JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5755Laag12/100

Hoger beroep asielzoeker niet-ontvankelijk na vervallen overdrachtstermijn

ECLI:NL:RVS:2026:5755, Raad van State, 30-09-2026, BRS.26.003878

Raad van StateUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.003878
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Niet Ontvankelijk
Dublin Verordening
Asiel
Overdrachtstermijn
Procesbelang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Een asielzoeker (appellant) werd door de minister voorgenomen over te dragen aan Roemenië in het kader van de Dublin-verordening. Appellant maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening aan. De Afdeling behandelt de zaak als hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de overdrachtstermijn aan Roemenië is verstreken en appellant daarmee heeft bereikt wat hij beoogde: zijn asielaanvraag wordt alsnog inhoudelijk behandeld in Nederland. Proceskosten worden niet vergoed omdat de minister niet aan appellant is tegemoetgekomen maar slechts door tijdsverloop heeft gehandeld.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige toepassing van vaste jurisprudentie over procesbelang en proceskosten bij Dublin-overdrachten en stelt geen nieuwe rechtsnormen.

Belangrijkste punten

  • 1Bezwaarschrift wordt door de Afdeling aangemerkt als hogerberoepschrift op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2025:4575)
  • 2Overdrachtstermijn aan Roemenië (Dublin) is verstreken, waardoor nationale asielprocedure van toepassing wordt
  • 3Appellant heeft onvoldoende procesbelang omdat hij zijn doel heeft bereikt: inhoudelijke behandeling asielaanvraag
  • 4Geen proceskostenveroordeling omdat de minister niet actief aan appellant tegemoet is gekomen maar enkel door tijdsverloop handelde
  • 5Uitspraak volgt vaste lijn van de Afdeling inzake procesbelang en proceskostenvergoeding bij Dublin-overdrachten

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste jurisprudentielijn dat vervallen van de Dublin-overdrachtstermijn leidt tot verlies van procesbelang en dat in dat geval geen proceskostenvergoeding volgt. Dit is een routinematige toepassing van bestaande rechtspraak.

Praktische impact

Voor appellant betekent dit dat zijn asielaanvraag in Nederland inhoudelijk wordt beoordeeld, wat feitelijk het gewenste resultaat is. Juridisch eindigt de procedure zonder proceskosten voor de minister.

Onderwerp-impact

In Dublin-zaken biedt het simpelweg laten verstrijken van de overdrachtstermijn een feitelijk en procedureel uitweg voor asielzoekers, zonder dat de minister daarvoor kosten vergoedt.

Samenvatting

In deze zaak had een asielzoeker bezwaar gemaakt bij de minister tegen een voorgenomen overdracht aan Roemenië op grond van de Dublin-verordening, en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kwalificeerde het bezwaarschrift op grond van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2025:4575) als een hogerberoepschrift, nu hoger beroep openstond tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 28 juli 2026. Tijdens de procedure liet de minister weten dat de wettelijke overdrachtstermijn voor overdracht aan Roemenië inmiddels was verstreken. Dit heeft tot gevolg dat Nederland de asielaanvraag van appellant alsnog inhoudelijk in behandeling dient te nemen in de nationale asielprocedure. Daarmee had appellant feitelijk bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde. De centrale juridische vraag was of appellant nog voldoende procesbelang had bij verdere inhoudelijke behandeling van zijn hoger beroep. De Afdeling beantwoordde deze vraag ontkennend en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, conform haar eerdere uitspraak van 7 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1253). Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de Afdeling dat de minister deze niet hoeft te vergoeden. De reden is dat de minister niet actief aan appellant tegemoet is gekomen, maar de asielaanvraag uitsluitend als gevolg van het verstrijken van de termijn alsnog in behandeling heeft genomen. Dit onderscheid sluit aan bij de vaste lijn uit de uitspraak van 27 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:182). De uitspraak is een routinematige bevestiging van bestaande rechtspraak over Dublin-overdrachten en procesbelang.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5931

Raad van State beoordeelt weigering kantoor-naar-wonen verbouwing Hilversum

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Zorg
ECLI:NL:RVS:2026:5867

RvS stelt prejudiciële vragen over Dublin-overgangsrecht AMB-verordening

72/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5900

RvS vernietigt handhavingsweigering bij kerktuinmuur opening Weesp

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen