Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
ECLI:NL:RVS:2026:5762, Raad van State, 01-10-2026, BRS.25.002032
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een beslissing van de minister, maar deed dit te laat. De beroepstermijn eindigde op 18 november 2025, maar het hogerberoepschrift kwam daarna binnen. Vermoedelijk betreft het een vreemdelingenrechtelijke zaak gezien de verwijzing naar Bahaddar-omstandigheden.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift na het verstrijken van de beroepstermijn van 18 november 2025 is ingediend. Appellant heeft geen redenen aangevoerd voor termijnoverschrijding en er doen zich geen Bahaddar-omstandigheden voor die aanleiding geven het hoger beroep toch inhoudelijk te behandelen.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een standaard procedurele niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding zonder inhoudelijke rechtsontwikkeling. De toepassing van bestaande jurisprudentie (Bahaddar) is routinematig.
Belangrijkste punten
- 1Hogerberoepschrift is na de termijn van 18 november 2025 ingediend bij de Raad van State
- 2Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren voor termijnoverschrijding
- 3Geen Bahaddar-omstandigheden aanwezig die toch behandeling rechtvaardigen (ECLI:NL:RVS:2022:1664)
- 4Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling
- 5Geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de minister
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte handhaving van beroepstermijnen in het bestuursrecht en de beperkte uitzonderingsmogelijkheid via Bahaddar-omstandigheden in vreemdelingenrechtelijke zaken. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Praktische impact
Voor appellant betekent dit dat de uitspraak in eerste aanleg onherroepelijk wordt zonder inhoudelijke herbeoordeling. Het belang van tijdige indiening van hogerberoepschriften wordt onderstreept.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenrechtelijke procedures is termijnhandhaving strikt; enkel uitzonderlijke omstandigheden (Bahaddar) kunnen een te laat ingediend beroep redden, hetgeen hier niet het geval bleek.
Samenvatting
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 oktober 2026 het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard. De achtergrond van de zaak is slechts beperkt uit de uitspraak af te leiden; vermoedelijk gaat het om een vreemdelingenrechtelijke zaak, gelet op de verwijzing naar de zogenoemde Bahaddar-omstandigheden. Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister, maar de termijn voor het instellen van hoger beroep was op 18 november 2025 verstreken. Het hogerberoepschrift bereikte de Raad van State pas na die datum. De centrale juridische vraag was of het te laat ingediende hoger beroep toch ontvankelijk kon worden verklaard. In het bestuursrecht geldt als hoofdregel dat een na de termijn ingediend rechtsmiddel niet-ontvankelijk is. Uitzonderingen zijn mogelijk indien de indiener redenen aanvoert waarom het beroep toch in behandeling moet worden genomen. Appellant heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Daarnaast heeft de Afdeling beoordeeld of er sprake is van zogenoemde Bahaddar-omstandigheden, een in de vreemdelingenrechtspraak ontwikkeld leerstuk op basis van de gelijknamige EHRM-uitspraak. Op grond hiervan kan de rechter een termijnoverschrijding in uitzonderlijke gevallen passeren indien klemmende humanitaire redenen daartoe nopen. De Afdeling oordeelt dat dergelijke omstandigheden in dit geval niet aanwezig zijn. De conclusie is dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De uitspraak heeft geen inhoudelijke rechtsontwikkeling tot gevolg, maar illustreert eens te meer het belang van tijdige indiening van rechtsmiddelen en de strikte wijze waarop de Afdeling omgaat met termijnoverschrijdingen, ook in vreemdelingenrechtelijke zaken.