Notarisklacht over gronddossier afgewezen in hoger beroep
ECLI:NL:GHAMS:2026:2746, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.360.641/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Klacht tegen een toegevoegd notaris en een (oud-)notaris. Doorhaling hypotheekrechten n.a.v. eindarrest. Opstellen royementsvolmacht; onduidelijkheid percelen. Partijdigheid. Belehrungsplicht. Klacht ongegrond.
Kern van de zaak
Klager (aandeelhouder en bestuurder) en klaagster (vennootschap) hebben een klacht ingediend tegen notarissen in verband met een complex gronddossier waarbij een gemeente en meerdere partijen betrokken zijn. Na een eerder oordeel van de kamer voor het notariaat is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst behandelt het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat van 29 september 2025; de uitkomst van de beoordeling is uit de aangeleverde tekst niet volledig op te maken, omdat de beslissende overwegingen ontbreken. De tekst is onvolledig en bevat slechts procedurefeitelijke informatie en fragmenten uit een onderliggend arrest.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een individuele tuchtrechtelijke klacht tegen notarissen in een specifiek gronddossier zonder aanwijzingen voor richtinggevende rechtsvragen; de onvolledige tekst maakt een hogere score niet te rechtvaardigen.
Belangrijkste punten
- 1Klager is aandeelhouder en bestuurder van klaagster en had via klaagster belangen in [XX] B.V. en [Y] B.V.
- 2De klacht richt zich tegen notarissen en is eerder behandeld door de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (uitspraak 29 september 2025).
- 3De achtergrond betreft een gronddispuut met de gemeente, waarbij het hof 's-Hertogenbosch in 2021 eindarrest heeft gewezen over teruglevering van openbare gronden.
- 4Er bestond een patstelling: [XX] werkte niet mee aan teruglevering ondanks rechterlijk oordeel, terwijl de gemeente haar leveringstoezegging niet nakwam.
- 5Aanvullende producties ingediend binnen de tiende kalenderdag vóór de zitting zijn te laat ingediend en zijn ter zitting besproken.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak betreft tuchtrechtelijk toezicht op notarissen in het kader van een complexe vastgoedtransactie; de juridische impact is beperkt vast te stellen omdat de volledige motivering en beslissing ontbreken in de aangeleverde tekst.
Praktische impact
Voor klagers betekent het hoger beroep een nieuwe kans op beoordeling van hun klacht tegen de notarissen, maar de uitkomst en de praktische gevolgen voor het gronddossier zijn uit de beschikbare tekst niet af te leiden.
Onderwerp-impact
Het dossier raakt aan vastgoed- en grondontwikkeling waarbij notarieel handelen centraal staat; de impact op de vastgoedpraktijk is afhankelijk van de uiteindelijke beslissing die niet volledig kenbaar is uit de tekst.
Samenvatting
In deze zaak hebben klager – aandeelhouder en bestuurder van klaagster – en klaagster zelf hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch van 29 september 2025. De klacht richt zich tegen notarissen en vindt zijn oorsprong in een langlopend gronddispuut tussen een gemeente en meerdere partijen, waaronder [XX] B.V. en [Y] B.V., vennootschappen waarin klager via klaagster tot 10 juni 2021 belangen hield. In dat geschil deed de rechtbank Limburg in 2017 uitspraak, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in april 2021 eindarrest wees. Kern van dat onderliggende geschil was een patstelling: [XX] weigerde mee te werken aan de teruglevering van openbare gronden aan de gemeente, terwijl de gemeente op haar beurt een eerder gedane leveringstoezegging niet nakwam. Het hof 's-Hertogenbosch nam dit mee in de eindbeoordeling en verbond daar rechtsgevolgen aan. In de onderhavige tuchtrechtelijke procedure bij het Gerechtshof Amsterdam hebben klagers op 22 oktober 2025 een beroepschrift ingediend, de notarissen op 21 januari 2026 een verweerschrift, en klagers op 7 en 9 april 2026 aanvullende producties. Die laatste producties werden als te laat ingediend aangemerkt – binnen de tiende kalenderdag vóór de mondelinge behandeling – en zijn ter zitting besproken. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig: de dragende motivering en het dictum van het hof ontbreken, waardoor de uiteindelijke beslissing en de doorslaggevende gronden niet volledig kenbaar zijn. De impactscore en -beoordeling zijn daarom conservatief gehouden.