JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1139Laag18/100

Bewijsvermoeden opzegging aannemingsovereenkomst ontkracht in hoger beroep

ECLI:NL:GHAMS:2026:1139, Gerechtshof Amsterdam, 28-04-2026, 200.266.194/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 28 april 2026Publicatie: 30 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.266.194/01
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bouw
Dienstverlening
Aannemingsovereenkomst
Opzegging
Bewijsvermoeden
Tegenbewijs
Bouwrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aannemingsovereenkomst. Bewijswaardering na getuigenverhoren: wat partijen zijn overeenkomen, wat al is betaald, of de aannemer is weggestuurd of weggelopen en in wiens opdracht de loodgieter heeft gewerkt. Beoordeling van de gestelde gebreken en de daaraan verbonden herstelkosten.

Kern van de zaak

Kubus en geïntimeerden twisten over wie op 12 juli 2017 de aannemingsovereenkomst heeft opgezegd: Kubus stelt dat zij werd weggestuurd, geïntimeerden stellen dat Kubus zelf is weggelopen. Beide partijen procedeerden hierover in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.

Beslissing van de rechter

Het hof oordeelt dat het eerder gevestigde bewijsvermoeden ten gunste van Kubus (dat geïntimeerde haar had weggestuurd) inmiddels is ontkracht door tegenbewijs. De doorslaggevende reden is dat de getuigenverklaring van de door Kubus opgevoerde getuige [naam 1] wordt ondermijnd doordat geïntimeerde aannemelijk heeft gemaakt dat een andere persoon aanwezig was bij het bewuste gesprek.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke bewijsrechtelijke beslissing in een individueel bouwgeschil zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten deze zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Beide partijen droegen de bewijslast van hun eigen stelling over de opzegging op 12 juli 2017.
  • 2Het hof had in een tussenarrest een bewijsvermoeden gevestigd ten gunste van Kubus op basis van een brief en een WhatsApp-bericht.
  • 3Geïntimeerde is toegelaten tot zowel bewijs van de eigen stelling als tegenbewijs tegen de voorshands bewezen stelling van Kubus.
  • 4Het bewijsvermoeden is ontkracht doordat de identiteit van de aanwezige getuige bij het gesprek van 12 juli 2017 succesvol is betwist.
  • 5De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard; het meerdere of anders gevorderde is afgewezen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de werking van voorshands bewijsvermoedens in civiele procedures: een gevestigd bewijsvermoeden kan door effectief tegenbewijs worden ontkracht, waarna de oorspronkelijke bewijslastverhouding herleeft. Dit bevestigt de geldende bewijsrechtelijke systematiek van artikel 150 Rv.

Praktische impact

Voor Kubus betekent dit dat haar stelling dat zij door geïntimeerde werd weggestuurd niet langer voorshands bewezen is, wat haar positie in de verdere procedure verzwakt. Geïntimeerden staan er bewijsrechtelijk gunstiger voor dan na het tussenarrest.

Onderwerp-impact

In de bouwsector benadrukt deze uitspraak het belang van zorgvuldige en eenduidige documentatie bij het beëindigen van aannemingsovereenkomsten, omdat onduidelijkheid over wie de opzegging heeft bewerkstelligd tot langdurige en kostbare procedures leidt.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staan Kubus en geïntimeerden tegenover elkaar in een geschil over de beëindiging van een aannemingsovereenkomst. De centrale vraag is wie op 12 juli 2017 de overeenkomst heeft opgezegd: volgens Kubus werd zij door geïntimeerde weggestuurd, terwijl geïntimeerde stelt dat Kubus zelf is weggelopen. In een eerder tussenarrest had het hof reeds geoordeeld dat een aantal grieven faalden, maar dat ten aanzien van de opzegging bewijslevering noodzakelijk was. Op basis van een brief van 1 augustus 2017 en een WhatsApp-bericht van 19 juli 2017 had het hof voorshands bewezen geacht dat Kubus' lezing juist was. Geïntimeerde werd vervolgens toegelaten tot zowel bewijs van de eigen stelling als tegenbewijs. In de verdere bewijslevering heeft geïntimeerde de geloofwaardigheid van de door Kubus opgevoerde getuige [naam 1] succesvol ondermijnd. Kubus had een schriftelijke verklaring overgelegd van [naam 1], inhoudend dat hij aanwezig was toen [appellant 1] door [geïntimeerde 2] van het werk werd weggestuurd. Geïntimeerde betwistte echter dat het [naam 1] was die aanwezig was bij het bewuste gesprek; volgens geïntimeerde was dat een andere medewerker, zichtbaar op een eerder overgelegde foto. Dit bleek te gaan om [naam 2]. Het hof oordeelt op grond hiervan dat het bewijsvermoeden ten gunste van Kubus is ontkracht. De uitkomst is dat Kubus' stelling niet langer voorshands bewezen wordt geacht, hetgeen haar positie in de procedure aanzienlijk verzwakt. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meerdere of anders gevorderde wordt afgewezen. De zaak illustreert het belang van betrouwbare en consistente getuigenverklaringen bij bewijslevering over de beëindiging van bouwcontracten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1229Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1229, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02210

Hoge Raad10 jul 2026Aansprakelijkheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1238Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1238, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01530

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1241Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02614

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedAansprakelijkheid
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied