Dwangakkoord afgewezen na verhuizing advocaat naar Zwitserland
ECLI:NL:GHAMS:2026:2424, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 200.369.492
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hoger beroep tegen afwijzing dwangakkoord. Schuldenaar heeft ook in hoger beroep onvoldoende inzicht verschaft in zijn volledige vermogens- en schuldenpositie. Het aangeboden akkoord is onvoldoende deugdelijk en controleerbaar gedocumenteerd. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de aangeboden schuldregeling het uiterste is waartoe schuldenaar financieel in staat moet worden geacht en evenmin dat de wettelijke schuldsaneringsregeling minder voor de schuldeisers zal opleveren dan de aangeboden schuldregeling. Niet kan worden geoordeeld dat de weigerende schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen. Volgt bekrachtiging vonnis.
Kern van de zaak
Een 69-jarige voormalig advocaat, verhuisd naar Zwitserland, verzocht de rechtbank een dwangakkoord op te leggen aan weigerende schuldeisers (art. 287a Fw). De rechtbank wees dit verzoek af, waarna appellant in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Het hof verklaart appellant ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het dwangakkoord, omdat hij zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft ingetrokken. De inhoudelijke beoordeling van het dwangakkoord zelf is in de beschikbare tekst niet volledig weergegeven.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad en heeft geen nieuwe rechtsontwikkeling; bovendien is de tekst onvolledig en ontbreekt de inhoudelijke beslissing over het dwangakkoord zelf.
Belangrijkste punten
- 1Afzonderlijk hoger beroep tegen afwijzing dwangakkoord (art. 287a Fw) is alleen mogelijk als het WSNP-verzoek niet is gehandhaafd (HR 14 december 2012 en HR 11 juni 2021)
- 2Appellant heeft ter zitting in hoger beroep zijn WSNP-verzoek ingetrokken, waarmee de ontvankelijkheidsdrempel is genomen
- 3Appellant is 69 jaar, voormalig advocaat, en verhuisd naar Zwitserland in september 2025
- 4Faillissementsaanvraag door schuldeiser op 4 februari 2026 was aanleiding voor de samenlopende verzoeken
- 5De rechtbank behandelde het dwangakkoord en het WSNP-verzoek gelijktijdig, maar behandelde alleen het dwangakkoord vanwege de aangekondigde appelmogelijkheid
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Hoge Raad dat hoger beroep tegen een afgewezen dwangakkoord slechts afzonderlijk ontvankelijk is indien het WSNP-verzoek is ingetrokken. Dit stelt een procedurele drempel die schuldenaren dwingt een keuze te maken tussen de twee rechtsmiddelen.
Praktische impact
Voor appellant betekent ontvankelijkheid dat het hof zijn dwangakkoord inhoudelijk kan beoordelen; de uitkomst daarvan is uit de beschikbare tekst niet op te maken. Schuldeisers worden geconfronteerd met een potentieel gedwongen akkoord bij een schuldenaar die inmiddels in het buitenland woont.
Onderwerp-impact
In schuldsaneringszaken waarbij schuldenaren zowel een dwangakkoord als WSNP-toelating verzoeken, is de procedurele volgorde en intrekking van het WSNP-verzoek cruciaal voor de ontvankelijkheid in hoger beroep.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal of een voormalig advocaat (69 jaar), die naar Zwitserland is verhuisd, ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van een dwangakkoord ex artikel 287a Fw. De schuldeiser had op 4 februari 2026 het faillissement van appellant aangevraagd, waarna appellant op 9 maart 2026 zowel een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) als een verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord indiende. De rechtbank behandelde tijdens de zitting van 7 mei 2026 uitsluitend het dwangakkoordverzoek en wees dit af; het WSNP-verzoek bleef onbehandeld omdat appellant hoger beroep aankondigde bij afwijzing. Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 287a juncto artikel 292 lid 3 Fw afzonderlijk hoger beroep tegen de afwijzing van een dwangakkoord alleen mogelijk is indien het WSNP-verzoek niet is gehandhaafd. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0966 en HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:859). Ter zitting in hoger beroep heeft de raadsman van appellant verklaard dat het WSNP-verzoek is ingetrokken. Daarmee is aan de ontvankelijkheidseis voldaan en verklaart het hof appellant ontvankelijk in zijn hoger beroep. De inhoudelijke beoordeling van het dwangakkoord — waaronder de vraag of de weigerende schuldeisers redelijkerwijs niet tot weigering hadden kunnen komen — is in de beschikbare tekst niet volledig weergegeven, zodat over de uiteindelijke uitkomst onzekerheid bestaat. De zaak illustreert de procesrechtelijke complexiteit bij samenlopende schuldsaneringsinstrumenten en de noodzaak voor schuldenaren om tijdig een strategische keuze te maken tussen het dwangakkoord en de WSNP.