Raad van State stuurt bestemmingsplan recreatiewoningen terug naar gemeente
ECLI:NL:RVS:2026:5782, Raad van State, 30-09-2026, 202404623/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2] [locatie 4]" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van drie recreatiewoningen achter de percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in [locatie 4]. [appellanten] is eigenaar van de woning aan het perceel [locatie 3]. Hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Het college stelt dat het plan niet in overeenstemming is met het provinciaal beleid en provinciale regelgeving. [partij A] en [partij B] zijn de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Beiden wonen naast het plangebied. Het college betoogt dat het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de instructieregels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening.
Kern van de zaak
De gemeente Kaag en Braassem stelde een bestemmingsplan vast voor drie recreatiewoningen in Oude Ade. Een omwonende vreest aantasting van zijn woon- en leefklimaat, terwijl het college van Gedeputeerde Staten stelt dat het plan in strijd is met provinciaal beleid. De initiatiefnemers wonen zelf naast het plangebied.
Beslissing van de rechter
De Afdeling verklaart het beroep van de omwonende ongegrond, maar legt de raad van de gemeente Kaag en Braassem via een tussenuitspraak op om binnen 18 weken geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. Doorslaggevend is dat de Afdeling gebreken heeft vastgesteld in het besluit van 15 juni 2024, vermoedelijk samenhangend met de strijdigheid met provinciaal beleid en regelgeving.
Impactscore
LaagHet betreft een zaak-specifieke tussenuitspraak over een kleinschalig bestemmingsplan voor drie recreatiewoningen, zonder nieuwe rechtsnormen. De toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is inmiddels staande praktijk.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet is van toepassing: omdat het ontwerpplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd, blijft het oude recht (Wro) van kracht.
- 2Het beroep van de omwonende ([appellant sub 1A] en [appellant sub 1B]) wordt ongegrond verklaard; aantasting van woon- en leefklimaat is onvoldoende onderbouwd.
- 3De Afdeling doet een tussenuitspraak en draagt de gemeenteraad op geconstateerde gebreken te herstellen binnen 18 weken.
- 4Het college van Gedeputeerde Staten heeft bezwaar gemaakt op grond van strijdigheid met provinciaal beleid en regelgeving.
- 5De raad heeft beleidsruimte bij vaststelling van bestemmingsplannen, maar moet belangen zorgvuldig afwegen en aan provinciale regels voldoen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en illustreert de toetsingssystematiek waarbij de Afdeling via een tussenuitspraak herstel van gebreken kan opleggen. Dit instrument biedt gemeenten de mogelijkheid om fouten te corrigeren zonder dat het gehele plan wordt vernietigd.
Praktische impact
De bouw van de drie recreatiewoningen in Oude Ade wordt voorlopig geblokkeerd totdat de gemeente de geconstateerde gebreken heeft hersteld. De initiatiefnemers worden geconfronteerd met verdere vertraging van minimaal 18 weken.
Onderwerp-impact
Voor de ruimtelijke ordening en het omgevingsrecht benadrukt deze zaak dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen voor recreatiewoningen nauwlettend moeten toetsen aan provinciaal beleid, ook in de overgangsperiode na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Samenvatting
De Raad van State deed op 30 september 2026 uitspraak in een geschil over het bestemmingsplan '[locatie 1] en [locatie 2] Oude Ade' van de gemeente Kaag en Braassem. Dit plan voorziet in de bouw van drie recreatiewoningen achter percelen in Oude Ade. De zaak kent drie betrokken partijen: een omwonende die vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat, het college van Gedeputeerde Staten dat stelt dat het plan in strijd is met provinciaal beleid, en de twee initiatiefnemers die zelf naast het plangebied wonen. Een eerste formele kwestie betreft het toepasselijke recht. Omdat het ontwerpplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd — net vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — is op grond van het overgangsrecht (artikel 4.6, derde lid, Invoeringswet Omgevingswet) het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing. De Afdeling beoordeelt niet zelfstandig of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar toetst aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden of het besluit rechtmatig is. Het beroep van de omwonende wordt ongegrond verklaard: zijn bezwaren over aantasting van het woon- en leefklimaat zijn kennelijk onvoldoende onderbouwd of treffen geen doel. Ten aanzien van het beroep van het college constateert de Afdeling echter gebreken in het vaststellingsbesluit van 15 juni 2024, vermoedelijk vanwege strijdigheid met provinciaal beleid of regelgeving. De Afdeling kiest voor een tussenuitspraak en draagt de gemeenteraad op om deze gebreken binnen 18 weken te herstellen. Dit instrument biedt de gemeente de mogelijkheid het besluit te repareren zonder directe vernietiging. De bouw van de recreatiewoningen wordt hierdoor voorlopig opgeschort.