JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1933Laag22/100

Hof stelt flexibele co-ouderschapsregeling vast voor bijna-meerderjarige

ECLI:NL:GHAMS:2026:1933, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.366.050/01 en 200.366.050/02

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Zaaknummer:200.366.050/01 en 200.366.050/02
Civiel recht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Zorg
Minderjarige
Zorgregeling
Co Ouderschap
Ouderlijk Gezag
Bijna Meerderjarig

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bekrachtiging bestreden beschikking. Zorgregeling, hoofdverblijfplaats, vervangende toestemming verhuizing en inschrijving op adres moeder. Artikel: 1:253a lid 4 BW jo. 1:377e BW, 1:253a lid 1 BW.

Kern van de zaak

Gescheiden ouders zijn in conflict over de zorgregeling voor hun minderjarige kind. De vader heeft de rechtbank verzocht de bestaande regeling te wijzigen. De rechtbank heeft een nieuwe regeling vastgesteld, waartegen beroep is ingesteld bij het gerechtshof.

Beslissing van de rechter

Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank en stelt een flexibele co-ouderschapsregeling vast waarbij het kind eens per veertien dagen minimaal zes dagen bij elke ouder verblijft en de overige twee dagen in onderling overleg worden verdeeld. Doorslaggevend is de bijna-meerderjarigheid van het kind, zijn eigen wens om bij beide ouders tijd door te brengen, en de noodzaak hem ruimte te geven zijn verblijf af te stemmen op school en werk.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele gezags- en zorgregeling in hoger beroep zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitkomst is sterk feitelijk bepaald en heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Het hof sluit zich aan bij de motivering van de rechtbank op grond van artikel 1:253a lid 4 BW jo. 1:377e BW (wijziging zorgregeling bij gewijzigde omstandigheden).
  • 2Het kind is bijna meerderjarig en heeft in een gesprek met de voorzitter aangegeven bij beide ouders tijd te willen doorbrengen.
  • 3De nieuwe regeling voorziet in een nagenoeg gelijke verdeling: minimaal 6 dagen per veertien dagen bij elke ouder, 2 dagen in onderling overleg.
  • 4De regeling is bewust flexibel: het kind hoeft de zes dagen niet aaneengesloten door te brengen en kan rekening houden met schoolrooster, werk of sociale verplichtingen.
  • 5Beide ouders worden als gelijkwaardig betrokken en in staat geacht te bieden wat het kind nodig heeft.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert hoe rechters bij bijna-meerderjarige kinderen steeds meer gewicht toekennen aan de eigen wensen en zelfbeschikking van het kind bij het vaststellen van een zorgregeling. De toepassing van artikel 1:253a BW in combinatie met de naderende meerderjarigheid leidt tot een bewust flexibel ingerichte regeling.

Praktische impact

Voor beide ouders betekent dit een juridisch gelijkwaardige zorgregeling waarbij het kind actief mee kan bepalen hoe de dagen worden ingevuld. Dit vereist onderlinge communicatie en samenwerking, maar biedt het kind de ruimte om zijn leven zelfstandig in te richten.

Onderwerp-impact

In zaken met bijna-meerderjarige kinderen zal een flexibele, op de individuele situatie toegesneden co-ouderschapsregeling vaker de voorkeur genieten boven rigide schema's, met expliciete aandacht voor de stem van het kind.

Samenvatting

In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond de zorgregeling voor een minderjarige centraal, nadat de vader de rechtbank had verzocht de bestaande regeling te wijzigen. De rechtbank had al een nieuwe regeling vastgesteld; beide partijen legden de zaak opnieuw voor aan het hof. Het hof onderschrijft de beslissing van de rechtbank volledig en maakt de motivering tot de zijne, met aanvullende overwegingen. De juridische grondslag voor wijziging van de zorgregeling is artikel 1:253a lid 4 BW in samenhang met artikel 1:377e BW: een bestaande regeling kan worden gewijzigd indien de omstandigheden nadien zijn veranderd of bij de eerdere beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan. Het hof legt bijzonder gewicht op de leeftijd van het kind — over anderhalf jaar meerderjarig — en zijn toenemende vermogen zelfstandig keuzes te maken. Het kind heeft in een gesprek met de voorzitter en griffier aangegeven tijd te willen doorbrengen bij zowel zijn vader als zijn moeder. Gelet hierop stelt het hof een flexibele co-ouderschapsregeling vast: eens per veertien dagen verblijft het kind minimaal zes dagen bij de vader en minimaal zes dagen bij de moeder, terwijl de verdeling van de overige twee dagen in onderling overleg wordt bepaald. Nadrukkelijk is bepaald dat de zes dagen niet aaneengesloten hoeven te zijn, zodat het kind zijn verblijf kan afstemmen op zijn toekomstige schoolrooster, werkuren of sociale verplichtingen. Het hof benadrukt dat beide ouders gelijkwaardig betrokken zijn en het kind kunnen bieden wat hij nodig heeft. De regeling borgt een nagenoeg gelijke zorgverdeling, in lijn met de wensen van het kind en de feitelijke omstandigheden na de examens.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1284Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1284, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01722

Hoge Raad17 jul 2026DienstverleningBouw
12/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1926Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1926, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.366.146/01 en 200.366.146/02

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den Haag14 jul 2026DienstverleningConsumentenrecht
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1929Laag
Civiel recht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1929, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.364.638/01 en 200.364.639/01

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026ArbeidsrelatiesZorg
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied