JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2396Laag18/100

Hof bekrachtigt bewind dementerende vrouw ondanks bezwaar

ECLI:NL:GHAMS:2026:2396, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.362.938/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Zaaknummer:200.362.938/01
Civiel recht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Beschermingsbewind
Wlz
Dementie
Opheffing Bewind
Schulden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bekrachtiging bestreden beschikking waarin het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen.

Kern van de zaak

Een vrouw met dementie en wanen, verblijvend in een zorginstelling (Amsta), verzocht opheffing van het over haar vermogen ingestelde bewind. Zij had eerder een Wsnp-traject doorlopen maar opnieuw schulden opgebouwd van bijna €14.000. De bewindvoerder verzette zich tegen opheffing omdat de noodzaak onverminderd aanwezig was.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt de beschikking van de eerste rechter en handhaaft het bewind. Doorslaggevend is dat betrokkene door haar dementie, verminderd ziekte-inzicht en executief disfunctioneren niet in staat is zelfstandig of met hulp haar financiën te beheren.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele beschikking in een standaard bewindszaak zonder precedentwerking; de rechtsvraag is feitelijk van aard en de toepassing van artikel 1:449 BW is routinematig.

Belangrijkste punten

  • 1Betrokkene lijdt aan dementie en wanen en heeft een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf (Wlz-indicatie, opgenomen bij Amsta).
  • 2Betrokkene heeft opnieuw schulden van bijna €14.000 opgebouwd na eerder Wsnp-traject en is zelf niet op de hoogte van deze schulden.
  • 3De rechter sprak persoonlijk met betrokkene op haar verblijfslocatie; zij bleek geen zicht te hebben op haar financiële situatie.
  • 4Opheffing van bewind is mogelijk op grond van artikel 1:449 lid 2 BW indien de noodzaak niet meer bestaat of voortzetting niet zinvol is gebleken.
  • 5Het hof acht de noodzaak voor het bewind onverminderd aanwezig en wijst het verzoek tot opheffing af.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de maatstaf van artikel 1:449 lid 2 BW toe en bevestigt dat bij aantoonbaar ontbrekend financieel inzicht en cognitieve beperkingen de noodzaak voor bewind blijft bestaan, ook wanneer betrokkene in een gereguleerde zorgomgeving verblijft.

Praktische impact

De vrouw blijft onder bewind staan en heeft geen zelfstandige beschikking over haar vermogen; de bewindvoerder beheert haar financiën en zal de schulden moeten adresseren.

Onderwerp-impact

Voor zorginstelling-bewoners met cognitieve beperkingen bevestigt deze uitspraak dat een Wlz-opname op zichzelf geen reden is om bewind op te heffen als de financiële kwetsbaarheid voortduurt.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of het beschermingsbewind over de goederen van een dementerende vrouw diende te worden opgeheven. Betrokkene had voorheen samengewoond met haar zoon, waarbij hulpverlenende instanties en buren ernstige zorgen uitten over haar situatie. Zij doorliep in het verleden een Wsnp-traject maar had nadien opnieuw schulden van bijna €14.000 opgebouwd, ontstaan tussen 2021 en begin 2025. Sinds december 2025 verblijft zij op basis van een Wlz-indicatie bij zorginstelling Amsta, en in februari 2026 werd een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf afgegeven. Bij betrokkene is sprake van dementie, wanen, verminderd ziekte-inzicht, problemen met executief functioneren en initiatiefverlies. De betrokkene verzocht zelf opheffing van het bewind, daartoe geadviseerd door het buurtteam. De bewindvoerder verzette zich en achtte de noodzaak onverminderd aanwezig. Het Gerechtshof Amsterdam toetste het verzoek aan artikel 1:449 lid 2 BW, dat opheffing mogelijk maakt indien de noodzaak voor het bewind niet meer bestaat of voortzetting niet zinvol is gebleken. Na een persoonlijk gesprek van de voorzitter met betrokkene op haar verblijfslocatie stelde het hof vast dat zij geen enkel zicht heeft op haar financiën en niet op de hoogte is van haar schulden. Gelet op de aard en ernst van haar aandoening, het herhaalde patroon van schuldenopbouw en haar gebleken onvermogen om financiën zelfstandig of met hulp te beheren, acht het hof de noodzaak voor het bewind onverminderd aanwezig. Het hof bekrachtigt dan ook de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot opheffing af. De uitspraak is een toepassing van gevestigde rechtsnormen op een individuele situatie en heeft geen bredere precedentwerking.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2492Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2492, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.314.267/01 en 200.320.485/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied