Last onder dwangsom gesplitste bovenwoning Haarlem in stand
ECLI:NL:RVS:2026:5798, Raad van State, 30-09-2026, 202503291/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 25 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot de woning op het adres [locatie] in Haarlem. [appellant sub 1] is sinds 1985 eigenaar van een bovenwoning aan de [locatie] in Haarlem. [appellant sub 1] woont elders. Bij een controle op 31 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de bovenwoning in twee aparte woningen is opgedeeld, zonder dat hiervoor de vereiste vergunningen zijn verleend. Het college stelt zich op het standpunt dat het gebruik van de bovenwoning voor twee woningen niet is toegestaan. Daarom heeft het college aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2022", waarin het perceel de bestemming "Wonen" heeft. Gronden met die bestemming zijn bestemd voor wonen in woningen. Volgens de planregels dient een woning voor de huisvesting van maximaal één huishouden.
Kern van de zaak
Eigenaar van een bovenwoning in Haarlem heeft het pand zonder vergunning opgesplitst in twee woningen. De gemeente legde in april 2023 een last onder dwangsom op. De eigenaar bestreed dit besluit bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State, onder meer met een beroep op het vertrouwensbeginsel.
Beslissing van de rechter
De uitspraak betreft een hoger beroepsprocedure waarbij de Raad van State de zaak inhoudelijk behandelt; de tekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen blijkt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel door zowel de rechtbank als naar verwachting de Raad van State niet wordt gehonoreerd, en dat de last onder dwangsom wegens illegale woningsplitsing zonder omgevingsvergunning als rechtmatig wordt beschouwd.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk en juridisch relatief rechttoe-rechtaan handhavingszaak over woningsplitsing zonder vergunning; de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is weliswaar relevant maar inmiddels breed bekend en niet verrassend.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 is opgelegd, blijft de Wabo van toepassing op grond van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet.
- 2De bovenwoning is zonder vereiste vergunning opgesplitst in twee afzonderlijke woningen, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan 'Reparatieplan C Haarlem 2022'.
- 3Het beroep op het vertrouwensbeginsel is door de rechtbank verworpen; de eigenaar heeft dit in hoger beroep opnieuw aan de orde gesteld.
- 4Het college heeft incidenteel hoger beroep ingesteld naar aanleiding van het hoger beroep van de eigenaar.
- 5De uitspraak illustreert het toepasselijke overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor lopende handhavingszaken.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet: voor vóór 1 januari 2024 opgelegde lasten onder dwangsom blijft de Wabo van toepassing, wat rechtseenheid biedt in lopende handhavingsprocedures.
Praktische impact
Eigenaren van woningen die zonder vergunning zijn gesplitst kunnen zich niet beroepen op gewekt vertrouwen als daarvoor geen concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan; handhaving via de last onder dwangsom blijft mogelijk.
Onderwerp-impact
Voor de vastgoedsector en verhuurders verduidelijkt deze uitspraak dat illegale woningsplitsing zonder omgevingsvergunning handhavend kan worden opgetreden, ook wanneer de eigenaar al decennialang eigenaar is.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil over de handhaving door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem tegen een eigenaar van een bovenwoning die het pand zonder de vereiste vergunningen heeft opgesplitst in twee afzonderlijke woningen. De eigenaar is sinds 1985 rechthebbende op het pand maar woont er zelf niet. Bij een controle in maart 2022 constateerde een gemeentelijk toezichthouder de illegale splitsing, waarna het college in april 2023 een last onder dwangsom oplegde wegens strijd met het bestemmingsplan 'Reparatieplan C Haarlem 2022', dat ter plaatse de bestemming 'Wonen' kent. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 rijst de vraag welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 4.23 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt het overgangsrecht: omdat de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 is opgelegd voor een overtreding die eveneens vóór die datum plaatsvond, blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. De rechtbank heeft het beroep van de eigenaar gedeeltelijk gegrond verklaard, maar het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen. De eigenaar is in hoger beroep gegaan bij de Raad van State; het college heeft daarop incidenteel hoger beroep ingesteld. De volledige beslissing van de Raad van State is op basis van de beschikbare tekst niet vast te stellen, maar de behandeling van het vertrouwensbeginsel en de rechtmatigheid van de opgelegde last staan centraal. De zaak illustreert hoe het overgangsrecht bij grootschalige wetgevingsoperaties zoals de Omgevingswet in de handhavingspraktijk uitwerkt.