JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1342Laag18/100

WOZ-waarde historische bovenwoningen Amsterdam niet te hoog

ECLI:NL:GHAMS:2026:1342, Gerechtshof Amsterdam, 30-04-2026, 25/78 en 25/79

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 30 april 2026Publicatie: 18 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/78 en 25/79
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
Redelijke Termijn
Woz Waarde
Vergelijkingsmethode
Woningtaxatie
Historische Woningen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

WOZ 2021 woningen. Waardering buitenruimten op grond van permanente marktanalyse. Rechtbank heeft ten onrechte te weinig imsv toegekend. Geen bijzonder geval.

Kern van de zaak

Eigenaar [X] van drie historische bovenwoningen uit circa 1899 in Amsterdam betwist de vastgestelde WOZ-waarden. Hij bepleit lagere waarden van respectievelijk €599.000, €588.000 en €559.000, terwijl de heffingsambtenaar de oorspronkelijk vastgestelde waarden handhaaft.

Beslissing van de rechter

Het beroep is ongegrond verklaard; de WOZ-waarden zijn door het hof niet te hoog bevonden. Doorslaggevend is dat de heffingsambtenaar de waarden voldoende heeft onderbouwd met goed vergelijkbare referentiewoningen in dezelfde buurt, waarbij correcties zijn toegepast voor dakterrassen en indexering naar de waardepeildatum.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke geschil over WOZ-waarden van drie specifieke woningen zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst past volledig binnen bestaande jurisprudentie en heeft weinig bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1De heffingsambtenaar heeft vergelijkingsobjecten gebruikt die qua bouwkenmerken, ligging en uitstraling goed overeenkomen met de woningen van [X].
  • 2Correcties zijn doorgevoerd voor dakterrassen (€500 per m²) bij vergelijkingsobjecten die [X]'s woningen niet hebben, en verkoopprijzen zijn geïndexeerd naar de waardepeildatum.
  • 3De WOZ-waarde wordt als een schatting beschouwd, niet als een exacte formule; enige bandbreedte is inherent aan het taxatieproces.
  • 4De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €454,55 schadevergoeding en €474,37 proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
  • 5De Staat is veroordeeld tot betaling van €545,45 schadevergoeding en €474,38 proceskostenvergoeding, eveneens wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een heffingsambtenaar bij WOZ-taxaties kan volstaan met een goed onderbouwde vergelijkingsmethode mits voldoende rekening wordt gehouden met relevante verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. De uitspraak heeft beperkte precedentwaarde en past binnen bestaande WOZ-jurisprudentie.

Praktische impact

Voor eigenaar [X] betekent dit dat de hogere WOZ-waarden en daarmee de hogere belastingaanslagen in stand blijven. De toegekende schadevergoedingen en proceskostenvergoedingen bieden slechts een beperkte compensatie.

Onderwerp-impact

Voor vastgoedeigenaren met historische of karakteristieke woningen bevestigt deze uitspraak dat een gedegen vergelijkingsmatrix met correcties voor specifieke kenmerken voldoende is om de WOZ-waarde te onderbouwen, ook bij panden met bijzondere bouwhistorische kenmerken.

Samenvatting

In deze zaak voor het Gerechtshof Amsterdam staat de WOZ-waardebepaling centraal van drie karakteristieke historische bovenwoningen uit circa 1899 in Amsterdam, eigendom van [X]. De eigenaar betwist de vastgestelde WOZ-waarden en bepleit lagere waarden van respectievelijk €599.000, €588.000 en €559.000. De heffingsambtenaar handhaaft de oorspronkelijk vastgestelde waarden en onderbouwt deze met waarderingsmatrices, taxatiestukken en een toelichting ter zitting. Het hof hanteert als uitgangspunt dat de WOZ-waarde van de woning als geheel centraal staat en dat de taxatie bij het ontbreken van een recente verkoopprijs een schattend karakter heeft, gebaseerd op vergelijkbare transacties. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarden voldoende heeft onderbouwd: de gebruikte vergelijkingsobjecten liggen in dezelfde of aanpalende buurt en vertonen grote overeenkomsten qua bouwkenmerken, ligging en uitstraling. Voor relevante verschillen, zoals de aanwezigheid van dakterrassen bij de vergelijkingsobjecten die [X]'s woningen ontberen, zijn correcties doorgevoerd van €500 per m². Daarnaast zijn de verkoopprijzen van de referentiewoningen geïndexeerd naar de waardepeildatum. Namens [X] is weliswaar erkend dat de vergelijkingsobjecten op zichzelf bruikbaar zijn, maar verdere argumenten konden het oordeel van het hof niet keren. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn worden zowel de heffingsambtenaar als de Staat veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen (respectievelijk €454,55 en €545,45) en proceskostenvergoedingen. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn in de WOZ-jurisprudentie dat een goed onderbouwde vergelijkingsmethode met adequate correcties voor objectverschillen volstaat.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen