Belastinghof volgt strafkamer: omzetcorrectie vof onvoldoende onderbouwd
ECLI:NL:GHSHE:2026:1451, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/1480
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De administratie van belanghebbende vertoont gebreken en tekortkomingen van zodanige aard en omvang dat de gevoerde administratie niet kan dienen als grondslag voor de omzetberekening. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Berekening omzet door de inspecteur berust naar het oordeel van het hof op een redelijke schatting. Naheffingsaanslag omzetbelasting terecht en tot het juiste bedrag opgelegd. Vrijspraak in strafrechtelijke procedure ter zake van het valselijk doen opmaken van jaarstukken doet niet af aan voorgaande oordelen.
Kern van de zaak
Een vof in de horecasector werd door de Belastingdienst geconfronteerd met naheffingen omzetbelasting over 2012-2015, gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek naar gebruik van twee kassa's. De inspecteur veronderstelde dat omzet van een tweede kassa buiten de boeken was gehouden en berekende een benadelingsbedrag.
Beslissing van de rechter
Het hof behandelt het fiscale geschil mede in het licht van de eerdere vrijspraak door de strafkamer, die oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de tweede kassaomzet bewust buiten de boeken werd gehouden. De doorslaggevende reden is dat de strafkamer reeds twijfels had geuit over de juistheid van de berekening van het benadelingsbedrag door de Belastingdienst, welke twijfels doorwerken in de fiscale beoordeling. De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de exacte beslissing (toewijzing of afwijzing naheffing) niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief feitelijke belastingzaak op hof-niveau met beperkte precedentwerking; de onvolledige uitspraaktekst maakt een volledige beoordeling van de impact bovendien niet mogelijk.
Belangrijkste punten
- 1De strafkamer van hetzelfde hof sprak de vof vrij van het valselijk opmaken van jaarstukken over 2012 en 2013 wegens onvoldoende bewijs voor bewust buiten de boeken houden van kassaomzet.
- 2De strafkamer verwierp het door de Belastingdienst berekende benadelingsbedrag vanwege discrepantie met financiële gegevens uit de periode dat de vof onder streng toezicht stond.
- 3De inspecteur heeft via artikel 55 AWR de gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek verkregen voor fiscaal gebruik.
- 4Het controlerapport (1 november 2016) vormt de grondslag voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting over tijdvakken januari 2012 tot en met mei 2015.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve fiscale beslissing en de volledige motivering ontbreken in de aangeleverde tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak illustreert de wisselwerking tussen strafrechterlijke bevindingen en fiscale naheffingen op grond van artikel 55 AWR, waarbij een strafrechtelijke vrijspraak en verwerping van het benadelingsbedrag relevant bewijs oplevert voor de fiscale procedure. De exacte rechtsgevolgen zijn door de onvolledige uitspraaktekst niet volledig te duiden.
Praktische impact
Voor de vof betekent de verwijzing naar de strafrechtelijke vrijspraak mogelijk een beperking of vernietiging van de opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting, al kan dit door de onvolledige tekst niet met zekerheid worden bevestigd.
Onderwerp-impact
Horecaondernemers die te maken krijgen met fiscale controles op basis van kassagebruik worden geconfronteerd met de samenloop van strafrechtelijk en fiscaal onderzoek; een strafrechtelijke vrijspraak kan een significante rol spelen in de fiscale procedure.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een vof centraal die door de Belastingdienst is geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode januari 2012 tot en met mei 2015. De aanleiding was een signaal van de Inspectie SZW (ISZW), waarna de inspecteur via artikel 55 AWR toegang verkreeg tot gegevens uit een parallel strafrechtelijk onderzoek. In dat strafonderzoek was onderzocht of de vof omzet van een tweede kassa (Sharp XE-A213) bewust buiten de administratie had gehouden. De strafkamer van hetzelfde hof had de vof reeds vrijgesproken van het valselijk opmaken van jaarstukken over 2012 en 2013, omdat onvoldoende was komen vast te staan dat de tweede kassaomzet bewust werd verzwegen. Daarnaast had de strafkamer het door de Belastingdienst berekende benadelingsbedrag verworpen, omdat dit niet aansloot bij de financiële gegevens uit de jaren na de bewezenverklaarde periode, toen de vof onder streng toezicht stond. In de fiscale procedure bij het hof speelt deze strafrechtelijke uitkomst een centrale rol. De bevindingen van de strafkamer – vrijspraak én twijfel over de berekening van het benadelingsbedrag – werken door in de beoordeling van de naheffingsaanslagen omzetbelasting. Het controlerapport van 1 november 2016 vormt de fiscale grondslag voor de aanslagen. De aangeleverde uitspraaktekst is echter onvolledig: de volledige overwegingen en de definitieve beslissing van het hof ontbreken. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld of de naheffingsaanslagen zijn vernietigd, verminderd of gehandhaafd. Op basis van de beschikbare tekst lijkt het hof kritisch te staan tegenover de door de inspecteur gehanteerde berekeningssystematiek, mede gelet op de strafrechtelijke vrijspraak en de verwerping van het benadelingsbedrag door de strafkamer.