Buurman verliest hoger beroep over uitbouw woonzorgcentrum Doorn
ECLI:NL:RVS:2026:5799, Raad van State, 30-09-2026, 202502741/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 6 november 2023 heeft het college van burgemeesters en wethouders van de Utrechtse Heuvelrug aan Holland Zorg Beleggingen B.V. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het verbouwen en uitbreiden van woonzorgcentrum Edelweiss aan de Kortenburglaan 4 in Doorn. Woonzorgcentrum Edelweiss, gelegen aan de Kortenburglaan 4 in Doorn, biedt 24-uurs zorg aan ouderen met psychogeriatrische of somatische beperkingen. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor een uitbouw aan de zijkant van het woonzorgcentrum, ten behoeve van het vergroten van één van de bestaande slaapkamers en het realiseren van twee nieuwe badkamers. [appellante] is eigenaar van het naastgelegen perceel aan de [locatie]. Zij is het niet eens met de vergunningverlening voor de uitbouw, die aan de kant van haar perceel is voorzien.
Kern van de zaak
Eigenaar van een naastgelegen perceel aan de Kortenburglaan in Doorn tekende hoger beroep aan tegen een omgevingsvergunning voor een uitbouw aan woonzorgcentrum Edelweiss. De uitbouw is voorzien aan de kant van haar perceel en vergroot een slaapkamer en realiseert twee nieuwe badkamers. Appellante stelt dat de rechtbank haar betoog over een evidente privaatrechtelijke belemmering (artikel 5:50 BW) ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig overgeleverd, waardoor de definitieve beslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen beoordeelt de Raad van State het hoger beroep van appellante, waarbij de centrale vraag is of de rechtbank terecht het beroep op een evidente privaatrechtelijke belemmering (te geringe afstand tot perceelsgrens conform art. 5:50 BW) buiten beschouwing heeft gelaten.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een casuïstische omgevingsvergunningskwestie rondom een kleinschalige uitbouw; de rechtsvragen over overgangsrecht Omgevingswet en de goede procesorde zijn relevant maar niet nieuw of richtinggevend. De uitspraak is bovendien incompleet, wat verdere beoordeling van de impact bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag is ingediend op 6 oktober 2023, vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing.
- 2De uitbouw betreft een vergroting van een slaapkamer en realisatie van twee badkamers bij woonzorgcentrum Edelweiss in Doorn.
- 3Appellante stelt dat de rechtbank haar betoog over een evidente privaatrechtelijke belemmering (art. 5:50 BW – ramen/deuren op minder dan 2 meter van perceelsgrens) ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten.
- 4De weigering door de rechtbank was gebaseerd op strijd met de goede procesorde; appellante betwist dit en stelt dat haar betoog voortbouwde op een eerder gevoerd verweer.
- 5De uitspraak is incompleet; de uiteindelijke beoordeling en beslissing van de Raad van State ontbreken in de aangeleverde tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en de grenzen van de goede procesorde bij het inbrengen van nieuwe stellingen in hoger beroep. Ook de verhouding tussen publiekrechtelijke vergunningverlening en privaatrechtelijke belemmeringen (art. 5:50 BW) staat centraal.
Praktische impact
Voor omwonenden die bezwaar maken tegen vergunningen voor bouwprojecten bij zorginstellingen is van belang dat nieuwe stellingen over privaatrechtelijke belemmeringen tijdig en deugdelijk onderbouwd moeten worden ingebracht om niet wegens de goede procesorde te worden gepasseerd.
Onderwerp-impact
Voor de zorgsector onderstreept deze zaak dat uitbreidingen van woonzorgcentra, ook kleinschalige bouwkundige aanpassingen, aanleiding kunnen geven tot procedures over burenrecht en ruimtelijke vergunningen, met name in nabijheid van woonpercelen.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een hoger beroep van een omwonende tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor een uitbouw aan woonzorgcentrum Edelweiss aan de Kortenburglaan 4 in Doorn. De uitbouw voorziet in de vergroting van een bestaande slaapkamer en de realisatie van twee nieuwe badkamers, en is gesitueerd aan de zijde van het naastgelegen perceel van appellante. Een eerste juridische kwestie betreft het toepasselijke recht: omdat de vergunningaanvraag is ingediend op 6 oktober 2023, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van het overgangsrecht (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet) de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing. De kern van het hoger beroep betreft het oordeel van de rechtbank dat appellantes betoog over een evidente privaatrechtelijke belemmering – gebaseerd op artikel 5:50 BW, dat bepaalt dat ramen en deuren niet op minder dan twee meter van de perceelsgrens van de buur mogen worden aangebracht zonder diens toestemming – wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moest worden gelaten. Appellante betwist dit en stelt dat haar betoog aansloot op een eerder door haar ingenomen standpunt over de afstand van de uitbouw tot haar perceelsgrens. De aangeleverde tekst van de uitspraak is onvolledig: de definitieve beoordeling door de Raad van State en de uiteindelijke beslissing ontbreken. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het hoger beroep gegrond of ongegrond is verklaard. Op basis van de beschikbare overwegingen gaat het om een beperkte, casuïstische zaak met weinig precedentwaarde, die desalniettemin relevant is voor de praktijk van vergunningverlening bij zorginstellingen en de procesrechtelijke eisen aan het tijdig inbrengen van stellingen in omgevingsrechtelijke procedures.