Hof stelt kinderalimentatie bij met 15% zorgkorting
ECLI:NL:GHAMS:2026:1964, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.363.061/01 en 200.363.061/02
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kinderalimentatie.
Kern van de zaak
Een vader en moeder zijn in hoger beroep verwikkeld over de hoogte van kinderalimentatie. De vader verzoekt een lagere bijdrage; de omgangsregeling was tijdelijk gestaakt maar is inmiddels deels hervat. De zorgkorting staat centraal in het geschil.
Beslissing van de rechter
Het hof stelt een zorgkorting van 15% vast met ingang van 1 maart 2026, het moment waarop de omgangsregeling werd hervat. Het hof acht zich niet gebonden aan de eerder in het ouderschapsplan overeengekomen zorgkorting van 25%, omdat het op basis van de actuele omstandigheden een nieuwe alimentatie dient vast te stellen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke alimentatiebeschikking in een individueel familierechtelijk geschil zonder principiële rechtsvraag; de toegepaste regels zijn standaard Tremanormen en gangbare jurisprudentie.
Belangrijkste punten
- 1De omgangsregeling was vanaf mei 2025 tijdelijk gestaakt en is omstreeks maart 2026 hervat (om de week vrijdag t/m zondag, plus drie weken zomervakantie).
- 2Het hof stelt een zorgkorting van 15% vast, niet de 25% uit het ouderschapsplan noch de door de vader subsidiair gevraagde 15% (dat klopt wel) of primair gevraagde 5%.
- 3De zorgkorting bedraagt € 58,- per kind per maand (0,15 × € 385,-).
- 4Omdat de gezamenlijke draagkracht van de ouders onvoldoende is voor de volledige behoefte, wordt het tekort (€ 72,-/maand) gelijkelijk verdeeld en het aandeel van de vader (€ 36,-/kind/maand) in mindering gebracht op de zorgkorting.
- 5Het hof is niet gebonden aan eerdere afspraken tussen partijen over de zorgkorting bij het vaststellen van een nieuwe kinderalimentatie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters bij het vaststellen van kinderalimentatie niet gebonden zijn aan eerder in een ouderschapsplan overeengekomen zorgkortingen en zelfstandig de actuele zorgregeling beoordelen. Het tekortmechanisme bij onvoldoende gezamenlijke draagkracht wordt toegepast conform de Tremanormen.
Praktische impact
De vader betaalt vanaf 1 maart 2026 een lagere kinderalimentatie dan door de rechtbank vastgesteld, conform de 15% zorgkorting en de verrekening van zijn aandeel in het draagkrachttekort. De kinderen profiteren van een hervatte omgangsregeling die financieel is verdisconteerd.
Onderwerp-impact
In scheidingszaken waarbij omgangsregelingen tijdelijk worden onderbroken, verduidelijkt deze uitspraak dat rechters de zorgkorting koppelen aan de feitelijk uitgevoerde regeling op het moment van de nieuwe vaststelling, niet aan historische afspraken.
Samenvatting
In deze alimentatiezaak bij het Gerechtshof Amsterdam staan de hoogte van de kinderalimentatie en de toe te passen zorgkorting centraal. De vader van twee kinderen is in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2025, omdat hij een lagere alimentatie wenst. De moeder kan zich juist vinden in de beslissing van de rechtbank. De kern van het geschil betreft de zorgkorting: de ouders hadden in hun ouderschapsplan 25% afgesproken, maar de omgangsregeling werd vanaf mei 2025 tijdelijk gestaakt. Via een hulpverleningstraject is de omgang omstreeks maart 2026 hervat in de vorm van om-de-week-weekenden (vrijdag tot zondag) en drie aaneengesloten weken in de zomervakantie. Het hof stelt op basis van deze feitelijke zorgregeling een zorgkorting van 15% vast met ingang van 1 maart 2026. Daarbij overweegt het hof uitdrukkelijk dat het niet gebonden is aan de eerder overeengekomen zorgkorting van 25%, nu het bij een nieuwe vaststelling van kinderalimentatie alle actuele relevante omstandigheden dient te betrekken. De zorgkorting bedraagt concreet € 58,- per kind per maand (15% van een behoefte van € 385,-). Omdat de gezamenlijke draagkracht van beide ouders onvoldoende is om de volledige behoefte te dekken, wordt het maandelijkse tekort van € 72,- gelijkelijk verdeeld. Het aandeel van de vader in dit tekort (€ 36,- per kind per maand) wordt in mindering gebracht op de zorgkorting, wat leidt tot een lagere netto-aftrek op zijn alimentatieverplichting. Deze uitspraak illustreert de toepassing van de Tremanormen bij gewijzigde omstandigheden en de rechterlijke vrijheid om ongebonden nieuwe alimentatie vast te stellen.