RvS beoordeelt omgevingsvergunning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
ECLI:NL:RVS:2026:5805, Raad van State, 30-09-2026, 202305762/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het bouwen van een recreatiewoning op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Breukelen, sectie [...], nummer [...], plaatselijk bekend als [locatie] in Breukelen. De aanvraag van 20 januari 2017 is gedaan voor het bouwen van een recreatiewoning op het perceel. Op het perceel gelden de bestemmingsplannen "Landelijk Gebied West" en "Landelijk Gebied West, 1e herziening" (het bestemmingsplan). Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de recreatiewoning gedeeltelijk buiten de functieaanduiding ‘recreatiewoning’ is voorzien. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels van het bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel.
Kern van de zaak
Buren van een perceel in het 'Landelijk Gebied West' maken bezwaar tegen een in 2022 verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een recreatiewoning die gedeeltelijk buiten de toegestane functieaanduiding valt en niet voldoet aan de bouwregels van het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde het besluit in 2023, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De zaak ligt nu voor bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve beslissing van de Raad van State is niet weergegeven. Op basis van de beschikbare tekst is slechts vast te stellen dat de rechtbank het beroep van omwonenden gegrond verklaarde, het vergunningsbesluit vernietigde én de rechtsgevolgen in stand liet. De verdere beoordeling door de Raad van State kan niet worden vastgesteld.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een casuïstische beoordeling van een individuele omgevingsvergunning voor één recreatiewoning en stelt geen nieuwe rechtsregels. De onvolledigheid van de uitspraaktekst maakt een hogere inschatting niet verantwoord.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 20 januari 2017 (vóór inwerkingtreding Omgevingswet per 1 januari 2024), blijft de Wabo van toepassing.
- 2Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan omdat de recreatiewoning gedeeltelijk buiten de functieaanduiding 'recreatiewoning' is gesitueerd en niet voldoet aan de bouwregels.
- 3Het college heeft de omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef onder a, onder 3°, Wabo (buitenplanse afwijking).
- 4De rechtbank vernietigde het besluit van 5 juli 2022, maar liet de rechtsgevolgen in stand — een voor de praktijk ingrijpende tussenpositie.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de overwegingen en het dictum van de Raad van State ontbreken, waardoor de definitieve uitkomst onzeker is.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak illustreert de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.3 sub a) bij aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024. De vraag hoe ver een buitenplanse afwijking op grond van art. 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo kan strekken bij strijd met zowel de situering als de bouwregels van het bestemmingsplan blijft juridisch relevant.
Praktische impact
Voor de aanvrager betekent de instandlating van de rechtsgevolgen door de rechtbank dat de vergunde situatie vooralsnog kan voortbestaan, ondanks de formele vernietiging. Omwonenden die bezwaar maken tegen afwijkingsvergunningen in het buitengebied zien dat rechterlijke toetsing effect kan sorteren, maar niet automatisch leidt tot stopzetting van het bouwplan.
Onderwerp-impact
In het buitengebied speelt regelmatig de spanning tussen recreatieve ontwikkelingen en agrarische en landschappelijke bestemmingen; deze zaak bevestigt dat ook kleine planafwijkingen kunnen leiden tot langdurige juridische procedures over de grenzen van buitenplanse afwijkingsbesluiten.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State draait om de vraag of een door het college van burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een recreatiewoning in het buitengebied in stand kan blijven. De aanvraag werd al in januari 2017 ingediend, ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft daarom de Wabo van toepassing op deze procedure. Het perceel heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering', met een functieaanduiding 'recreatiewoning'. Het bouwplan wijkt af van het bestemmingsplan: de recreatiewoning is gedeeltelijk buiten de toegestane functieaanduiding gesitueerd én voldoet niet aan de geldende bouwregels. Het college verleende in juli 2022 desondanks een omgevingsvergunning voor zowel de activiteit 'bouwen' als 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening', met gebruikmaking van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid van artikel 2.12, eerste lid, aanhef onder a, onder 3°, Wabo. Omwonenden tekenden beroep aan. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en vernietigde het besluit van 5 juli 2022, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Dit betekent dat de vergunning inhoudelijk overeind bleef, ondanks de formele onrechtmatigheid van het besluit — een constructie die in de praktijk verstrekkende gevolgen kan hebben voor omwonenden. De Raad van State behandelt thans het hoger beroep, maar de beschikbare uitspraaktekst is onvolledig: de inhoudelijke overwegingen en het dictum van de Raad ontbreken. De definitieve uitkomst en motivering zijn daardoor op dit moment niet vast te stellen. Voorzichtigheid bij het interpreteren van deze analyse is geboden.