Hof Amsterdam wijzigt gezag: moeder krijgt eenhoofdig gezag
ECLI:NL:GHAMS:2026:2625, Gerechtshof Amsterdam, 15-09-2026, 200.363.069/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)beëindiging gezamenlijk gezag. Afwijzing verzoek tot benoeming bijzondere curator. Afwijzing verzoek om een ouderschapsonderzoek te gelasten en een deskundige te benoemen.
Kern van de zaak
Een moeder en vader, uit elkaar gegaan in december 2019, twisten over het gezag over hun gezamenlijke kind (geboren 2018). De moeder verzoekt in hoger beroep beëindiging van het gezamenlijk gezag; de vader is het eens met de beslissing van de rechtbank en verzoekt incidenteel een bijzondere curator of ouderschapsonderzoek.
Beslissing van de rechter
Het hof betrekt de aanvullende (voorwaardelijke) verzoeken van de moeder bij de beoordeling en oordeelt dat geen sprake is van strijd met de goede procesorde. De exacte eindbeslissing over het gezag is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het hof behandelt het hoger beroep van de moeder inhoudelijk; de doorslaggevende reden voor de procedurebeslissing is dat de aanvullende verzoeken voldoende verband houden met het hoofdverzoek (connexiteit) en de vader tijdig kennis kon nemen van de stukken.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele familiezaak met beperkte precedentwerking; de procedurebeslissingen zijn in lijn met bestaande rechtspraak over de tweeconclusieregel en connexiteit. De inhoudelijke eindbeslissing over het gezag is bovendien niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst.
Belangrijkste punten
- 1De moeder mag in hoger beroep haar verzoeken aanvullen en vermeerderen; dit is niet in strijd met de tweeconclusieregel.
- 2Aanvullende voorwaardelijke verzoeken zijn ontvankelijk wegens connexiteit met het hoofdverzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag.
- 3Geen strijd met de goede procesorde: de vader ontving de stukken twee weken voor de zitting en kon zich adequaat voorbereiden.
- 4De vader verzoekt incidenteel een bijzondere curator te benoemen of een ouderschapsonderzoek te gelasten.
- 5De hoofdverblijfplaats van het kind was reeds bij de moeder vastgesteld (beschikking 2022, bekrachtigd 2023).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de ruimte die het procesrecht biedt voor aanvulling en vermeerdering van verzoeken in hoger beroep in familiezaken, mits connexiteit bestaat en het beginsel van hoor en wederhoor is gewaarborgd. De tweeconclusieregel en de goede procesorde worden restrictief maar praktisch uitgelegd.
Praktische impact
Voor de betrokken ouders betekent dit dat de inhoudelijke beoordeling van de gezagsvraag in hoger beroep volledig plaatsvindt; de moeder houdt de mogelijkheid om eenhoofdig gezag te verkrijgen, terwijl de vader zijn incidentele verzoeken nog inhoudelijk ziet beoordeeld.
Onderwerp-impact
In het familierecht biedt deze uitspraak duidelijkheid over de processuele ruimte bij gezagsprocedures in hoger beroep, met name over de toelaatbaarheid van late aanvullende verzoeken in het belang van het kind.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat de vraag centraal of de moeder van een in 2018 geboren kind het gezamenlijk gezag met de vader kan laten beëindigen, zodat zij eenhoofdig gezag verkrijgt. De ouders hadden een relatie van 2013 tot december 2019; de hoofdverblijfplaats van het kind is sinds 2022 bij de moeder. De rechtbank Noord-Holland wees het verzoek van de moeder af, waarna zij in december 2025 in hoger beroep ging. De vader voerde incidenteel hoger beroep en verzocht om benoeming van een bijzondere curator of een ouderschapsonderzoek. In procedureel opzicht stond het hof voor de vraag of de aanvullende (voorwaardelijke) verzoeken van de moeder, ingediend op 23 juli 2026, toelaatbaar waren. Het hof oordeelt dat dit het geval is. In hoger beroep mag een verzoeker haar verzoeken aanvullen en vermeerderen; de nadere toelichting op producties vormt geen nieuwe procesronde en is niet in strijd met de tweeconclusieregel. De aanvullende verzoeken houden voldoende verband met het hoofdverzoek (connexiteit), en de advocaat van de vader ontving de stukken twee weken voor de zitting. Die termijn werd voldoende geacht om kennis te nemen van de stukken, de vader voor te lichten en een verweer voor te bereiden — hetgeen ook daadwerkelijk gebeurde. Dat de aanhef van het stuk de aanvullende verzoeken niet expliciet aankondigde, deed hieraan niet af, nu de inhoud en het petitum dit duidelijk maakten. Het hof concludeert dat er geen strijd is met de goede procesorde en betrekt alle verzoeken bij de inhoudelijke beoordeling. De uiteindelijke beslissing over het gezag en de incidentele verzoeken van de vader is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de procedurele drempels voor de moeder zijn weggenomen.