JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5741Middel38/100

Ingebrekestelling tijdens Syrisch moratorium prematuur verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:5741, Raad van State, 01-10-2026, BRS.26.000040

Raad van StateUitspraak: 1 oktober 2026Publicatie: 28 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.000040
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Niet Tijdig Beslissen
Dwangsom
Ingebrekestelling
Moratorium
Syrische Vreemdelingen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Kern van de zaak

Appellanten (Syrische vreemdelingen) stelden de minister in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing op hun aanvraag. De ingebrekestelling vond plaats op 20 januari 2025, tijdens het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrische vreemdelingen (14 december 2024 – 13 juni 2025). De rechtbank verklaarde de ingebrekestelling prematuur; appellanten gingen in hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, zij het met verbetering van gronden. De doorslaggevende reden is dat een ingebrekestelling die wordt gedaan tijdens een besluit- en vertrekmoratorium prematuur is, zoals de Afdeling eerder uitdrukkelijk bepaalde in haar uitspraak van 9 september 2026.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past een reeds in september 2026 vastgelegde regel toe op een concrete zaak en voegt weinig nieuws toe aan het recht, maar heeft praktische betekenis voor de groep Syrische vreemdelingen die tijdens het moratorium ingebrekestellingen hebben ingediend.

Belangrijkste punten

  • 1Een ingebrekestelling ingediend tijdens een besluit- en vertrekmoratorium is prematuur en heeft geen rechtsgevolg.
  • 2Het moratorium voor Syrische vreemdelingen liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025; de ingebrekestelling van 20 januari 2025 viel daar middenin.
  • 3De rechtbank overwoog ten onrechte dat het moratorium de beslistermijn met een jaar verlengde, maar bereikte wel de juiste conclusie (verbetering van gronden).
  • 4Er bestond geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, nu redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over de rechtsvragen (acte clair, Cilfit-doctrine).
  • 5De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn uit ECLI:NL:RVS:2026:5232 dat een ingebrekestelling tijdens een moratorium prematuur is, en verduidelijkt daarmee de rechtspositie van vreemdelingen die binnen een moratoriumperiode proberen een dwangsom te activeren. De Cilfit-toets wordt expliciet toegepast om prejudiciële verwijzing af te wijzen.

Praktische impact

Syrische vreemdelingen (en hun advocaten) kunnen tijdens de looptijd van een besluit- en vertrekmoratorium geen geldige ingebrekestelling indienen; zij moeten wachten tot het moratorium is verstreken voordat de beslistermijn kan worden aangevochten en een dwangsomprocedure kan worden gestart.

Onderwerp-impact

Voor de verblijfsrechtelijke praktijk rondom Syrische asielzoekers betekent dit dat de overheid gedurende moratoriumperioden effectief beschermd is tegen dwangsomvorderingen wegens niet-tijdig beslissen, wat de druk op de IND in die perioden vermindert.

Samenvatting

In deze zaak gingen appellanten, Syrische vreemdelingen bijgestaan door mr. A. Khalaf, in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die hun ingebrekestelling van 20 januari 2025 als prematuur had gekwalificeerd. Die ingebrekestelling was gericht aan de minister en had tot doel een dwangsomverplichting te activeren wegens het uitblijven van een beslissing op hun aanvraag. De ingebrekestelling viel echter midden in de periode van het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrische vreemdelingen, dat gold van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. Appellanten betoogden terecht dat de rechtbank had miskend dat het moratorium de beslistermijn niet met een jaar verlengt, zoals de rechtbank had overwogen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State corrigeerde dit oordeel via een verbetering van gronden. Desalniettemin bleef de conclusie van de rechtbank overeind: de ingebrekestelling was prematuur. Dit oordeel stoelt op de uitspraak van de Afdeling van 9 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5232), waarin de Afdeling heeft bepaald dat een ingebrekestelling ingediend tijdens een moratorium per definitie prematuur is en dus geen rechtsgevolg in gang zet. Appellanten verzochten ook om het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Afdeling wees dit verzoek af onder verwijzing naar de Cilfit-doctrine: nu redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over de juridische vragen, bestaat geen verplichting tot verwijzing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van gronden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt en consolideert de rechtslijn dat vreemdelingen tijdens een actief moratorium geen rechtsgeldige ingebrekestelling kunnen indienen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5924

RvS vernietigt handhavingsbesluit scootmobielbergingen maar laat rechtsgevolgen in stand

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5904

Terrasvergunning Maansteen Arnhem gedeeltelijk toegewezen na nieuw beleid

28/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vastgoed
ECLI:NL:RVS:2026:5915

Last onder dwangsom herroepen na omgevingsvergunning van rechtswege

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied