JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5677Laag28/100

Dwangsom balkons gemeentelijk monument blijft gehandhaafd

ECLI:NL:RVS:2026:5677, Raad van State, 23-09-2026, 202403284/1/R3

Raad van StateUitspraak: 23 september 2026Publicatie: 23 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202403284/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Wabo
Last Onder Dwangsom
Gemeentelijk Monument

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 22 september 2022 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand laten van drie balkons zonder geldige omgevingsvergunning op het perceel aan het [locatie] in Den Haag (perceel). [appellant] woont op het perceel met zijn echtgenote. De woning die op het perceel staat is een gemeentelijk monument. Op 11 juli 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor het realiseren van twee balkons op de tweede en derde verdieping aan de achterzijde van zijn woning en het gedeeltelijk aanpassen van het bestaande balkon op de eerste verdieping. Het college heeft de aanvraag in het besluit van 14 oktober 2019 geweigerd. Naar aanleiding van een melding heeft er op 29 maart 2022 een inspectie plaatsgevonden op het perceel waarbij onder andere is geconstateerd dat de balkons alsnog zonder omgevingsvergunning en in strijd met artikel 9 van de Monumentenverordening Den Haag 2010 gerealiseerd zijn.

Kern van de zaak

Appellant realiseerde zonder omgevingsvergunning twee balkons aan zijn gemeentelijk monument in Den Haag, nadat zijn aanvraag daarvoor in 2019 was geweigerd. Na inspectie in 2022 legde het college een last onder dwangsom op wegens overtredingen van de Wabo en de Monumentenverordening. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State past het oude recht (Wabo) toe op de opgelegde last onder dwangsom, omdat de last vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 was opgelegd. De beslissing over de inhoudelijke beoordeling van de handhaving lijkt te zijn gebaseerd op het vastgestelde feit dat de balkons zonder vergunning en in strijd met de monumentenverordening zijn gerealiseerd, maar de uitspraak is onvolledig weergegeven.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaand overgangsrecht toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen en betreft een individueel handhavingsgeval; de juridische vraag over het toepasselijke overgangsrecht was reeds duidelijk uit de wettekst. De uitspraak is bovendien onvolledig weergegeven.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.23 lid 1) bepaalt dat oud recht van toepassing blijft op lasten onder dwangsom opgelegd vóór 1 januari 2024
  • 2Appellant realiseerde balkons zonder omgevingsvergunning na een expliciete weigering van de aanvraag in 2019
  • 3Overtreding betreft art. 2.1 lid 1 aanhef en onder a en h, art. 2.2 lid 1 aanhef en onder b, en art. 2.3a lid 1 Wabo, alsmede art. 9 Monumentenverordening Den Haag 2010
  • 4De dwangsom was reeds volledig verbeurd ten tijde van de procedure
  • 5De woning betreft een gemeentelijk monument, waarvoor verzwaarde vergunningseisen gelden

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: bij vóór 2024 opgelegde lasten onder dwangsom blijft de Wabo van toepassing, ongeacht de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit biedt rechtszekerheid over het toepasselijke regime in lopende handhavingszaken.

Praktische impact

Voor eigenaren van gemeentelijke monumenten bevestigt deze zaak dat bouwen zonder vergunning na een expliciete weigering zwaar wordt gesanctioneerd en dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd, ook na de stelselwijziging door de Omgevingswet.

Onderwerp-impact

In het monumentenrecht en de ruimtelijke-ordeningspraktijk onderstreept deze uitspraak dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet een heldere scheidslijn trekt: handhavingstrajecten gestart onder de Wabo worden volledig onder dat regime afgewikkeld.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State over een last onder dwangsom die het college van Den Haag in 2022 heeft opgelegd aan een eigenaar van een gemeentelijk monument. De appellant had in 2019 een aanvraag ingediend voor het realiseren van twee balkons aan de achterzijde van zijn woning, maar deze aanvraag werd door het college geweigerd. Desondanks realiseerde appellant de balkons alsnog zonder omgevingsvergunning, hetgeen tijdens een inspectie op 29 maart 2022 werd vastgesteld. Het college legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van meerdere bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en van artikel 9 van de Monumentenverordening Den Haag 2010. De dwangsom verbeurde volledig. De centrale juridische vraag in deze zaak betreft allereerst het toepasselijke recht: nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, moest de Raad van State bepalen welk regime van toepassing is op de reeds vóór die datum opgelegde last. Op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet oordeelt de Raad van State dat het oude recht — waaronder de Wabo — van toepassing blijft, omdat de last onder dwangsom vóór de inwerkingtreding was opgelegd. Dit geldt totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. De uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de handhavingsbeslissing niet volledig kan worden geanalyseerd. Wel staat vast dat de balkons zonder vergunning zijn gerealiseerd na een expliciete weigeringsbeslissing, wat een flagrante overtreding van het omgevingsrecht en het monumentenrecht oplevert. De zaak illustreert het belang van het overgangsrecht bij de invoering van de Omgevingswet voor lopende handhavingstrajecten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5680

Omgevingsvergunning paardenhouderij Veluwe alsnog in stand gelaten

28/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5632

Zonnepark vrijgesteld van ontheffingsplicht grondwaterbeschermingsgebied

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5657

Bestemmingsplan Kasteel Limbricht vernietigd door Raad van State

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5638

Raad van State buigt zich over militair radarstation Herwijnen

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied