevestigd. Over de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (CISG) bestaat geen geschil tussen partijen. Het hof oordeelt dat de grieven van de koper slagen. Centraal staat artikel 58 lid 1 CISG, dat bepaalt dat de koopsom bij wijze van uitgangspunt pas opeisbaar wordt op het moment dat de verkoper de zaken ter beschikking stelt van de koper. Omdat de verkoper dit onweersproken niet heeft gedaan — de containers zijn immers aan een derde geleverd — bestaat er voor de koper geen betalingsverplichting. Bovendien bevatten de facturen een betalingsconditie die levering aan de koper als voorwaarde stelt voor betaling, welke conditie de verkoper niet heeft betwist. Of de ontbindingsverklaring van de koper ex artikel 49 CISG rechtsgevolg heeft gehad, laat het hof in het midden nu de betalingsverplichting reeds op andere gronden ontbreekt. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de verkoper af.