Hof verbetert kennelijke fouten in familiezaak beschikking
ECLI:NL:GHAMS:2026:1993, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.360.489/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)herstelbeschikking (verbetering van de beschikking van 16 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1617) in de zaak met zaaknummer 200.360.489/01. Ambtshalve herstel van kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen. Artikel: 31 Rv.
Kern van de zaak
Na een beschikking van 16 juni 2026 in een familiezaak (vermoedelijk gezag/voogdij over een minderjarige) verzoekt de vader om verbetering én aanvulling van de uitspraak. Het hof beoordeelt welke correcties toelaatbaar zijn op grond van artikel 31 Rv.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de verbeteringen van kennelijke fouten toe (schrijffouten, foutieve jaartallen en data) op grond van artikel 31 Rv, maar wijst het verzoek van de vader om een inhoudelijke aanvulling af. De doorslaggevende reden is dat een inhoudelijke wijziging geen 'kennelijke fout' vormt en daarom buiten het toepassingsbereik van artikel 31 Rv valt.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele hersteluitspraak in een individueel familiedossier zonder nieuwe rechtsregels; de toepassing van artikel 31 Rv is rechtstreeks en niet controversieel.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 31 Rv biedt de rechter de bevoegdheid kennelijke reken-, schrijf- of andere fouten te herstellen die zich voor eenvoudig herstel lenen.
- 2Verbeterd zijn: een verbroken zinsdeel in r.o. 5.23, een foutief jaartal (2012 → 2017) in r.o. 5.23, een foutieve datum van het raadsrapport (30 november 2022 → 30 november 2023) in r.o. 5.30, en een typefout ('De hof' → 'Het hof') in r.o. 5.42.
- 3Het verzoek van de vader om een inhoudelijke aanvulling (over een verbod betreffende de minderjarige) wordt afgewezen omdat dit geen kennelijke fout betreft maar een inhoudelijke wijziging.
- 4De vader heeft ingestemd met de verbeteringen onder de voorwaarde dat zijn aanvulling werd opgenomen; die voorwaarde honoreert het hof niet.
- 5De zaak betreft een minderjarige waarbij contact met de vader in 2017 is gestopt en de voogd sindsdien geen hervatting heeft geprobeerd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de beperkte reikwijdte van artikel 31 Rv: herstel is uitsluitend toegestaan bij evident mechanische of tekstuele fouten en strekt zich niet uit tot inhoudelijke aanvullingen of wijzigingen van de beslissing.
Praktische impact
Voor de vader betekent dit dat de door hem gewenste aanvulling over een verbod betreffende de minderjarige niet langs de weg van herstel kan worden bereikt; hij zal daarvoor een andere rechtsingang moeten zoeken.
Onderwerp-impact
In familierechtelijke procedures met minderjarigen onderstreept de uitspraak dat partijen geen inhoudelijke heroverweging kunnen bewerkstelligen via een herstelprocedure ex artikel 31 Rv.
Samenvatting
Op 21 juli 2026 wees het Gerechtshof Amsterdam een herstelbeschikking in een familiezaak over een minderjarige. Het hof had op 16 juni 2026 een beschikking gewezen, vermoedelijk over gezag of voogdij, waarbij de vader nadien om verbetering verzocht. De vader wenste enerzijds correctie van tekstuele fouten en anderzijds een inhoudelijke aanvulling aan de beschikking, inhoudende een verwijzing naar een verbod dat hem ten aanzien van de minderjarige zou zijn opgelegd. Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat herstel van kennelijke reken-, schrijf- of andere kennelijke fouten toestaat voor zover deze zich voor eenvoudig herstel lenen. Het hof stelde vier kennelijke fouten vast: een abusievelijk verbroken zinsverband in rechtsoverweging 5.23, een foutief jaartal ('2012' in plaats van '2017') in diezelfde overweging, een onjuiste datum van het raadsrapport ('30 november 2022' in plaats van '30 november 2023') in rechtsoverweging 5.30, en een taalkundige fout ('De hof' in plaats van 'Het hof') in rechtsoverweging 5.42. Al deze fouten werden verbeterd. Het verzoek van de vader om de beschikking aan te vullen met een zin over een hem opgelegd verbod wees het hof af. Een dergelijke toevoeging vormt geen herstel van een kennelijke fout, maar een inhoudelijke wijziging van de beslissing. Artikel 31 Rv biedt hiervoor geen grondslag. De vader had zijn instemming met de verbeteringen afhankelijk gesteld van inwilliging van zijn aanvullingsverzoek, maar het hof ging daaraan voorbij nu de wettelijke basis daarvoor ontbreekt. De uitspraak heeft beperkte zelfstandige betekenis: zij bevestigt slechts de vaste en rechtstreekse toepassing van artikel 31 Rv en maakt duidelijk dat de herstelprocedure niet als verkapte herzienings- of aanvullingsroute kan worden gebruikt.