JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2332Middel38/100

Ondernemingsraad wint deels over indexatiebeleid pensioenregeling

ECLI:NL:GHAMS:2026:2332, Gerechtshof Amsterdam, 11-08-2026, 200.358.882

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 11 augustus 2026Publicatie: 21 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.358.882
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Verzekering
Financiele Dienstverlening
Pensioenregeling
Ondernemingsraad
Toeslagbeding
Indexatie
Artikel 27 Wor

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Geschil over toeslagbeding in oude pensioenregeling na wijziging van de bestaande middelloonregeling in een premieregeling; kwalificatie van mededeling pensioenverzekeraar dat toeslagregeling is geëindigd wegens ontbreken van middelen in het bij de verzekeraar aangehouden toeslagdepot als besluit van de ondernemer in de in van artikel 27 lid 1 WOR; voortdurende verplichting voor de ondernemer op grond van de toeslagregeling tot overleg met de OR over duurzaam en toekomstbestendig indexatiebeleid.

Kern van de zaak

De ondernemingsraad van een bedrijf stapte naar de rechter omdat de werkgever na wijziging van een middelloonregeling naar een premieregeling het toeslagbeding (indexatie) voor inactieve deelnemers niet correct naleefde. In geschil was of de mededeling van de pensioenverzekeraar dat het toeslagdepot leeg was een instemmingsplichtig besluit van de ondernemer betrof, en of de werkgever nog verplicht was met de ondernemingsraad te overleggen over indexatiebeleid.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de verzoeken van de ondernemingsraad onder IV en VII af wegens gebrek aan belang, nu overleg reeds heeft plaatsgevonden of voldoende concreet is toegezegd. Het verzoek onder V wordt voor zover het de inactieven van vóór 2017 betreft wél toewijsbaar geacht, omdat aan de voorwaarden voor indexatie is voldaan en de werkgever een voortdurende overlegverplichting heeft op grond van de toeslagregeling.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft praktische betekenis voor ondernemingen met een vergelijkbare pensioenovergang, maar is casuïstisch van aard en afkomstig van een gerechtshof; geen fundamentele rechtsontwikkeling op Hoge Raad-niveau.

Belangrijkste punten

  • 1Wijziging van middelloonregeling naar premieregeling roept vragen op over voortbestaan toeslagbeding voor inactieve deelnemers
  • 2Mededeling van pensioenverzekeraar over leeg toeslagdepot wordt beoordeeld op kwalificatie als instemmingsplichtig besluit ex artikel 27 lid 1 WOR
  • 3Ondernemingsraad heeft geen belang bij verzoeken IV en VII nu overleg heeft plaatsgevonden of concreet is toegezegd
  • 4Verzoek V voor inactieven van vóór 2017 is toewijsbaar: werkgever heeft voortdurende overlegverplichting over duurzaam indexatiebeleid
  • 5Hof benadrukt de onderscheiden positie van inactieven van vóór en ná 2017 bij de beoordeling van indexatieaanspraken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de instemmingsplicht ex artikel 27 WOR bij pensioenwijzigingen en bevestigt dat een voortdurende overlegverplichting over indexatiebeleid voor inactieve deelnemers op de ondernemer rust. Dit is relevant voor de afbakening tussen de rol van de pensioenverzekeraar en de verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf.

Praktische impact

Werkgevers die een middelloonregeling hebben omgezet naar een premieregeling dienen actief overleg te voeren met de ondernemingsraad over het indexatiebeleid voor inactieve deelnemers, ook als het toeslagdepot bij de verzekeraar is uitgeput. Stilzitten na een mededeling van de verzekeraar is onvoldoende.

Onderwerp-impact

Voor pensioenuitvoering in de arbeidsrelatie betekent deze uitspraak dat de medezeggenschap van de ondernemingsraad bij indexatiebesluiten over slapende deelnemers niet eindigt bij de overgang naar een nieuwe pensioenregeling.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil tussen de ondernemingsraad van een onderneming en de ondernemer zelf over de naleving van een toeslagbeding in een oude pensioenregeling na de wijziging van een middelloonregeling naar een premieregeling. Kern van het geschil is de vraag of de mededeling van de pensioenverzekeraar dat het toeslagdepot leeg is en de toeslagregeling daarmee is geëindigd, kwalificeert als een instemmingsplichtig besluit van de ondernemer in de zin van artikel 27 lid 1 WOR. Daarnaast speelt de vraag of de ondernemer een voortdurende verplichting heeft om met de ondernemingsraad te overleggen over een duurzaam en toekomstbestendig indexatiebeleid voor inactieve deelnemers. Het Gerechtshof Amsterdam wijst de verzoeken van de ondernemingsraad onder IV en VII af. De reden daarvoor is dat de ondernemingsraad geen belang meer heeft bij toewijzing: overleg over inactieven van vóór 2017 heeft reeds plaatsgevonden, en ten aanzien van inactieven van ná 2017 is overleg voldoende concreet toegezegd. Voor zover de verzoeken inhoudelijk overeenkomen met wat de kantonrechter al had toegewezen, ontbreekt het procesbelang in hoger beroep. Het verzoek onder V wordt voor de inactieven van vóór 2017 wél toewijsbaar geacht. Het hof stelt vast dat aan de voorwaarden voor indexatie is voldaan en dat de werkgever op grond van de toeslagregeling een voortdurende overlegverplichting heeft. Dit onderscheid tussen de twee groepen inactieven — vóór en ná 2017 — is bepalend voor de uitkomst per verzoek. De uitspraak benadrukt dat de verantwoordelijkheid van de ondernemer voor het indexatiebeleid niet eindigt doordat de pensioenverzekeraar constateert dat het toeslagdepot is uitgeput. Medezeggenschapsrechten van de ondernemingsraad op dit terrein blijven bestaan zolang er relevante beleidsbeslissingen te nemen zijn. De zaak is inhoudelijk van belang voor organisaties die vergelijkbare pensioenregelingwijzigingen hebben doorgevoerd en geeft richting aan de verhouding tussen verzekeraar, ondernemer en ondernemingsraad bij indexatiekwesties.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Arbeidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2718Middel
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2718, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.360.901/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026ArbeidsrelatiesZorg
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2698Laag
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2698, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.364.415/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026ArbeidsrelatiesDienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2411Laag
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2411, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.361.050

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026ArbeidsrelatiesSchadevergoeding
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2421Laag
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2421, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.372.164

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026ArbeidsrelatiesAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied