Scheepswerf Heerewaarden verliest beroep tegen reparatiebestemmingsplan
ECLI:NL:RVS:2026:5926, Raad van State, 07-10-2026, 202300079/2/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan" vastgesteld. Met het reparatieplan is voor een aantal percelen in het buitengebied van Maasdriel een aangepaste planologische regeling getroffen na het besluit van 26 juni 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" (het moederplan). In de toelichting staat dat het alleen gaat om aanpassingen van geringe omvang om de juridische regeling in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De Scheepswerf exploiteert een scheepswerf in de Maas, ter hoogte van de Steeg 1 en 2 in Heerewaarden. De Scheepswerf heeft beroep ingesteld tegen het reparatieplan omdat zij zich niet kan vinden in de aan- en afmeermogelijkheden voor vaartuigen die het reparatieplan biedt en vreest dat haar bedrijfsvoering hierdoor ernstig wordt belemmerd.
Kern van de zaak
Een scheepswerf in Heerewaarden (gemeente Maasdriel) heeft beroep ingesteld tegen een reparatiebestemmingsplan voor het buitengebied. De scheepswerf kan zich niet vinden in de aan- en afmeermogelijkheden voor vaartuigen die het plan biedt en vreest ernstige belemmering van haar bedrijfsvoering.
Beslissing van de rechter
De uitspraak betreft een tussenoverweging/procedurele fase; de Afdeling bestuursrechtspraak past op basis van het overgangsrecht de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) toe, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. De inhoudelijke beoordeling van het beroep van de scheepswerf wordt getoetst aan de beleidsruimte van de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingen in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevat slechts een procesinleiding en overgangsrechtoverweging zonder inhoudelijke einduitspraak; de juridische betekenis is beperkt tot bevestiging van bekende overgangsrechtregels en heeft geen precedentwerking buiten de specifieke zaak.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het ontwerpplan op 30 juni 2022 ter inzage is gelegd, blijft de Wet ruimtelijke ordening (oud recht) van toepassing tot het plan onherroepelijk is.
- 2Het reparatieplan strekt tot herstel van gebreken in het moederplan 'Buitengebied herziening 2016', zoals geconstateerd door de Afdeling in uitspraken van 26 mei 2021 en 30 juni 2021.
- 3De scheepswerf exploiteert een scheepswerf in de Maas en stelt dat de planologische regeling voor aan- en afmeren haar bedrijfsvoering ernstig belemmert.
- 4De Afdeling beoordeelt slechts of de raad in redelijkheid tot het plan heeft kunnen komen; de raad beschikt over beleidsruimte bij de afweging van betrokken belangen.
- 5De zaak is na de zitting administratief afgesplitst en geregistreerd onder zaaknummer 202300079/2/R4, wat wijst op een separate behandeling van deelgeschillen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: beroepen tegen bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, worden volledig onder het oude recht afgewikkeld. Dit is relevant voor alle nog lopende procedures over pre-Omgevingswet bestemmingsplannen.
Praktische impact
Voor de scheepswerf betekent dit dat de planologische beperkingen ten aanzien van aan- en afmeerlocaties in de Maas vooralsnog gehandhaafd blijven zolang de procedure loopt; de bedrijfsvoering kan hierdoor worden beperkt totdat een definitieve uitspraak volgt.
Onderwerp-impact
Voor ondernemingen in het buitengebied die afhankelijk zijn van watergebonden activiteiten, benadrukt deze zaak het belang van actieve participatie in bestemmingsplanprocedures en de risico's van reparatieplannen die beperkingen kunnen consolideren.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroepsprocedure van een scheepswerf in Heerewaarden (gemeente Maasdriel) tegen een reparatiebestemmingsplan voor het buitengebied van die gemeente. Het reparatieplan is vastgesteld om gebreken te herstellen die de Afdeling eerder in 2021 had geconstateerd in het moederplan 'Buitengebied herziening 2016'. De scheepswerf exploiteert een scheepswerf in de Maas en stelt dat de planologische regeling voor aan- en afmeerlocaties voor vaartuigen haar bedrijfsvoering ernstig belemmert. Een centrale vraag in deze fase van de procedure betreft het toepasselijk recht. De Afdeling stelt vast dat het ontwerpplan op 30 juni 2022 ter inzage is gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Dit overgangsrecht is inmiddels vaste rechtspraktijk, maar de expliciete vaststelling ervan is relevant voor de verdere procesgang. Ten aanzien van het toetsingskader herhaalt de Afdeling dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte heeft en gehouden is de betrokken belangen af te wegen. De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt of de raad in redelijkheid tot het plan heeft kunnen komen. De inhoudelijke beoordeling van het beroep van de scheepswerf – met name de vraag of de aan- en afmeermogelijkheden toereikend zijn en of de belangen van de scheepswerf voldoende zijn meegewogen – volgt uit het verdere verloop van de procedure. De zaak is administratief afgesplitst, wat duidt op een gefaseerde behandeling van de verschillende onderdelen van het geschil.