JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:605Middel38/100

Ligplaatsvergunning Amsterdam terecht voor bepaalde tijd verleend

ECLI:NL:RVS:2026:605, Raad van State, 04-02-2026, 202400523/1/A3

Raad van StateUitspraak: 4 februari 2026Publicatie: 4 februari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202400523/1/A3
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Transport
Ligplaatsvergunning
Amsterdam
Schaarse Rechten
Bedrijfsvaartuig
Rechtszekerheidsbeginsel

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.

Kern van de zaak

PK Waterbouw kocht een bedrijfsvaartuig met een historische ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd en vroeg een nieuwe ligplaatsvergunning aan in Amsterdam. Het college verleende slechts een vergunning voor drie jaar omdat het een schaars recht betreft. PK Waterbouw bestrijdt dit in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven; op basis van de beschikbare overwegingen bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak vooralsnog het oordeel van de rechtbank dat een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Doorslaggevend is dat ligplaatsvergunningen schaarse rechten zijn waarvoor een plafond geldt, zodat tijdelijkheid gerechtvaardigd is.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over schaarse ligplaatsvergunningen en heeft praktische relevantie voor de Amsterdamse binnenvaartmarkt, maar introduceert geen nieuwe rechtsnormen en heeft een beperkt landelijk toepassingsbereik.

Belangrijkste punten

  • 1Ligplaatsvergunningen in Amsterdam worden aangemerkt als schaarse rechten vanwege een bestaand vergunningenplafond.
  • 2Bij schaarse rechten mag het college vergunningen voor bepaalde tijd verlenen zonder het rechtszekerheidsbeginsel te schenden.
  • 3Het beleid (Uitvoeringsnota bedrijfsvoertuigenbeleid binnenstad) vormt een voldoende grondslag voor tijdelijke verlening.
  • 4PK Waterbouw beroept zich tevergeefs op de historische vergunning voor onbepaalde tijd van het vaartuig vóór aankoop.
  • 5De tekst is onvolledig; de definitieve beslissing van de Afdeling is niet volledig kenbaar uit de verstrekte passages.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn dat een bevoegd gezag bij schaarse ligplaatsvergunningen tijdelijke verlening mag toepassen, in lijn met eerdere Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:2892 en ECLI:NL:RVS:2020:3081). Dit versterkt de juridische positie van gemeenten die schaarsheidsbeleid hanteren voor vaarweggebruik in de binnenstad.

Praktische impact

Vaartuigexploitanten en kopers van bedrijfsvaartuigen met historische vergunningen kunnen er niet op vertrouwen dat een nieuwe aanvraag eveneens een vergunning voor onbepaalde tijd oplevert; zij dienen rekening te houden met tijdelijke vergunningen en hernieuwde procedures.

Onderwerp-impact

Voor de binnenvaart- en watersportsector in Amsterdam bevestigt dit dat het gemeentelijk schaarsheidsbeleid voor ligplaatsen standhoudt, wat invloed heeft op de bedrijfsvoering van ondernemers die afhankelijk zijn van vaste ligplaatsen.

Samenvatting

PK Waterbouw heeft een bedrijfsvaartuig aangekocht dat al sinds 1990 over een ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd beschikte. Na de aankoop diende het bedrijf in december 2021 een nieuwe aanvraag in voor een ligplaatsvergunning op een locatie in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders verleende bij besluit van januari 2022 echter slechts een vergunning voor bepaalde tijd, namelijk drie jaar, met als motivering dat ligplaatsvergunningen schaarse rechten zijn. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van PK Waterbouw ongegrond en oordeelde dat het college niet in strijd handelde met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank baseerde zich op het gemeentelijk beleid (de Uitvoeringsnota bedrijfsvoertuigenbeleid binnenstad) en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaruit volgt dat voor ligplaatsvergunningen een plafond bestaat en daarmee sprake is van schaarse rechten. In hoger beroep betoogt PK Waterbouw dat er geen specifiek beleid bestaat voor stilliggende bedrijfsvaartuigen en dat de tijdelijke verlening het rechtszekerheidsbeginsel schendt, mede gezien de historische vergunning voor onbepaalde tijd. De Afdeling bestuursrechtspraak toetst deze grieven, maar de volledige beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet kenbaar. Uit de weergegeven overwegingen blijkt dat de Afdeling de lijn van de rechtbank volgt: het schaarsheidskarakter van ligplaatsvergunningen rechtvaardigt tijdelijke verlening, en het bestaande beleid biedt daarvoor een voldoende grondslag. De uitspraak is van belang voor alle ondernemers die in Amsterdam een ligplaatsvergunning aanvragen of overnemen, omdat historische rechten niet automatisch worden voortgezet na eigendomsoverdracht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied