Wob-verzoek over nierdialyseproject afgewezen na civiel conflict
ECLI:NL:RVS:2026:617, Raad van State, 04-02-2026, 202407926/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 februari 2021 heeft Raad van Bestuur van Maastricht UMC + het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur deels afgewezen. [appellant] en MUMC hebben in de periode 2008 tot 2013 samengewerkt. MUMC wilde in het voormalig hotel Juliana in Valkenburg aan de Geul een nierdialyseafdeling vestigen in combinatie met een hotelaccommodatie (hierna: het project). MUMC huurde hiervoor een gedeelte van het hotel van [appellant]. Uiteindelijk is hierover een civielrechtelijk conflict ontstaan waarover is geprocedeerd en welk geschil grotendeels geëindigd met het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1890. Op 20 juni 2020 heeft [appellant] MUMC met een beroep op de Wob verzocht om hem informatie te verstrekken over het project. Als toelichting heeft [appellant] een opsomming gegeven van de onderwerpen waarop de volgens [appellant] gevraagde informatie betrekking zou hebben. Hierop zijn gedurende de procedure steeds meer documenten (behoudens weggelakte persoonsgegevens) openbaar gemaakt.
Kern van de zaak
Appellant had tussen 2008 en 2013 samengewerkt met MUMC voor een nierdialyseafdeling in hotel Juliana in Valkenburg. Na een civielrechtelijk conflict vroeg appellant in 2020 via de Wob om informatie over het project. In geschil was of MUMC voldoende documenten had openbaar gemaakt en of weigering van twee documenten rechtmatig was.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Doorslaggevend is dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer documenten bestaan dan de gevonden documenten, en dat de weigering van documenten 68 en 74 op grond van artikel 11 lid 1 Wob (interne beraadslaging) rechtmatig was.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande Wob-jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden en heeft geen precedentwerking buiten de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Appellant droeg geen concrete argumenten aan over de gebruikte zoektermen of zoekmethode van MUMC.
- 2MUMC werkte deels met mandaten in plaats van formele bestuursbesluiten, wat verklaart waarom slechts één besluit beschikbaar was.
- 3Documenten 68 en 74 zijn integraal geweigerd op grond van artikel 11 lid 1 Wob (persoonlijke beleidsopvattingen/interne beraadslaging).
- 4Het civielrechtelijke conflict was al grotendeels beslecht door het Hof 's-Hertogenbosch in 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:1890).
- 5Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande toepassing van artikel 11 lid 1 Wob als grond voor integrale weigering van interne beraadslagingsdocumenten en onderstreept de bewijslast van de verzoeker bij betwisting van de volledigheid van een zoekslag.
Praktische impact
Appellant ontvangt geen aanvullende documenten en geen schadevergoeding; de informatieverstrekking door MUMC over het nierdialyseproject wordt als voldoende en rechtmatig beschouwd.
Onderwerp-impact
Voor zorginstellingen als academische ziekenhuizen bevestigt dit dat interne besluitvormingsdocumenten via de Wob-weigeringsgrond voor persoonlijke beleidsopvattingen effectief kunnen worden beschermd.
Samenvatting
Deze zaak betreft een Wob-verzoek van een voormalige zakenpartner van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) over een gezamenlijk project: de vestiging van een nierdialyseafdeling in hotel Juliana in Valkenburg aan de Geul. Partijen werkten samen van 2008 tot 2013, waarna een civielrechtelijk conflict ontstond dat grotendeels werd beslecht door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in 2019. In 2020 deed appellant een Wob-verzoek om informatie over dat project te verkrijgen. Gedurende de procedure maakte MUMC stapsgewijs meer documenten openbaar, maar twee vragen bleven over: was de zoekslag volledig, en mochten documenten 68 en 74 integraal worden geweigerd? De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten bestonden dan die welke MUMC had gevonden. Appellant had geen concrete bezwaren geformuleerd tegen de gebruikte zoektermen of -methode. De stelling dat het ongeloofwaardig was dat slechts één bestuursbesluit beschikbaar was, achtte de rechtbank onvoldoende, temeer omdat MUMC deels via mandaten werkte en niet elk besluit via een formele voorlegnotitie tot stand was gekomen. De rechtbank oordeelde verder dat documenten 68 en 74 terecht integraal waren geweigerd op grond van artikel 11 lid 1 van de Wob, omdat deze waren opgesteld voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. De Raad van State bevestigt deze uitspraak volledig en wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is enkelvoudig gedaan en past de bestaande Wob-jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsvragen te introduceren. Voor de praktijk bevestigt de uitspraak dat de bewijslast voor het aantonen van onvolledige informatieverstrekking bij de verzoeker ligt, en dat zorginstellingen interne beraadslagingsstukken effectief kunnen weigeren openbaar te maken.