JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1976Laag22/100

Hof beoordeelt contactregeling kinderen ondanks procedurele bezwaren moeder

ECLI:NL:GHAMS:2026:1976, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.368.667/01 en 200.368.667/02

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 20 juli 2026
Zaaknummer:200.368.667/01 en 200.368.667/02
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Hoger Beroep
Ondertoezichtstelling
Omgangsregeling
Gecertificeerde Instelling
Zorg En Opvoedingstaken

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bekrachtiging bestreden beschikking. Het belang van de kinderen vergt dat tussen de vader en de kinderen een begeleide contactregeling wordt vastgesteld, zoals door de kinderrechter is bepaald.

Kern van de zaak

Een moeder vecht in hoger beroep een beschikking aan waarbij de kinderrechter een zorg- en opvoedingsregeling heeft vastgesteld tussen haar kinderen (onder toezicht gesteld) en de vader. De moeder stelt dat de GI een nieuw verzoek indiende zonder voorafgaand onderzoek naar de vader, zoals de kinderrechter eerder had voorgeschreven, en zonder relevante gewijzigde omstandigheden.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de grief over niet-ontvankelijkheid van de GI af, omdat hoger beroep mede dient tot herstel van eventuele onjuistheden uit de eerste aanleg en het hof de zaak volledig opnieuw beoordeelt. De procedurele bezwaren van de moeder kunnen niet leiden tot niet-ontvankelijkheid of vernietiging op die grond; inhoudelijke beoordeling volgt op basis van alle in hoger beroep aangedragen feiten en omstandigheden.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele familiezaak waarbij het hof een gevestigde procesrechtelijke regel toepast (herstel in appel); de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke casus.

Belangrijkste punten

  • 1Het hof herbeoordeelt de zaak volledig in hoger beroep, ook als de rechtbank procedurele fouten heeft gemaakt (geen motivering, geen gewijzigde omstandigheden).
  • 2Grondslag is artikel 1:265g BW: de kinderrechter kan een zorg- en opvoedingsregeling vaststellen of wijzigen voor zover noodzakelijk in het belang van de minderjarige.
  • 3De moeder stelt dat de GI in strijd handelde met een eerdere rechterlijke overweging die nader onderzoek naar de vader voorschreef vóór een nieuw verzoek.
  • 4De kinderrechter wees op 10 juli 2025 een eerder omgangsverzoek van de GI af; op 30 december 2025 werd een nieuw verzoek ingediend.
  • 5De zaak over eenhoofdig gezag van de moeder loopt parallel en is aangehouden tot juni 2026.

Impactanalyse

Juridische impact

Het hof bevestigt de algemene regel dat hoger beroep een volledige herbeoordeling inhoudt en dat procedurele tekortkomingen in eerste aanleg niet automatisch leiden tot niet-ontvankelijkheid of vernietiging. Toepassing van artikel 1:265g BW vereist dat vaststelling of wijziging van een zorgregeling noodzakelijk is in het belang van de minderjarige.

Praktische impact

Voor de moeder betekent dit dat haar procedurele bezwaren tegen de handelwijze van de GI en de rechtbank niet slagen; het hof toetst inhoudelijk opnieuw of de contactregeling in het belang van de kinderen is. De kinderen blijven onder toezicht staan terwijl meerdere procedures tegelijk lopen.

Onderwerp-impact

In familiezaken met ondertoezichtstelling kunnen procedurele onvolkomenheden in eerste aanleg worden geheeld in hoger beroep, wat de positie van gecertificeerde instellingen bij het indienen van nieuwe verzoeken versterkt.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat een moeder centraal wier kinderen onder toezicht zijn gesteld. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter een zorg- en opvoedingsregeling vast te stellen tussen de kinderen en hun vader. De moeder vocht deze beschikking aan in hoger beroep en voerde als primair bezwaar aan dat de GI haar verzoek van 30 december 2025 had ingediend zonder het nader onderzoek naar de vader te verrichten dat de kinderrechter eerder, in zijn beschikking van 10 juli 2025, uitdrukkelijk als voorwaarde had gesteld. Datzelfde verzoek werd bovendien gedaan zonder dat sprake was van relevante gewijzigde omstandigheden. De moeder betoogde dat de GI daarom niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden, althans dat haar verzoek afgewezen had moeten worden. Het hof verwerpt dit betoog. Het stelt vast dat, zelfs als de rechtbank zonder behoorlijke motivering of zonder gewijzigde omstandigheden heeft beslist, dit in hoger beroep niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van de GI of tot vernietiging van de bestreden beschikking op procedurele gronden. Hoger beroep strekt immers mede tot herstel van eventuele onjuistheden of onvolkomenheden uit de procedure in eerste aanleg. Het hof herbeoordeelt de zaak volledig op basis van alle feiten en omstandigheden die in hoger beroep naar voren zijn gebracht; de moeder heeft haar bezwaren volledig aan het hof kunnen voorleggen. De juridische grondslag is artikel 1:265g lid 1 BW, op basis waarvan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van zorg- en opvoedingstaken kan vaststellen of wijzigen, voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De inhoudelijke toets aan dit criterium volgt in het verdere verloop van de procedure. Parallel loopt een verzoek van de moeder tot verkrijging van eenhoofdig gezag, dat is aangehouden tot juni 2026. De uitspraak illustreert hoe in complexe familiezaken met ondertoezichtstelling meerdere procedures gelijktijdig lopen en hoe procedurele bezwaren in appel worden geheeld door volledige herbeoordeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 21 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02837

Hoge Raad17 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1281Middel
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1281, Hoge Raad, 17-07-2026, 26/00083

Hoge Raad17 jul 2026OverheidDienstverlening
55/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1197Hoog
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1197, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/03432

Hoge Raad17 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied