Beroep tegen woningbouwplan Balgoij-West ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:5789, Raad van State, 30-09-2026, 202404720/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Balgoij-West" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van maximaal 37 woningen mogelijk. Het plangebied grenst aan de noord- en oostzijde aan de bestaande bebouwing van de wijk Balgoij. De gronden van het plangebied hadden voorheen een agrarische bestemming. In de nabijheid van het plangebied stroomt de Maas. [appellant A] en [appellant B] wonen op korte afstand ten oosten van het plangebied. Zij vrezen onder meer voor wateroverlast als gevolg van de realisatie van het plan. Qubus Vastgoed B.V. is de projectontwikkelaar van de voorziene ontwikkeling. Het voornemen is om 17 vrije sector woningen en 20 betaalbare woningen te realiseren. Daarbij zijn 12 kavels in het sociale segment bestemd zijn voor de Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) groep Balgoij en wordt een deel van de woningen gebouwd voor senioren.
Kern van de zaak
Omwonenden [appellant A] en [appellant B] verzetten zich tegen het bestemmingsplan 'Balgoij-West' in de gemeente Wijchen, dat de bouw van 37 woningen op voormalige agrarische grond mogelijk maakt. Zij vrezen onder meer voor wateroverlast nabij de Maas. Na een eerder schorsing door de voorzieningenrechter stelde de gemeenteraad een herstelbesluit vast.
Beslissing van de rechter
Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 20 juni 2024 is niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit is vervangen door het herstelbesluit van 16 december 2025; het beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van appellanten, waaronder de vrees voor wateroverlast, niet gehonoreerd.
Impactscore
LaagHet betreft een locatiespecifieke bestemmingsplankwestie zonder richtinggevende rechtsontwikkeling; de toegepaste rechtsregels (art. 6:19 Awb, overgangsrecht Omgevingswet) zijn reeds vaststaand recht.
Belangrijkste punten
- 1Op de procedure is oud recht van toepassing (Wet ruimtelijke ordening en Crisis- en herstelwet), omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.
- 2Het oorspronkelijke bestemmingsplan van 20 juni 2024 werd door de voorzieningenrechter op 16 april 2025 geschorst, waarna de raad een herstelbesluit nam.
- 3Het herstelbesluit van 16 december 2025 vervangt ex artikel 6:19 Awb het oorspronkelijke besluit, waardoor het beroep daartegen niet-ontvankelijk is.
- 4Het plan voorziet in 37 woningen (17 vrije sector, 12 sociaal via CPO-groep, deel voor senioren) op voormalig agrarisch gebied grenzend aan wijk Balgoij.
- 5De gemeenteraad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, ondanks de ongegrondverklaring van het inhoudelijke beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de toepassing van het overgangsrecht onder de Invoeringswet Omgevingswet en de werking van artikel 6:19 Awb bij herstelbesluiten in ruimtelijke ordeningsprocedures. Zij bevestigt dat een vervangend herstelbesluit het oorspronkelijke besluit vervangt en het beroep daartegen niet-ontvankelijk maakt.
Praktische impact
Projectontwikkelaar Qubus Vastgoed B.V. kan na deze uitspraak verdergaan met de realisatie van de 37 woningen in Balgoij-West; de bezwaren van omwonenden over wateroverlast zijn door de rechter verworpen.
Onderwerp-impact
De uitspraak geeft groen licht voor een kleinschalig woningbouwproject met een mix van vrije sector, sociale huur en CPO-woningen, wat bijdraagt aan de lokale woningbehoefte in de gemeente Wijchen.
Samenvatting
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 30 september 2026 uitspraak in een geschil over het bestemmingsplan 'Balgoij-West' van de gemeente Wijchen. Dit plan maakt de bouw van maximaal 37 woningen mogelijk op voormalige agrarische gronden grenzend aan de bestaande wijk Balgoij, in de nabijheid van de Maas. De projectontwikkelaar Qubus Vastgoed B.V. beoogt een combinatie te realiseren van 17 vrije sectorwoningen, 12 sociale kavels voor een CPO-groep en een deel seniorenwoningen. Omwonenden [appellant A] en [appellant B], woonachtig ten oosten van het plangebied, stelden beroep in en vreesden met name voor wateroverlast. Omdat het ontwerpplan op 19 oktober 2023 — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — ter inzage was gelegd, oordeelde de Afdeling dat op grond van het overgangsrecht de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet van toepassing blijven. Na een schorsing van het oorspronkelijke bestemmingsplan door de voorzieningenrechter op 16 april 2025, mede op basis van een deskundigenbericht van de STAB, nam de gemeenteraad op 16 december 2025 een herstelbesluit waarbij het plan gewijzigd opnieuw werd vastgesteld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb vervangt dit herstelbesluit het oorspronkelijke besluit van 20 juni 2024. Daardoor verklaarde de Afdeling het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het herstelbesluit werd inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De bezwaren van appellanten, waaronder de wateroverlastzorgen, werden niet gehonoreerd. De gemeenteraad werd wel veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten. De uitspraak maakt de weg vrij voor realisatie van het woningbouwproject.