Arbeidsongeschiktheidsverzekering: uitkering Delta Lloyd betwist
ECLI:NL:GHAMS:2026:2779, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.303.007/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzekeringsrecht; begrip arbeidsongeschiktheid in polis; verzekeraar weigert tot uitkering onder de polis over te gaan omdat niet kan worden vastgesteld de verzekerde “als gevolg van ziekte of een ongeval medisch vast te stellen stoornissen heeft”. Een door partijen gezamenlijke benoemde deskundige oordeelde dat geen diagnose [x] kon worden vastgesteld. Het hof oordeelt op basis van die bevindingen dat niet is voldaan aan het arbeidsongeschiktheidsbegrip. Het standpunt van verzekerde dat enkel op basis van een subjectief klachtenpatroon dat zou kunnen passen bij de diagnose [x] zou kunnen worden geconcludeerd dat is voldaan aan dat arbeidsongeschiktheidsbegrip omdat daarin het woord ‘objectief’ ontbreekt, miskent dat dat begrip wel een relatie met een ziekte vereist. Die relatie met een ziekte (specifiek x) is nu juist blijkens het rapport van de deskundige medisch niet vast te stellen. Volgt vernietigingen vonnissen Rb (ECLI:NL:RBAMS:2019:1882; ECLI:NL:RBAMS: 2019:3453; ECLI:NL:RBAMS:2020:3074; ECLI:NL:RBAMS:2021:2540)
Kern van de zaak
Een verzekerde (geïntimeerde) heeft zich in 2014-2015 arbeidsongeschikt gemeld bij verzekeraar Delta Lloyd wegens spierpijnklachten, vermoeidheid en krachtsverlies. Na aanvankelijke uitkering is er een geschil ontstaan over de (voortduring van de) uitkering onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam heeft een proceskostenveroordeling uitgesproken en bepaald dat bij niet-betaling binnen veertien dagen wettelijke rente verschuldigd is; de veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. De precieze inhoud van de hoofdbeslissing is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven, waardoor de doorslaggevende reden niet volledig kan worden vastgesteld.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele civiele verzekeringsrechtelijke zaak in hoger beroep zonder aanwijsbare richtinggevende rechtsvragen; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig, waardoor de werkelijke reikwijdte beperkt lijkt.
Belangrijkste punten
- 1Geïntimeerde heeft zich per 30 september 2014 gedeeltelijk en per 1 juni 2015 volledig arbeidsongeschikt gemeld bij Delta Lloyd wegens neuromusculaire klachten.
- 2Delta Lloyd keerde aanvankelijk uit onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering, maar er ontstond later een geschil.
- 3Medisch onderzoek in meerdere universitaire ziekenhuizen (Erasmus MC, UMC Radboud, UZ Leuven) kon geen definitieve diagnose stellen; ziekten van Pompe en McArdle werden uitgesloten.
- 4De verzekeringsvoorwaarden bevatten een bezwaartermijn van 30 dagen waarbinnen de verzekeringnemer bezwaar moet maken tegen het standpunt van Delta Lloyd.
- 5Het hof heeft een proceskostenveroordeling opgelegd, uitvoerbaar bij voorraad, met wettelijke rente bij te late betaling; het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het belang van de bezwaartermijnbepaling in verzekeringsvoorwaarden en de bewijslast bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen bij niet-gediagnosticeerde aandoeningen. Vanwege de onvolledige tekst is de bredere juridische precedentwerking onzeker.
Praktische impact
Voor de verzekerde betekent de uitspraak dat (een deel van) zijn vorderingen is afgewezen; voor Delta Lloyd bevestigt het arrest het belang van zorgvuldige medische beoordeling bij moeilijk diagnosticeerbare aandoeningen.
Onderwerp-impact
In de verzekeringsbranche onderstreept deze zaak de complexiteit van arbeidsongeschiktheidsclaims bij neuromusculaire aandoeningen zonder vastgestelde diagnose en de rol van meerdere medische second opinions.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam tussen een verzekerde (geïntimeerde) en verzekeraar Delta Lloyd over de uitkering onder een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De verzekerde meldde zich in september 2014 gedeeltelijk en per juni 2015 volledig arbeidsongeschikt wegens progressieve spierpijnklachten, vermoeidheid en krachtsverlies in armen en benen. Delta Lloyd keerde aanvankelijk uit, maar er ontstond vervolgens een geschil over de voortzetting daarvan. Medisch gezien bleek de situatie bijzonder complex: onderzoek in het Erasmus MC leidde tot de werkdiagnose 'Myopathie, verdenking McArdle', maar zowel de ziekte van Pompe als McArdle werden door het UMC St. Radboud uitgesloten. Uiteindelijk kon geen definitieve diagnose worden gesteld. De verzekerde zocht zelf een second opinion bij het Universitair Ziekenhuis Leuven, waar hij meerdere malen werd geconsulteerd in 2016, eveneens zonder sluitende diagnose. De verzekeringsvoorwaarden bevatten een bepaling waarbij de verzekeringnemer binnen 30 dagen bezwaar moet maken tegen het standpunt van Delta Lloyd, bij gebreke waarvan hij geacht wordt dat standpunt te aanvaarden. Deze bepaling speelde vermoedelijk een rol in het geschil. Het hof heeft in zijn arrest een proceskostenveroordeling opgelegd, met wettelijke rente bij niet-tijdige voldoening, en de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De volledige motivering van de hoofdbeslissing is op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig reconstrueerbaar, waardoor de precieze juridische grondslag met enige onzekerheid moet worden omgeven.