JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1773Middel32/100

WOZ-restwaarde dagverblijven: lagere percentages niet aannemelijk gemaakt

ECLI:NL:GHAMS:2026:1773, Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2026, 25/785

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 12 maart 2026Publicatie: 3 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/785
Bestuursrecht
Belastingrecht
Zorg
Vastgoed
Vergunningen
Gecorrigeerde Vervangingswaarde
Restwaarde
Woz Waardering
Dagverblijven
Bewijslastverdeling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

WOZ; gecorrigeerde vervangingswaarde; taxatiewijzer

Kern van de zaak

Een belastingplichtige (eiseres) betwist de vastgestelde gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW) van onroerende zaken (dagverblijven) in het kader van de WOZ. Eiseres stelt dat de restwaarde op 10% van de bruto vervangingswaarde moet worden gesteld, afwijkend van de gehanteerde richtlijnen. De heffingsambtenaar handhaaft zijn taxatie op basis van de geldende richtlijnen.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is deels gegrond verklaard: de uitspraak op bezwaar is vernietigd voor zover het de proceskosten- of griffierechtvergoeding betreft. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres er niet in is geslaagd de door haar voorgestane lagere restwaardepercentages (10%) aannemelijk te maken, omdat het rapport van [bedrijf 2] onvoldoende inzicht biedt in de totstandkoming van de gehanteerde percentages.

32van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past in een bestaande jurisprudentielijn en bevat geen nieuwe rechtsvragen, maar is relevant voor WOZ-praktijk bij zorgvastgoed vanwege de herhaalde afwijzing van het rapport van [bedrijf 2] en de bevestiging van de bewijslastverdeling.

Belangrijkste punten

  • 1Beide partijen nemen de richtlijnen van [bedrijf 1] als uitgangspunt voor de GVW-vaststelling; de partij die daarvan afwijkt draagt de bewijslast.
  • 2Eiseres betwistte uitsluitend de restwaardes en niet de overige taxatie-elementen op basis van de richtlijnen.
  • 3Het rapport van [bedrijf 2] toont restwaardepercentages van 0% tot 14,3% (gemiddeld 10%), maar de onderbouwing van deze percentages is onvoldoende transparant bevonden.
  • 4In eerdere rechtspraak is meerdere keren geoordeeld dat onduidelijk is hoe de lage restwaardepercentages in vergelijkbare rapporten tot stand zijn gekomen.
  • 5De heffingsambtenaar dient wel het griffierecht van € 371 te vergoeden aan eiseres.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de WOZ-jurisprudentie dat een belastingplichtige die van de brancherichtlijnen wil afwijken een deugdelijke en transparante onderbouwing moet leveren. Rapporten met onvoldoende inzichtelijke berekeningen volstaan niet als bewijs voor afwijkende restwaardes.

Praktische impact

Voor eigenaren en gebruikers van zorgvastgoed (zoals dagverblijven) betekent dit dat het betwisten van WOZ-restwaardes met brancherapporten alleen kans van slagen heeft als de gehanteerde percentages volledig inzichtelijk en navolgbaar zijn onderbouwd.

Onderwerp-impact

In de zorgsector, waar veel onroerend goed wordt gewaardeerd via de gecorrigeerde vervangingswaarde, beperkt deze uitspraak de mogelijkheid om via gemiddelde restwaardepercentages uit sectoronderzoek een lagere WOZ-waarde af te dwingen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam over de WOZ-waardering van onroerende zaken (dagverblijven) op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW). Eiseres – vermoedelijk een zorginstelling – bestrijdt de door de heffingsambtenaar gehanteerde restwaardepercentages en stelt dat de restwaarde van ruwbouw, afbouw en installaties op 10% van de bruto vervangingswaarde moet worden gesteld, in afwijking van de richtlijnen van [bedrijf 1]. Ter ondersteuning legt eiseres een rapport van [bedrijf 2] over, dat op basis van vergelijkingstransacties tot een gemiddeld restwaardepercentage van 10% komt, met uitschieters van 0% tot 14,3%. De rechtbank stelt voorop dat beide partijen de richtlijnen van [bedrijf 1] als uitgangspunt hanteren voor de GVW-vaststelling. Conform vaste Hoge Raad-jurisprudentie rust de bewijslast voor afwijking van die richtlijnen op de partij die afwijkt – in dit geval eiseres voor de lagere restwaardes en de heffingsambtenaar voor de gestelde verlengde levensduur van de ruwbouw. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijslast: het rapport van [bedrijf 2] biedt onvoldoende inzicht in de wijze waarop de lage restwaardepercentages tot stand zijn gekomen. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken waarin hetzelfde rapport of vergelijkbare rapporten van [bedrijf 2] zijn verworpen. Het hoger beroep leidt wel tot een gedeeltelijke gegrondverklaring, namelijk voor zover de uitspraak op bezwaar de vergoeding van proceskosten of griffierecht betreft: de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 371. De WOZ-waarde zelf blijft echter in stand. De uitspraak bevestigt dat sectorbreed onderzoek naar restwaardes alleen bruikbaar is als de achterliggende berekeningen volledig navolgbaar zijn.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447Laag
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch3 jun 2026VastgoedOverheid
15/100Bekijk
ECLI:NL:CRVB:2026:588Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG

Centrale Raad van Beroep13 mei 2026ZorgOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied