JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5872Laag18/100

Handhavingsverzoek pad in Wergea terecht afgewezen

ECLI:NL:RVS:2026:5872, Raad van State, 30-09-2026, 202406856/1/R3

Raad van StateUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 6 oktober 2026
Zaaknummer:202406856/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Bestemmingsplan
Handhaving
Bruikleenovereenkomst
Pad

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 oktober 2024 van de rechtbank Noord­-Nederland. Binnen de bestemming "Groen" mag een pad worden aangelegd zonder omgevingsvergunning. De Afdeling constateert dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een overtreding. Het verzoek om handhaving is daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond.

Kern van de zaak

Een inwoner van Wergea (gemeente Leeuwarden) verzocht het college van B&W om handhavend op te treden tegen een pad. Het college weigerde dit, de rechtbank Noord-Nederland bekrachtigde die weigering, en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Doorslaggevend is dat het pad niet in strijd is met het bestemmingsplan: de gronden vallen buiten de dubbelbestemming 'Waarde-Beschermd dorpsgezicht' en binnen de bestemming 'Groen' zijn paden uitdrukkelijk toegestaan zonder omgevingsvergunning. Bij gebreke van een overtreding ontbreekt de bevoegdheid tot handhaving.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische toepassing van bekende rechtsprincipes (geen overtreding = geen handhaving, scheiding publiek-privaat recht) zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de zaak heeft beperkte precedentwerking buiten de directe casus.

Belangrijkste punten

  • 1Geen overtreding, geen handhavingsbevoegdheid: het pad is planologisch toegestaan op grond van artikel 7.1 onder f van de planregels (bestemming 'Groen').
  • 2De gronden waarop het pad ligt vallen niet binnen de dubbelbestemming 'Waarde-Beschermd dorpsgezicht', zodat die regels niet van toepassing zijn.
  • 3Een pad binnen de bestemming 'Groen' mag worden aangelegd zonder omgevingsvergunning.
  • 4De bestuursrechter is niet bevoegd om te oordelen over nakoming van of verplichtingen uit een privaatrechtelijke bruikleenovereenkomst.
  • 5Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat handhaving alleen mogelijk is bij een aantoonbare overtreding van publiekrechtelijke normen, en dat privaatrechtelijke overeenkomsten buiten de competentie van de bestuursrechter vallen.

Praktische impact

Appellant krijgt geen handhaving tegen het pad; het college van Leeuwarden wordt in zijn weigeringsbesluit bevestigd en hoeft geen proceskosten te betalen. Voor geschillen over de bruikleenovereenkomst is appellant aangewezen op de civiele rechter.

Onderwerp-impact

In de sfeer van ruimtelijke ordening en handhaving benadrukt de uitspraak dat planregels die paden binnen een groenbestemming uitdrukkelijk toestaan, een effectieve barrière vormen voor handhavingsverzoeken van derden.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een inwoner van Wergea het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om handhavend op te treden tegen een pad op gronden in zijn omgeving. Het college weigerde dat verzoek, waarna de rechtbank Noord-Nederland het daartegen ingestelde beroep op 3 oktober 2024 ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De kern van het geschil was of het pad in strijd was met het bestemmingsplan 'Wergea', zodat handhaving zou zijn gerechtvaardigd. De Afdeling stelt vast dat de gronden waarop het pad ligt buiten de dubbelbestemming 'Waarde-Beschermd dorpsgezicht' vallen, zodat de bijbehorende planregels hier niet van toepassing zijn. Bovendien is het pad uitdrukkelijk toegestaan op grond van artikel 7.1, onder f, van de planregels: binnen de bestemming 'Groen' zijn paden toegestaan en daarvoor is geen omgevingsvergunning vereist. Er is dus geen sprake van een overtreding van publiekrechtelijke normen. Ten aanzien van de bruikleenovereenkomst waarop appellant een beroep deed, oordeelt de Afdeling dat dit een privaatrechtelijke overeenkomst betreft waarover de bestuursrechter zich niet mag uitlaten. Geschillen over nakoming of verplichtingen uit die overeenkomst horen thuis bij de civiele rechter. Omdat geen overtreding is vastgesteld, ontbrak de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden, en was de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht. De uitspraak is een routinematige toepassing van het beginsel dat handhaving een overtreding veronderstelt, gecombineerd met de strikte scheiding tussen de publiek- en privaatrechtelijke rechtssfeer.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied